Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera nidiformis

Drosera nidiformis

Een zonnedauw met een rozet als een vogelnestje. Drosera nidiformis — 'nestvormig' — werd in 1991 door Paul Debbert beschreven. De naam verwijst naar de manier waarop de opgerichte bladeren een komvormige rozet vormen. De soort hoort bij de zomergroeiende zonnedauwen van het oosten van Zuid-Afrika.

Drosera nidiformis
Foto: incidencematrix in kweek — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera nidiformis — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: incidencematrix in kweek — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons
Drosera nidiformis — de bloem
De bloem · Foto: Piotr Górecki — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een rozet van schuin opgerichte, spatelvormige vangbladeren met rode tentakels, die samen een ondiepe kom vormen — het 'nest' uit de naam. De bloeistengel komt uit het hart van de rozet. Betrouwbare maten en een bloemkleur uit de oorspronkelijke beschrijving waren voor deze tekst niet beschikbaar; de maatvelden blijven leeg.

Gelijkende soorten

Drosera natalensis en D. dielsiana zijn de belangrijkste verwarringssoorten; hun rozetten liggen doorgaans vlakker. Drosera madagascariensis vormt een stengel met verspreide bladeren, en D. burkeana heeft korte, ronde bladschijven.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval: gesteelde klieren met kleverige druppels houden kleine insecten vast, waarna de tentakels naar de prooi buigen en de klieren verteringsenzymen afscheiden. De opgerichte bladeren vangen ook insecten die net boven de grond vliegen.

Standplaats en ecologie

Natte plekken in graslanden en op berghellingen in het zomerregengebied: sijpelzones, natte rotsplaten en moerasranden (W4, R1, B6). Specifieke standplaatsgegevens zijn schaars.

Verspreiding en hoogte

Zuid-Afrika: het oosten van het land, in de Oostkaap en KwaZulu-Natal (zoals de werklijst van deze gids aangeeft). Een nauwkeuriger areaal kon uit de geraadpleegde bronnen niet worden vastgesteld; hoogtegrenzen zijn niet gevonden.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 3 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Geen variëteiten. De soort behoort tot een groep kleine rozetzonnedauwen van het zomerregengebied (met D. natalensis, D. dielsiana en D. collinsiae) waarvan de onderlinge afbakening niet in alle opzichten vastligt. Sommige auteurs hebben D. nidiformis in verband gebracht met D. natalensis; Kew aanvaardt haar als aparte soort.

Waar en wanneer te zien

Zoek in de natte zomermaanden op natte hellingen en in sijpelzones. De komvormige rozet onderscheidt zich van de vlakke rozetten van de meeste verwanten.

Staat van instandhouding

Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES. Natte graslanden in het oosten van Zuid-Afrika staan onder druk door bosbouwplantages, landbouw en overbegrazing.

Wetenschappelijke naam

Drosera nidiformis | Debbert, 1991

Drosera nidiformis werd beschreven door Peter Debbert, gedateerd 1991 (gepubliceerd 1992), in Mitteilungen der Botanischen Staatssammlung München, deel 30, p. 374. Het typemateriaal is afkomstig uit Natal (het huidige KwaZulu-Natal), Zuid-Afrika, en werd verzameld door P. Debbert (verzamelnummer 124). De beschrijving is gebaseerd op materiaal dat gecultiveerd werd in de Botanische Tuin van München, mei 1991; waar in het wild dit materiaal oorspronkelijk vandaan kwam, kon niet nader worden achterhaald. De naam is beschrijvend Latijn, samengesteld uit "nidus" ("nest") en het achtervoegsel "-formis" ("vormig"), en betekent dus "nestvormig" — een verwijzing naar de vorm van de bladrozet, die aan een vogelnestje doet denken.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.