Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera pauciflora
Drosera pauciflora
Een zonnedauw die bijna geheel bloem lijkt: een vlakke rozet op het zand, en daarboven op een kale steel één tot drie grote, komvormige roze bloemen met een donker hart. Drosera pauciflora — 'weinigbloemig' — behoort tot hetzelfde soortcomplex als D. cistiflora en is een van de voorjaarsverrassingen van de laaglanden ten noorden en oosten van Kaapstad.

Herkenning
Een compacte basale rozet van ongeveer 5 cm doorsnede, met half opgerichte, smal eironde bladeren tot 25 mm lang en 8 mm breed. De bladeren zijn zittend: er is geen duidelijke bladsteel en er zijn geen steunblaadjes. Ze dragen zowel tentakels met een knopvormige klier als rechte tentakels. Uit het midden van de rozet komt een rechtopstaande, onbebladerde bloemsteel tot 20 cm hoog met één tot drie grote roze tot mauve bloemen, vaak met een donkere vlek in het hart. De stijlen zijn gefranjerd. De bloemen gaan alleen open bij goed zonlicht, en dan maar een paar uur.
Gelijkende soorten
Het belangrijkste onderscheid is met Drosera cistiflora, die even grote bloemen heeft maar later in het seizoen een rechtopstaande, bebladerde stengel vormt. Bij D. pauciflora blijft de plant een rozet, en de bloemsteel is kaal. Andere Kaapse rozetzonnedauwen, zoals D. trinervia, D. aliciae en D. cuneifolia, hebben veel kleinere bloemen, meerdere per steel.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval. Naast de gewone tentakels met een knopvormige kop draagt het blad rechte tentakels; samen vormen ze een kleverig tapijt waarin kleine insecten vastraken. Na vangst buigen tentakels naar de prooi en worden verteringsenzymen afgescheiden. De grote bloemen staan hoog genoeg boven de rozet om bestuivers niet in gevaar te brengen, al is de soort meestal zelfbestuivend.
Standplaats en ecologie
In de winter vochtige tot drassige, open zandige grond: sijpelplekken, vlakke zandige terreinen in de fynbos en seizoensgebonden natte plekken in alluviaal renosterveld (W7, D1, B5). De plant groeit in de natte winter, bloeit in het voorjaar en overleeft de zomer ondergronds. Na brand bloeit hij rijkelijk.
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor de Westkaap van Zuid-Afrika, in de laaglanden en voetheuvels rond Darling, Paarl en Stellenbosch, met een opgave bij Piketberg, tussen 61 en 1050 m hoogte.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
De soort maakt deel uit van het D. cistiflora-complex; vormen met kortere stengels en grote bloemen zijn in het verleden heen en weer geschoven tussen de twee soorten, en D. pauciflora var. minor geldt nu als synoniem van D. cistiflora. Op de Engelstalige Wikipedia staan D. acaulis en D. grandiflora als synoniemen vermeld; die opgave van D. acaulis betreft vermoedelijk een homoniem en niet de door Linnaeus filius beschreven, elders in deze gids behandelde soort.
Waar en wanneer te zien
Ga in augustus of september naar de natuurreservaten rond Darling, bekend om hun voorjaarsbloei, en zoek op zonnige ochtenden in natte zandige laagten. Een jaar na brand is de kans op massale bloei het grootst. Controleer vooraf of de reservaten open zijn; veel liggen op privéterrein.
Staat van instandhouding
Niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en niet opgenomen in CITES; op de Zuid-Afrikaanse Rode Lijst staat hij als niet bedreigd. Toch is het areaal klein en ligt het grotendeels in landbouwgebied waar renosterveld en laaglandfynbos sterk zijn versnipperd. Behoud van de resterende natte laagten en een natuurlijk brandregime zijn voor de soort van groot belang.
Wetenschappelijke naam
Drosera pauciflora | Banks ex de Candolle, 1824
Drosera pauciflora werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Augustin Pyramus de Candolle in 1824, in deel 1 (pagina 317) van zijn Prodromus Systematis Naturalis Regni Vegetabilis, op basis van een eerder door Joseph Banks opgestelde, ongepubliceerde naam (vandaar de auteursaanduiding "Banks ex DC."). De soort komt endemisch voor in het zuidwesten van de Kaapprovincie in Zuid-Afrika, met name rond Darling, Paarl en Stellenbosch, waar ze in fynbosvegetatie groeit; wie het typemateriaal precies verzamelde en wanneer, kon niet met zekerheid worden achterhaald. Het epitheton pauciflora is beschrijvend en is samengesteld uit het Latijnse paucus ("weinig") en flos/flora ("bloem"), en verwijst dus naar het relatief kleine aantal bloemen dat de plant per stengel voortbrengt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.