Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera stolonifera
Drosera stolonifera
De naamgever van de sectie Stolonifera, en de eerste van de waaierbladige zonnedauwen die Europeanen onder ogen kregen: Charles von Hügel verzamelde hem in 1833 aan de Swan River. Drosera stolonifera is een plant van de natte heide rond Perth, die na een bosbrand massaal in bloei komt.


Herkenning
Een meerjarige knolplant met twee tot drie half opgerichte zijstengels van 10 tot 15 cm lang, waarlangs de waaiervormige vangbladeren van de sectie staan. Het verschil met de naaste verwant zit in de lengte van de bladstelen. Bloei in september en oktober; na brand bloeit de soort vaak met grote aantallen tegelijk. Bloemkleur en nauwkeurige maten zijn in de geraadpleegde bronnen niet vermeld.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Drosera purpurascens, die vooral in de lengte van de bladstelen verschilt. Binnen de sectie zijn verder D. prostrata (liggende stengels, noordelijke zandvlakten), D. rupicola (tolvormige knol, beweeglijke bladschijf, granietrotsen in het binnenland), D. ramellosa (rechte stengels, bloeiwijzen uit de rozet) en D. platypoda (tot 20 cm, uiterste zuidwesten) van belang. Veel van die namen waren vroeger ondersoorten van D. stolonifera, wat oudere literatuur verwarrend maakt.
De val en hoe hij werkt
Een actieve lijmval met een eigen bladvorm. De bladeren zijn waaiervormig: een smalle voet die zich verbreedt tot een schijf waarvan de bovenrand bezet is met lange tentakels, soms in drie- of meertallige kransen langs de stengel. Kleine insecten die tegen die rand aanlopen of erop landen blijven aan de druppels kleven, waarna de tentakels zich over de prooi buigen en de klieren enzymen afscheiden. De opgenomen stikstof en fosfor gaan, zoals bij alle knoldragende zonnedauwen, voor een groot deel naar de knol die de plant door de zomer moet dragen.
Standplaats en ecologie
Twee vormen met elk een eigen standplaats. De typische vorm groeit op venige, in de winter verzadigde bodems in moerassige heide (W7, W4, B5); een 'heuvelvariant' staat op goed doorlatend, kleiig zand in het jarrah-bosland van de heuvels (B6).
Verspreiding en hoogte
Endemisch voor West-Australië, in moerassige gebieden van de omgeving van Perth zuidwaarts tot Pinjarra, met de heuvelvariant in het aangrenzende jarrahbos. Hoogtegrenzen zijn niet gepubliceerd.
- Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Vormen en variatie
Stephan Endlicher beschreef de soort in 1837, op grond van materiaal dat Charles von Hügel in 1833 in de Swan River-streek had verzameld. In de loop van de twintigste eeuw werden onder D. stolonifera meerdere ondersoorten onderscheiden — compacta, humilis, rupicola, monticola, porrecta en prostrata — die Allen Lowrie tussen 1982 en 2011 vrijwel allemaal tot soort verhief. Wat nu nog D. stolonifera heet, is dus een veel nauwer omschreven plant dan in oudere flora's. De 'heuvelvariant' is (nog) niet formeel benoemd.
Waar en wanneer te zien
Het beste jaar om te gaan is het eerste voorjaar na een brand: dan bloeit de soort massaal in september en oktober. Zoek in natte heide op de kustvlakte en de rand van de Darling Scarp. Blijf op paden; natte heide herstelt zich traag van betreding, en na brand is de bodem extra kwetsbaar.
Staat van instandhouding
Op de IUCN-Rode Lijst als niet bedreigd (LC) beoordeeld; niet in CITES. De natte heide rond Perth is door stadsuitbreiding, ontwatering en ontginning sterk ingekrompen; wat overblijft ligt grotendeels in reservaten en staatsbos. Omdat de soort op brand reageert, is een passend brandregime een belangrijk beheerpunt.
Wetenschappelijke naam
Drosera stolonifera | Endlicher, 1837
Drosera stolonifera werd in 1837 beschreven door de Oostenrijkse botanicus Stephan Endlicher, in zijn werk over de plantenverzamelingen van baron Karl von Hügel uit zuidwestelijk Nieuw-Holland, p. 5. Het typemateriaal werd in 1833 verzameld door baron Charles von Hügel in het Swan River-gebied, in het zuidwesten van West-Australië. De naam stolonifera is samengesteld uit het Latijnse stolo ("uitloper") en ferre ("dragen"), en betekent dus "uitlopers dragend". De naam verwijst naar de groeiwijze van de plant, die zijstengels of uitlopers vormt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.