Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera ericgreenii

Drosera ericgreenii

Een pas in 2008 beschreven rozetzonnedauw uit de Westkaap, het werk van Andreas Fleischmann, Richard Gibson en Fernando Rivadavia. Drosera ericgreenii is vernoemd naar Eric Green, een kenner van de Kaapse vleesetende planten. De beschrijving laat zien dat ook in een goed onderzochte flora als die van de Kaap nog onbeschreven zonnedauwen te vinden waren.

Drosera ericgreenii
Foto: Benjamin Deschodt — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Herkenning

Een rozetzonnedauw met beklierde vangbladeren en een bloeistengel uit het hart van de rozet. Betrouwbare maten en een bloemkleur uit de oorspronkelijke beschrijving waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

De soort werd vóór haar beschrijving vermoedelijk gerekend tot een van de bekende Kaapse rozetzonnedauwen, zoals D. aliciae, D. slackii of D. hilaris. Het overzicht van Fleischmann (2018) in Willdenowia, dat alle rozetvormende zonnedauwen van de Westkaap behandelt, is de aangewezen bron voor het onderscheid.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval: gesteelde klieren met kleverige druppels houden kleine insecten vast, waarna de tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden.

Standplaats en ecologie

Natte, voedselarme plekken in bergfynbos, zoals sijpelzones en beekoevers op zandsteen (R1, W4, B5). Specifieke standplaatsgegevens waren niet beschikbaar.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor de Westkaap van Zuid-Afrika. Een nauwkeuriger areaal kon uit de geraadpleegde bronnen niet worden vastgesteld; hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 4 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Geen variëteiten. De beschrijving in 2008 viel in een periode waarin Fleischmann, Rivadavia en collega's de Kaapse zonnedauwen systematisch herzagen, deels met moleculaire methoden; D. ericgreenii is een van de weinige nieuwe soorten die daaruit voortkwamen en algemeen zijn aanvaard.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de natte maanden langs sijpelplekken in de bergen van de Westkaap. Wie een rozetzonnedauw vindt die niet goed past bij de bekende soorten, kan hem met foto's van rozet, blad en bloem vastleggen en laten controleren.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal is waarschijnlijk klein; de bedreigingen zijn die van de bergfynbos in het algemeen: uitheemse bomen, verdroging en een verstoord brandregime.

Wetenschappelijke naam

Drosera ericgreenii | Fleischmann, Gibson & Rivadavia, 2008

Beschreven door A. Fleischmann, R.P. Gibson & F. Rivadavia in 2008, in Bothalia, deel 38, nr. 2, p. 141-144 (14 oktober 2008). Omgeving Franschhoek/Worcester, West-Kaapprovincie, Zuid-Afrika, op ongeveer 600-850 m hoogte, op rotsachtige zandhellingen in fynbos. Holotype in het herbarium NBG. Vernoemd naar Eric Green, voor zijn bijdragen aan de kennis van vleesetende planten in de West-Kaap.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.