Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera callistos

Drosera callistos

Neville Marchant en Allen Lowrie kozen in 1992 een naam die weinig ruimte voor twijfel laat: callistos is Grieks voor 'de mooiste'. Drosera callistos is een dwergzonnedauw met oranje bloemen uit het noordelijke jarrahbos en de rand van de kustvlakte ten noorden van Perth, en een van de laatbloeiers onder de oranjebloeiende soorten.

Drosera callistos
Foto: Julia Rohlfing — CC BY-SA 3.0 de · Wikimedia Commons
Drosera callistos — de bloem
De bloem · Foto: ramcad1 — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist
Drosera callistos — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: M.Brunner = Benutzer:Panama01 — CC BY-SA 2.5 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een meerjarige dwergzonnedauw met vezelige wortels en een kleine rozet, tot 7 cm hoog inclusief de bloeistengel. In het hart van de rozet staat de voor dwergzonnedauwen typische kegel van zilverachtige steunblaadjes, die de plant in de zomer als rustknop beschermt. De bloemen zijn helder oranje en verschijnen in oktober en november. Blad- en bloemmaten waren in de toegankelijke bronnen niet beschikbaar; het veld voor de valgrootte blijft leeg.

Gelijkende soorten

De oranje bloemkleur deelt de soort met onder meer Drosera barbigera, Drosera miniata, Drosera echinoblastus en Drosera albonotata. D. barbigera en D. miniata bloeien in de regel eerder, vanaf augustus; D. echinoblastus bloeit tegelijk maar groeit op zandige, in de winter vochtige grond en kan hoger worden. Voor zekere determinatie zijn de steunblaadjes, de broedknopjes en de details van het bloemhart onder de loep nodig.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De bladeren dragen gesteelde klieren met kleverige druppels. Kleine insecten die erop landen of eroverheen lopen, raken vast; de tentakels buigen zich naar de prooi en scheiden verteringsenzymen af. Op arme lateritische grond levert dat een wezenlijke aanvulling op het schaarse aanbod van stikstof en fosfor.

Standplaats en ecologie

Lateritische grond (FloraBase): de grindige, ijzerrijke bodems van het plateau en het open jarrahbos (D3, B6). In de winter en het vroege voorjaar zijn deze grinden vochtig; in de zomer drogen ze volledig uit en trekt de plant zich terug in zijn knop van steunblaadjes.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in het zuidwesten van West-Australië. FloraBase noemt de bioregio's Jarrah Forest en Swan Coastal Plain, in de deelgebieden Dandaragan Plateau en Northern Jarrah Forest, ten noorden en noordoosten van Perth.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er zijn geen ondersoorten of variëteiten beschreven. Zoals alle dwergzonnedauwen vormt D. callistos in de herfst broedknopjes (gemmae) in het hart van de rozet, die door regendruppels worden weggeslagen en tot nieuwe plantjes uitgroeien. Deze vermeerdering maakt dat de soort in cultuur veel wordt gekweekt; wilde planten zijn daarvoor niet nodig.

Waar en wanneer te zien

Kom laat in het voorjaar, in oktober of begin november, wanneer veel andere dwergzonnedauwen al uitgebloeid zijn. Zoek in open plekken op het grind onder het jarrahbos. De bloemen openen op zonnige middagen en vallen dan op als kleine oranje vlekjes. Blijf op paden; lateritisch grind herstelt traag van betreding.

Staat van instandhouding

Beoordeeld als niet bedreigd (LC) op de IUCN-Rode Lijst en in West-Australië als 'Not threatened'. Niet in CITES. Lateritische bodems in het noordelijke jarrahbos worden plaatselijk aangetast door grind- en bauxietwinning en door ontginning, maar de soort komt in meerdere beschermde gebieden voor.

Wetenschappelijke naam

Drosera callistos | Marchant & Lowrie, 1992

Beschreven door N.G. Marchant & Lowrie, in Kew Bulletin, deel 47, nr. 2, p. 321 (29 juni 1992). De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. Van het Griekse callistos ("mooiste") — een lovende naam voor deze soort.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.