Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera cendeensis

Drosera cendeensis

De enige zonnedauw van de Venezolaanse Andes, en een van de meest bedreigde van het continent. Drosera cendeensis werd in het midden van de twintigste eeuw door Francisco Tamayo en Léon Croizat beschreven van de páramo van Cendé, en groeit alleen in een klein gebied in het noordwesten van Venezuela. In de revisie van de Andes-zonnedauwen van 2016 stelden de auteurs voor haar als ernstig bedreigd te beschouwen, onder meer omdat de plant op grote schaal wordt verzameld voor gebruik in de volksgeneeskunde.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een meerjarige rozetplant met twee soorten bladeren: in de droge tijd een kring van korte grondbladeren, in het groeiseizoen rechtopstaande, smal spatelvormige bladeren van 30 tot 140 mm lang. Jonge bladeren zijn aan de top opgerold, een kenmerk dat de soort deelt met haar naaste verwanten uit de Andes. De steunblaadjes zijn 4 tot 7, soms 8 mm lang en 2 tot 3 mm breed. De bloemstengel wordt 150 tot 250 mm lang en draagt roze bloemen. Op bloeiwijze en kelk staan zittende klieren en niet-klierachtige haren.

Gelijkende soorten

De naaste verwanten zijn Drosera peruensis en Drosera condor, beide uit de Andes van Peru en Ecuador; alle drie hebben opgerolde jonge bladeren, smal spatelvormige bladeren en dezelfde combinatie van zittende klieren en gewone haren op de bloeiwijze. In Venezuela zelf komt geen andere Andes-zonnedauw voor, zodat verwarring binnen het areaal nauwelijks mogelijk is. De uiterlijk wat gelijkende Drosera roraimae groeit ver weg op de tepuis van het Guyana-hoogland.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De lange, rechtopstaande bladeren vangen vooral vliegende insecten, zoals muggen en vliegjes die in het koele, mistige klimaat van de bergbossen en subpáramo rondvliegen. De tentakels buigen naar de prooi toe en het smalle blad kan zich er gedeeltelijk omheen krullen.

Standplaats en ecologie

Veenrijke bodems, vaak bedekt met tapijten van veenmos, in de overgangszone tussen bergbos en páramo, de zogenaamde subpáramo, en in open plekken in het nevelwoud (W1, B4, W4), op 2300 tot 3200 m hoogte. Het klimaat kent een uitgesproken droge periode, waarin de plant zich terugtrekt tot de korte grondbladeren.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor het noordwesten van Venezuela, in de deelstaten Trujillo en Lara, in een klein aantal páramo-gebieden. Precieze vindplaatsen worden in deze gids niet genoemd, omdat de soort als ernstig bedreigd wordt beschouwd.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. Het blad-dimorfisme, met korte grondbladeren in de droge tijd en lange rechte bladeren in het groeiseizoen, is een aanpassing aan het seizoensklimaat van de noordelijke Andes. Samen met D. peruensis en D. condor vormt de soort een kleine, kenmerkende groep Andes-zonnedauwen.

Waar en wanneer te zien

Een soort om met terughoudendheid te zoeken. De populaties zijn klein en gevoelig voor betreding en verzamelen. Wie in de Venezolaanse Andes wandelt en de plant tegenkomt, fotografeert zonder de veenmoskussens te betreden en deelt de vindplaats alleen met natuurbeschermers of onderzoekers.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De auteurs van de revisie van 2016 stelden de categorie ernstig bedreigd voor, op grond van een zeer klein areaal en een sterke achteruitgang door verzamelen voor volksgeneeskundig gebruik en door aantasting van het leefgebied. Zolang er geen officiële beoordeling is, blijft het IUCN-veld op niet geëvalueerd; de werkelijke toestand is zorgwekkend.

Wetenschappelijke naam

Drosera cendeensis | Tamayo & Croizat, 1949

Beschreven door Tamayo & Croizat in 1949, in Lilloa, deel 17, p. 175. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort is endemisch voor het noordwesten van Venezuela. Het achtervoegsel -ensis duidt op een plaatsnaam; mogelijk verwijst de naam naar de Cerro/Páramo El Cendé in Venezuela, maar dit kon niet met een bron worden bevestigd.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.