Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera murfetii

Drosera murfetii

Een zonnedauw uit het westen van Tasmanië, en een soort die pas recent als zelfstandig is erkend. Drosera murfetii is een naaste verwant van D. arcturi, de alpenzonnedauw van Tasmanië, het Australische vasteland en Nieuw-Zeeland, en werd lange tijd daartoe gerekend. In 2014 werd hij als eigen soort gepubliceerd in het Journal of the Adelaide Botanic Gardens, door Allen Lowrie en John Conran. De naam eert Denis Murfet, een Zuid-Australische kenner van de vleesetende planten van het continent.

Drosera murfetii
Foto: MFdeS — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een overblijvende rozet uit de groep van D. arcturi, met langwerpige, riemvormige bladeren. Volgens de beschrijving onderscheidt de soort zich van D. arcturi doordat een plant meestal maar één of twee echte vangbladeren met tentakels draagt, terwijl de overige bladeren geen tentakels hebben; de planten zijn bovendien groter, en de bloemstengel draagt meer bloemen. Betrouwbare maten uit de oorspronkelijke publicatie konden voor deze gids niet worden ingezien; de maatvelden zijn daarom leeg gelaten.

Gelijkende soorten

De enige echte verwarring is met Drosera arcturi, die in het Tasmaanse hoogland wijdverspreid is. Die draagt tentakels op vrijwel alle bladeren, is kleiner en heeft meestal één bloem per stengel. Andere Tasmaanse zonnedauwen, zoals D. spatulata, D. pygmaea of de knolvormende soorten, hebben een heel andere bladvorm en zijn niet te verwarren.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval, maar met een bijzonderheid: omdat maar een deel van de bladeren tentakels draagt, is de vangcapaciteit per plant beperkter dan bij de meeste zonnedauwen. De vangbladeren werken zoals gebruikelijk: kleverige druppels houden kleine insecten vast, de tentakels buigen naar de prooi, en enzymen uit de klieren verteren haar. Waarom de soort een deel van haar bladeren 'vrijstelt' van de vangst, is niet onderzocht; bij verwante soorten wordt zo'n verschuiving wel in verband gebracht met een koel, nat klimaat waarin fotosynthese zwaarder weegt dan het vangen van schaarse prooi.

Standplaats en ecologie

Natte, zure, voedselarme standplaatsen in het westen van Tasmanië: veenachtige, open vegetatie en moerassige plekken, waarschijnlijk vergelijkbaar met de natte hooglandvenen waar D. arcturi groeit (W1, W4). Een gedetailleerde standplaatsbeschrijving uit de oorspronkelijke publicatie kon deze gids niet inzien; de codes zijn gekozen op basis van de verwantschap en het algemene karakter van het gebied, en moeten als voorlopig worden gelezen.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Tasmanië, en daar beperkt tot het westen van het eiland. Buiten Tasmanië komt de soort niet voor. Een gepubliceerd hoogtebereik is niet gevonden; het hoogteveld blijft leeg.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 31 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De soort is zelf het resultaat van het opsplitsen van het vroegere, bredere begrip D. arcturi; in oudere literatuur en herbariumcollecties kunnen planten van D. murfetii daarom onder die naam staan.

Waar en wanneer te zien

Het westen van Tasmanië is ruig, nat en grotendeels onbewoond; veel ervan valt onder het werelderfgoedgebied Tasmanian Wilderness. Zoek in de zomer op open, natte plekken langs wandelroutes en kijk goed naar de bladeren: alleen een plant met slechts één of twee kleverige bladeren tussen de andere is een kandidaat. Blijf op de paden; hoogveen herstelt zich zeer traag.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde IUCN-Rode Lijst geldt de soort als niet bedreigd (LC); in CITES staat hij niet. Een groot deel van West-Tasmanië is beschermd en weinig door mensen aangetast. Plaatselijke bedreigingen zijn wandelerosie, brand in veengebieden en, op langere termijn, klimaatverandering, die koele, natte hooglandvenen droger kan maken.

Wetenschappelijke naam

Drosera murfetii | Lowrie & Conran, 2014

Drosera murfetii werd in 2014 beschreven door Allen Lowrie en John G. Conran, in het artikel "Drosera murfetii (Droseraceae): a new species from Tasmania, Australia", gepubliceerd in Journal of the Adelaide Botanic Gardens, deel 27, p. 7–21. Het typemateriaal is afkomstig uit het westen van Tasmanië, Australië. De precieze vindplaats, de verzamelaar en de verzameldatum van het holotype konden niet met zekerheid worden achterhaald. De soortnaam is vrijwel zeker een eponiem, gevormd met het achtervoegsel "-ii" naar een persoonsnaam Murfet. Vermoedelijk eert de naam David Murfet, een Tasmaanse plantenverzamelaar die nauw betrokken was bij onderzoek naar Tasmaanse Drosera-soorten (dezelfde naam duikt op als medeverzamelaar bij het typemateriaal van de verwante Drosera nana). Wie precies wordt geëerd, kon echter niet met zekerheid worden bevestigd.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.