Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera hilaris
Drosera hilaris
Een van de grootste rozetzonnedauwen van de Kaap, in 1826 door Chamisso en Schlechtendal beschreven. De naam hilaris betekent 'vrolijk' — vermoedelijk een verwijzing naar de opvallende roze bloemen. De soort groeit in de bergen van de zuidwestelijke Kaap, vaak op koelere, iets beschaduwde natte plekken waar andere zonnedauwen het laten afweten.



Herkenning
Een forse rozet van opgerichte tot schuin uitstaande, langwerpig spatelvormige bladeren, met lange rode tentakels op de bovenzijde en een behaarde onderzijde. De bloeistengel draagt grote roze tot paarsroze bloemen. Gepubliceerde maten uit een flora waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.
Gelijkende soorten
Drosera capensis heeft langere, smallere, lintvormige bladeren zonder duidelijke scheiding tussen steel en schijf. Drosera cuneifolia en D. aliciae vormen vlakkere, kleinere rozetten. Drosera ramentacea en D. glabripes vormen stengels en dragen de bladeren verspreid.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. De opgerichte bladeren vangen insecten die tussen de lage vegetatie vliegen; na contact buigen tentakels naar de prooi en scheiden de klieren verteringsenzymen af.
Standplaats en ecologie
Permanent vochtige sijpelplekken, beekoevers en natte hellingen in bergfynbos, vaak op zuidhellingen of tussen rotsen waar het koeler en schaduwrijker is (R1, W4, B5).
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor de zuidwestelijke Kaap in Zuid-Afrika, in de bergen van het Kaapse Schiereiland en de aangrenzende bergketens. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort is in de overzichten van Kaapse rozetzonnedauwen, waaronder dat van Fleischmann (2018), als aparte soort gehandhaafd.
Waar en wanneer te zien
Zoek in de natte maanden op beschaduwde sijpelplekken langs bergpaden, bijvoorbeeld op de Tafelberg. De grote opgerichte rozetten vallen tussen de lage vegetatie vrij goed op.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Een groot deel van de groeiplaatsen ligt in beschermd gebied; plaatselijke bedreigingen zijn verdroging, uitheemse bomen en te frequente branden.
Wetenschappelijke naam
Drosera hilaris | Chamisso & Schlechtendal, 1826
Beschreven door Adelbert von Chamisso & Diederich Franz Leonhard von Schlechtendal in 1826, in Linnaea, deel 1, nr. 4, p. 548. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald; alleen "zuidelijk Afrika" wordt vermeld. De soort komt voor op het Kaapse Schiereiland, Zuid-Afrika, met Hermanus als oostelijkste punt van het verspreidingsgebied. Van het Latijnse hilaris ("vrolijk, opgewekt") — de exacte reden voor deze naam kon niet worden bevestigd.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.