Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera natalensis

Drosera natalensis

Een rozetzonnedauw van de natte zandvlakten langs de Indische Oceaan. Drosera natalensis werd in 1906 door Ludwig Diels beschreven, genoemd naar de toenmalige kolonie Natal, en komt voor in het oosten van Zuid-Afrika, in Mozambique en op Madagaskar. In cultuur wordt hij soms met D. aliciae verward, maar in het wild groeien de twee ver uit elkaar.

Drosera natalensis
Foto: Michal Rubeš — CC BY 3.0 cz · Wikimedia Commons
Drosera natalensis — de bloem
De bloem · Foto: Michal Rubeš — CC BY 3.0 cz · Wikimedia Commons

Herkenning

Een vlakke tot half opgerichte rozet van spatelvormige bladeren die geleidelijk in de bladsteel versmallen, met rode tentakels op de bovenzijde en langs de rand. Kenmerkend zijn de sterk behaarde steunblaadjes aan de bladvoet en een vrij grote afstand tussen de bladvoet en de eerste tentakels. De bloeistengel draagt roze bloemen. Gepubliceerde maten uit een flora waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera aliciae uit de Kaap lijkt sterk, maar heeft minder behaarde steunblaadjes en begint de tentakels dichter bij de bladvoet. In het eigen areaal kan D. natalensis samen voorkomen met D. burkeana en D. madagascariensis; de laatste vormt een stengel, de eerste heeft kortere, bredere bladschijven. Drosera dielsiana is kleiner en staat meer landinwaarts in graslanden.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. Insecten die op de kleverige druppels landen, raken vast; de omringende tentakels buigen vervolgens naar de prooi en de klieren scheiden verteringsenzymen af. In de natte zandvlakten vangt de plant vooral muggen en kleine vliegen.

Standplaats en ecologie

Natte, zure en voedselarme zandbodems nabij de kust: seizoensgebonden natte laagten, moerasranden en open, drassige graslanden op zand (W4, W7, D1). De plant staat open en zonnig; hoge vegetatie of bosopslag verdringt hem.

Verspreiding en hoogte

Oostelijk Zuid-Afrika (KwaZulu-Natal), Mozambique en Madagaskar. Dat wijkt af van de aanduiding 'Kaap-bergen' in de werklijst van deze gids: de soort is geen Kaapse bergplant maar een laaglandsoort van de kustvlakte in het oosten. Hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 85 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten onderscheiden. De verhouding tot de Kaapse D. aliciae-groep en tot D. nidiformis is in de literatuur onderwerp van discussie geweest; in de huidige lijsten van Kew geldt D. natalensis als aparte soort.

Waar en wanneer te zien

In KwaZulu-Natal groeit de plant in de natte zomer. Zoek in de moerassige zandvlakten achter de kustduinen, vaak in beschermde natuurgebieden. De rozetten zijn in de zon rood en tegen het witte zand goed zichtbaar.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Het areaal is vrij groot en verspreid over drie landen. Plaatselijk verdwijnen groeiplaatsen door bosbouwplantages van eucalyptus en den, door drooglegging en door kustbebouwing.

Wetenschappelijke naam

Drosera natalensis | Diels, 1906

Drosera natalensis werd in 1906 beschreven door de Duitse botanicus Ludwig Diels, in H.G.A. Engler (red.), Das Pflanzenreich, IV.112 (aflevering 26), p. 93. De soort komt voor in Madagaskar, Mozambique en Zuid-Afrika (met name KwaZulu-Natal). De naam wijst op een oorsprong in de historische regio Natal, maar de precieze typevindplaats, verzamelaar en verzameldatum konden niet met zekerheid worden achterhaald. De naam is een toponiem: het Latijnse achtervoegsel "-ensis" ("afkomstig uit") gecombineerd met "Natal" geeft "uit Natal", verwijzend naar de voormalige Zuid-Afrikaanse kolonie/provincie Natal (tegenwoordig grotendeels de provincie KwaZulu-Natal), waar de soort kennelijk het eerst werd gevonden of het meest kenmerkend voorkomt.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.