Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera elongata

Drosera elongata

Een weinig bekende zonnedauw van de hoogvlakten van Angola en omgeving, in 1955 door Exell en Laundon beschreven. De naam elongata — 'verlengd' — verwijst naar de lange stengel die de plant vormt. Op de IUCN-Rode Lijst staat hij als Data Deficient: er is te weinig bekend om de bedreiging te beoordelen.

Drosera elongata
Foto: Nick Helme — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een zonnedauw met een verlengde, opgaande stengel waarlangs smalle, beklierde vangbladeren verspreid staan, zoals bij de verwante D. madagascariensis en D. affinis. Betrouwbare maten uit een flora waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera madagascariensis en D. affinis hebben eenzelfde groeiwijze; het onderscheid berust op details van blad en bloem en is in het veld lastig. De rozetvormende soorten van het gebied, zoals D. burkeana en D. bequaertii, vormen geen lange stengel.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De langs de stengel verspreide bladeren vangen kleine insecten op verschillende hoogten in de vegetatie; na contact buigen de tentakels naar de prooi en scheiden de klieren verteringsenzymen af.

Standplaats en ecologie

Natte, open plekken op de hoogvlakten: drassige graslanden, dambo's en moerasranden in savanne en open bosland (W4, W7, B6). Specifieke standplaatsgegevens zijn schaars.

Verspreiding en hoogte

Centraal-Afrika: zeker bekend uit Angola; opgaven uit Zambia en het zuiden van de DR Congo, zoals in de werklijst van deze gids, zijn plausibel maar in de geraadpleegde bronnen niet bevestigd. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 4 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort is gekend van weinig collecties, en haar afbakening tegenover D. madagascariensis en D. affinis verdient nieuw onderzoek.

Waar en wanneer te zien

Veldwaarnemingen zijn zeldzaam en daarom waardevol. Documenteer stengel, blad en bloem met foto's en laat de determinatie controleren door een specialist.

Staat van instandhouding

Op de IUCN-Rode Lijst beoordeeld als Data Deficient (onvoldoende gegevens); niet in CITES. Dat betekent niet dat de soort veilig is, maar dat gegevens over areaal en aantallen ontbreken.

Wetenschappelijke naam

Drosera elongata | Exell & Laundon, 1955

Beschreven door Exell & J.R. Laundon in 1955, in Boletim da Sociedade Broteriana, serie 2, deel 29, p. 42. Typemateriaal verzameld op 27 april 1937 door A.W. Exell & F.A. Mendonça, in Lunda Sul, Angola, plaats "Tenga", nabij Luma-Cassai (holotype in BM). "Tenga", nabij Luma-Cassai, provincie Lunda Sul, Angola — een Afrikaanse soort, in tegenstelling tot de meeste andere soorten in deze golf. De soort komt ook voor in Burundi, Congo, DR Congo, Tanzania en Zambia. Van het Latijnse elongatus ("verlengd") — vermoedelijk verwijzend naar de verlengde, klimmende stengels (tot 90 cm), al is dit niet letterlijk bevestigd in een bron.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.