Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera collinsiae

Drosera collinsiae

Een kleine rozetzonnedauw uit de zomerregengebieden in het noordoosten van Zuid-Afrika. Drosera collinsiae werd door N.E. Brown herkend en in 1924 door Burtt Davy gepubliceerd, in diens flora van de toenmalige Transvaal en Swaziland. Het is een plant van natte graslanden en sijpelplekken op berghellingen, ver van de Kaap.

Drosera collinsiae
Foto: Michal Rubeš & Výstava Darwiniany — CC BY 3.0 cz · Wikimedia Commons

Herkenning

Een vlakke tot licht opgerichte rozet van spatelvormige bladeren met rode tentakels, de bladschijf geleidelijk versmald in de bladsteel. De bloeistengel draagt enkele roze bloemen. De soort lijkt sterk op D. dielsiana; betrouwbare, gepubliceerde maten waren voor deze tekst niet beschikbaar, zodat de maatvelden leeg blijven.

Gelijkende soorten

Drosera dielsiana en D. natalensis zijn de belangrijkste verwarringssoorten; ze worden onderscheiden op details van bladvorm, steunblaadjes en beharing, en voor een zekere determinatie is een loep of herbariummateriaal vaak nodig. Drosera burkeana heeft rondere bladschijven, en D. madagascariensis vormt een stengel.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. Kleine insecten raken vast aan de kleverige druppels van de tentakels, waarna de omringende tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden. In de natte graslanden bestaat de vangst vooral uit muggen, kleine vliegen en springstaarten.

Standplaats en ecologie

Permanente of seizoensgebonden sijpelplekken, natte rotsplaten en drassige plekken in graslanden en open bosland, op zure, voedselarme grond (W4, R1, B6). De plant groeit en bloeit in de natte zomer en rust in de droge winter.

Verspreiding en hoogte

Noordoostelijk Zuid-Afrika, in de voormalige Transvaal (Mpumalanga en omgeving) en aangrenzend KwaZulu-Natal, en Eswatini. Dat wijkt af van de aanduiding 'Kaap' in de werklijst van deze gids. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort behoort tot een groep kleine rozetvormige zonnedauwen van het zomerregengebied (met D. dielsiana en D. natalensis) waarvan de afbakening nog niet in alle opzichten vastligt. Oudere herbariumopgaven kunnen daarom onder een andere naam staan.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de zomer (december tot maart) op natte rotsplaten en in sijpelzones op berghellingen in Mpumalanga. De rozetten zijn klein en vaak rood; kijk op open plekken waar water over de rots loopt.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Bedreigingen zijn vooral plaatselijk: bosbouwplantages, die het grondwater verlagen en natte graslanden overschaduwen, en mijnbouw en landbouw in het hoogland.

Wetenschappelijke naam

Drosera collinsiae | Brown ex Burtt Davy

Beschreven door N.E. Brown (in Burtt Davy) in 1924, in Bulletin of Miscellaneous Information, Kew, jaargang 1924, p. 230 (17 juni 1924). De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voor in de regio Transvaal, Natal, Lesotho en de Oranje-Vrijstaat, Zuid-Afrika/Lesotho. Vernoemd naar een persoon met de achternaam Collins (Engelse volksnaam: "Collins Sundew"), maar de precieze identiteit van deze persoon kon niet worden achterhaald.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.