Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera condor

Drosera condor

Een zonnedauw van de Cordillera del Cóndor, een afgelegen bergketen op de grens van Ecuador en Peru die botanisch doet denken aan de tepuis van het Guyana-hoogland: vlakke zandsteenplateaus met een eigen, deels endemische flora. Drosera condor werd in 2016 beschreven door Paulo Gonella, Andreas Fleischmann en Fernando Rivadavia, in een revisie van de zonnedauwen van de centrale en noordelijke Andes. De auteurs stelden voor haar als bedreigd te beschouwen.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een meerjarige rozetplant met smal spatelvormige bladeren van 40 tot 70 mm lang, waarvan de jonge bladeren aan de top zijn opgerold. De steunblaadjes zijn driehoekig, 6,5 tot 10 mm lang en 2 tot 4 mm breed, en hebben aan de onderzijde kenmerkende ribbels. De bloemstengel is 90 tot 220 mm lang en draagt lichtroze tot violetroze bloemen. Een bezoeker beschreef de planten in het veld als nogal pover: vaak maar één of twee wijnrode, bekliederde bladeren, omringd door een krans van zwarte, afgestorven bladeren.

Gelijkende soorten

De naaste verwanten zijn Drosera peruensis, die ongeveer 80 km zuidelijker groeit, en Drosera cendeensis uit de Venezolaanse Andes. Alle drie delen de opgerolde jonge bladeren en de combinatie van zittende klieren en gewone haren op de bloeiwijze. D. peruensis heeft kortere bladeren van 7 tot 14, hooguit 28 mm en witte tot lichtroze bloemen, en vormt rechtopstaande zuilen van dode bladeren; D. condor heeft langere bladeren en steunblaadjes met ribbels.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De lange, smalle bladeren vangen kleine vliegende en kruipende insecten in het koele, mistige klimaat van de plateaus. Zoals bij alle zonnedauwen buigen de tentakels naar de prooi toe, en het smalle blad kan zich er gedeeltelijk omheen krullen.

Standplaats en ecologie

Zandsteenplateaus in de vorm van tafelbergen, met een mozaïek van hardbladig struikgewas en open kruidenvegetatie, op 2090 tot 2500 m hoogte (R5, B5, W4). De plant groeit op natte zandige en rotsige plekken, sijpelzones en venige bodems, in een landschap van lage vegetatie op natte zandgrond, omringd door mosrijk nevelwoud en dwergbos.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de Cordillera del Cóndor, op de grens van Peru (regio Amazonas) en Ecuador (provincies Morona-Santiago en Zamora-Chinchipe). Precieze vindplaatsen worden in deze gids niet genoemd, omdat de soort als bedreigd wordt beschouwd.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten erkend. De soort was al eerder verzameld, maar pas in de revisie van 2016 als nieuwe soort herkend. Samen met D. peruensis en D. cendeensis vormt ze een kleine groep Andes-zonnedauwen die zich van alle andere Neotropische soorten onderscheidt.

Waar en wanneer te zien

De Cordillera del Cóndor is moeilijk toegankelijk en was in 1995 het toneel van een grensoorlog tussen Ecuador en Peru; in delen van het gebied liggen nog landmijnen. Een bezoek hoort alleen met lokale gidsen en vergunningen plaats te vinden. Fotografeer planten zonder de natte bodem te vertrappen en deel vindplaatsen niet openbaar.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. De auteurs van de beschrijving stelden de categorie bedreigd voor, op grond van het kleine areaal en de aantasting van het leefgebied. De grootste bedreiging is goudwinning, die in de Cordillera del Cóndor sterk is toegenomen, met wegen en mijnbouwinstallaties tot vlak bij de plateaus.

Wetenschappelijke naam

Drosera condor | Gonella, Fleischmann & Rivadavia, 2016

Beschreven door Gonella, A. Fleischmann & Rivadavia in 2016, in Plant Systematics and Evolution, deel 302, nr. 10, p. 1421 (online gepubliceerd 30 augustus 2016). Ecuador, provincie Morona-Santiago, kanton Gualaquiza, Campamento Achupalla, Cordillera del Cóndor, ongeveer 15 km ten oosten van Gualaquiza, op 2090 m hoogte. Holotype in QCNE (nr. 92866), isotypen in MO (2x), PMA en SPF. Vernoemd naar de Cordillera del Cóndor, het gebergte waar de soort groeit — zelf weer vernoemd naar de condor, de grote gier.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.