Alle soorten › Anjerachtigen › Zonnedauwfamilie › Drosera menziesii

Drosera menziesii

De 'Pink Rainbow' van West-Australië, een van de meest verspreide en variabelste knolzonnedauwen van het zuidwesten. De naam eert Archibald Menzies, de scheepsarts en natuuronderzoeker die in 1791 met de expeditie van George Vancouver King George Sound bezocht. Robert Brown gaf de plant zijn naam, maar de formele beschrijving kwam in 1824 van Augustin Pyramus de Candolle. Een van de typecollecties werd verzameld door Georgiana Molloy, de kolonistenvrouw die aan de Vasse River als een van de eerste vrouwen in West-Australië planten voor Europese botanici verzamelde.

Drosera menziesii
Foto: Rosťa Kracík — CC BY 3.0 cz · Wikimedia Commons
Drosera menziesii — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: botanygirl — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons
Drosera menziesii — de bloem
De bloem · Foto: Ilena Gecan from Perth, Australia — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een overblijvende plant die elk jaar uit een ondergrondse knol een rechtopstaande of slingerende, vaak golvende stengel maakt, van enkele centimeters tot ruim een meter. Langs de stengel staan kleine, ronde vangbladen op steeltjes. De bloemen zijn meestal roze, maar er komen ook witte, purperen en rode vormen voor; ze verschijnen van juli tot november. De combinatie van een golvende stengel, ronde bladeren en roze bloemen is het beste veldkenmerk. Nauwkeurige blad- en bloemmaten hebben we niet in een geraadpleegde bron gevonden.

Gelijkende soorten

Andere klimmende knolzonnedauwen lijken erop. Drosera macrantha heeft grotere, meestal witte bloemen en komvormige bladeren. D. neesii heeft eveneens roze bloemen, maar komvormige bladeren in groepjes van drie langs de stengel. D. modesta bloeit wit en heeft schildvormige bladeren met lange tentakels. Binnen D. menziesii zelf lopen de vier ondersoorten in elkaar over, wat de determinatie tot op ondersoort lastig maakt.

De val en hoe hij werkt

Een actieve lijmval. De ronde bladschijfjes dragen tentakels met kleverige druppels die vooral kleine vliegende insecten vangen. Na een vangst buigen de tentakels naar het midden van het blad en worden verteringsenzymen afgescheiden. Bij slingerende planten hangen de vangbladen verspreid in de omringende struiken; de kleverige tentakels helpen de stengel tegelijk om zich vast te houden.

Standplaats en ecologie

Klei, venig zand of leem op plekken die 's winters nat staan: seizoensmoerassen, natte laagten en de randen van granietkoppen (W7, W4, R3, D1). De soort groeit met de herfstregens, bloeit van de late winter tot in het voorjaar en overleeft de droge zomer als knol.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Zuidwest-Australië, in een groot gebied. FloraBase noemt de bioregio's Avon Wheatbelt, Esperance Plains, Geraldton Sandplains, Jarrah Forest, Mallee, Swan Coastal Plain en Warren, van de streek ten noorden van Perth tot de zuidkust en de omgeving van Esperance.

  • Waargenomen (hokken van een kwart graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 199 vakken van een kwart graad waarin de soort werkelijk is waargenomen, uit GBIF en alleen uit waarnemingen die tot op vijf kilometer nauwkeurig zijn. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets. Bij bedreigde soorten gaat deze laag nooit fijner dan een hele graad, met opzet.

Vormen en variatie

Er worden vier ondersoorten onderscheiden. Naast de typische subsp. menziesii zijn dat subsp. penicillaris, door Ludwig Diels in 1906 als variëteit beschreven en in 1992 door Marchant en Lowrie tot ondersoort verheven; subsp. thysanosepala, door Diels in 1906 als soort beschreven en in 1982 door Marchant tot ondersoort teruggebracht; en subsp. basifolia, in 1992 beschreven en herkenbaar aan een dichte groep verspreid staande stengelbladeren aan de voet van de stengel. Van de drie variëteiten die George Bentham in 1864 beschreef, is er één nu een synoniem van D. macrantha.

Waar en wanneer te zien

Ga in augustus of september; dan bloeit de soort in het grootste deel van zijn areaal. Zoek aan de randen van seizoensmoerassen en granietkoppen, en in de kustvlakte ten zuiden van Perth. De roze bloemen op golvende stengels zijn van een afstand te zien. Kijk goed naar de voet van de stengel en de kelkbladen als je de ondersoort wilt vaststellen.

Staat van instandhouding

Op de wereldwijde Rode Lijst van de IUCN staat de soort als niet bedreigd (LC); in West-Australië geldt hij als niet bedreigd. In CITES is hij niet opgenomen. Door zijn grote areaal en brede standplaatskeuze is de soort als geheel veilig, al zijn populaties in de kustvlakte en de Wheatbelt door ontwatering, bebouwing en ontginning sterk versnipperd.

Wetenschappelijke naam

Drosera menziesii | R. Brown ex de Candolle, 1824

Drosera menziesii werd genoemd door Robert Brown en formeel gepubliceerd door Augustin Pyramus de Candolle (aangeduid als "R.Br. ex DC.") in de Prodromus Systematis Naturalis Regni Vegetabilis, deel 1, p. 319 (1824). Het typemateriaal (B 100294474, Herbarium Berolinense, Berlijn) werd verzameld door Georgiana Molloy bij de Vasse River in West-Australië; de precieze verzameldatum kon niet met zekerheid worden achterhaald. De uitgang "-ii" wijst op een eerbetoon aan een persoon met de naam Menzies. Vermoedelijk gaat het om Archibald Menzies (1754–1842), Schotse marinechirurg en botanicus die tijdens de Vancouver-expeditie (1791) de zuidkust van Australië (King George Sound) bezocht en naar wie diverse Australische en Noord-Amerikaanse planten zijn vernoemd (o.a. Pseudotsuga menziesii, Arbutus menziesii). Deze specifieke toewijzing voor D. menziesii kon echter niet met zekerheid worden bevestigd.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.