Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera communis

Drosera communis

De naam betekent gewoon, en dat is ze ook: Drosera communis is een van de meest verbreide zonnedauwen van Zuid-Amerika. Wie in de natte tijd door het binnenland van Brazilië rijdt, kan haar vinden in drassige savannes, langs greppels en zelfs op kale wegbermen. Juist die alledaagsheid maakt haar tot een goede ingang tot de rijke zonnedauwflora van het continent.

Drosera communis
Foto: João Medeiros — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een platte tot licht opgerichte rozet van omgekeerd eironde tot spatelvormige bladeren, die geleidelijk versmallen in een korte bladsteel. In de volle zon kleurt de rozet dieprood, in de schaduw groenig met rode tentakels. Uit het hart van de rozet komen één of meer slanke bloeistengels met een opgerolde top, die verscheidene roze tot lila bloemen dragen; de bloemen gaan een voor een open, meestal alleen in de ochtend en bij zonnig weer. Betrouwbare maten uit een recente bewerking van de soort zijn niet gevonden, zodat de maatvelden leeg blijven.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Drosera viridis uit Zuid-Brazilië, die vrijwel dezelfde vorm heeft maar ook in de volle zon helemaal groen blijft; waar de twee samen voorkomen zijn zeldzame hybriden bekend. In het noorden van Zuid-Amerika lijkt ze op Drosera cayennensis, en in de Braziliaanse cerrado op Drosera grantsaui. Onderscheid in het veld vergt aandacht voor details als beharing van de bloeistengel, vorm van de steunblaadjes en zaad; bij twijfel is een foto van de bloeistengel van dichtbij het nuttigst.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De tentakels vangen kleine insecten met hun druppels slijm en buigen daarna naar de prooi toe; bij grotere prooi kan de hele bladschijf zich een beetje om de vangst krommen. Op open zandgrond en in wegbermen vangt de plant vooral mieren, springstaarten en kleine vliegen, dieren die over de grond lopen of er laag boven vliegen.

Standplaats en ecologie

Natte, zure en voedselarme zand- en leemgronden in open landschap: seizoensgebonden drassige plekken in savannes en graslanden, randen van moerassen en poelen die in de droge tijd uitdrogen, en door mensen verstoorde grond zoals wegbermen, greppels en afgegraven terreinen (W7, B6, H2). De plant verdraagt de afwisseling van natte en droge seizoenen goed en koloniseert snel nieuwe open grond.

Verspreiding en hoogte

Een groot deel van tropisch en subtropisch Zuid-Amerika, met het zwaartepunt in Brazilië, waar ze in bijna alle regio's voorkomt; daarnaast opgegeven voor aangrenzende landen, waaronder Bolivia, Paraguay en landen in het noorden van het continent. De afbakening tegenover D. cayennensis en andere verwanten is niet overal scherp, zodat de precieze grenzen van het areaal onzeker zijn. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 36 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend, maar de soort is variabel in grootte en kleur. De sterk op haar lijkende D. viridis werd in 2003 als eigen soort beschreven op grond van de volledig groene rozet en andere kenmerken. Het chromosoomaantal van D. viridis (2n = 20) en het voorkomen van hybriden onderstrepen de nauwe verwantschap tussen beide.

Waar en wanneer te zien

Een van de makkelijkste Zuid-Amerikaanse zonnedauwen om te vinden: kijk in de natte tijd langs onverharde wegen met kale, natte randen en in drassige plekken van open savannes. De plant bloeit het best op zonnige ochtenden. Let op dat verwante soorten in hetzelfde gebied kunnen staan, en kijk goed naar kleur en bloeistengel voordat je een naam toekent.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De soort is wijdverbreid, algemeen en profiteert zelfs van verstoorde grond; er is geen aanleiding tot zorg op soortniveau. Omzetting van savannes in akkers en plantages vernietigt wel lokaal groeiplaatsen.

Wetenschappelijke naam

Drosera communis | Saint-Hilaire, 1824

Beschreven door Auguste de Saint-Hilaire in 1824, mogelijk in "Plantes Usuelles des Brasiliens", nr. 15, p. 1, of in "Histoire des Plantes les plus Remarquables du Brésil et du Paraguay" (1824-1826), p. 267 — bronnen verschillen licht over de exacte publicatietitel. De precieze typelocatie kon niet worden achterhaald. De soort komt voor in Colombia, Venezuela, Brazilië (staat São Paulo e.a.), Bolivia, Paraguay en Argentinië, op 1100-1800 m hoogte. Lectotype bewaard in Parijs (P). Van het Latijnse communis ("gewoon, algemeen verspreid") — verwijst naar het feit dat dit de meest wijdverspreide Drosera-soort van Zuid-Amerika is.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.