Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera hilaris

Drosera hilaris

Een van de grootste rozetzonnedauwen van de Kaap, in 1826 door Chamisso en Schlechtendal beschreven. De naam hilaris betekent 'vrolijk' — vermoedelijk een verwijzing naar de opvallende roze bloemen. De soort groeit in de bergen van de zuidwestelijke Kaap, vaak op koelere, iets beschaduwde natte plekken waar andere zonnedauwen het laten afweten.

Drosera hilaris
Foto: Gail A Baker — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera hilaris — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Peter Baker — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera hilaris — de standplaats
De standplaats · Foto: Ren Hoekstra — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een forse rozet van opgerichte tot schuin uitstaande, langwerpig spatelvormige bladeren, met lange rode tentakels op de bovenzijde en een behaarde onderzijde. De bloeistengel draagt grote roze tot paarsroze bloemen. Gepubliceerde maten uit een flora waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera capensis heeft langere, smallere, lintvormige bladeren zonder duidelijke scheiding tussen steel en schijf. Drosera cuneifolia en D. aliciae vormen vlakkere, kleinere rozetten. Drosera ramentacea en D. glabripes vormen stengels en dragen de bladeren verspreid.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De opgerichte bladeren vangen insecten die tussen de lage vegetatie vliegen; na contact buigen tentakels naar de prooi en scheiden de klieren verteringsenzymen af.

Standplaats en ecologie

Permanent vochtige sijpelplekken, beekoevers en natte hellingen in bergfynbos, vaak op zuidhellingen of tussen rotsen waar het koeler en schaduwrijker is (R1, W4, B5).

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de zuidwestelijke Kaap in Zuid-Afrika, in de bergen van het Kaapse Schiereiland en de aangrenzende bergketens. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 18 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort is in de overzichten van Kaapse rozetzonnedauwen, waaronder dat van Fleischmann (2018), als aparte soort gehandhaafd.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de natte maanden op beschaduwde sijpelplekken langs bergpaden, bijvoorbeeld op de Tafelberg. De grote opgerichte rozetten vallen tussen de lage vegetatie vrij goed op.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Een groot deel van de groeiplaatsen ligt in beschermd gebied; plaatselijke bedreigingen zijn verdroging, uitheemse bomen en te frequente branden.

Wetenschappelijke naam

Drosera hilaris | Chamisso & Schlechtendal, 1826

Beschreven door Adelbert von Chamisso & Diederich Franz Leonhard von Schlechtendal in 1826, in Linnaea, deel 1, nr. 4, p. 548. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald; alleen "zuidelijk Afrika" wordt vermeld. De soort komt voor op het Kaapse Schiereiland, Zuid-Afrika, met Hermanus als oostelijkste punt van het verspreidingsgebied. Van het Latijnse hilaris ("vrolijk, opgewekt") — de exacte reden voor deze naam kon niet worden bevestigd.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.