Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes alata
Nepenthes alata
Een van de oudste en bekendste namen in het geslacht, maar ook een van de meest misverstane. Nepenthes alata — 'gevleugeld', naar de gevleugelde bladsteel — werd in 1837 beschreven door de Spaanse augustijner Francisco Manuel Blanco in zijn Flora de Filipinas. Meer dan anderhalve eeuw lang werd de naam gebruikt voor een zeer variabele soort van vrijwel de hele Filipijnse archipel, van zeeniveau tot 1900 m. In 2013 stelden Martin Cheek en Matthew Jebb de identiteit van de naam opnieuw vast en beperkten ze de soort tot een behaarde bergplant van het noorden en midden van Luzon. De meeste andere populaties dragen sindsdien andere namen.

Herkenning
In de strikte opvatting van Cheek en Jebb (2013) een klimplant van het bergbos met blijvend behaarde stengels. Het belangrijkste veldkenmerk is de beharing van de bekers: meer dan de helft van de buitenkant is bedekt met grijze sterharen, wat de bekers een zacht, fluweelachtig uiterlijk geeft. Daarnaast dragen de bovenbekers in hun bovenste deel gefranjerde vleugels, en is de onderkant van het deksel dicht en gelijkmatig bezet met kleine nectarklieren van 0,15 tot 0,2 mm doorsnede. Zoals bij de hele Nepenthes alata-groep zijn de bladstelen gevleugeld, draagt het deksel aan de onderkant een basale richel en zijn de bovenbekers meestal nabij de voet het breedst. Omdat de beschrijvingen met maten uit de oudere literatuur de soort in brede zin betreffen, en voor de soort in strikte zin geen toetsbare maten zijn gevonden, geeft deze gids geen afmetingen.
Gelijkende soorten
Verwarring ligt vooral in de naam. Wat vóór 2013 als Nepenthes alata werd gepubliceerd, omvat onder meer planten die nu Nepenthes graciliflora heten (de wijdverspreide, weinig behaarde plant die in de kweek als 'typische alata' bekendstaat), Nepenthes negros van Negros en Biliran, en Nepenthes ramos van Mindanao. Nauwe verwanten in de groep zijn verder onder andere Nepenthes mindanaoensis, Nepenthes hamiguitanensis, Nepenthes leyte, Nepenthes kitanglad en Nepenthes extincta. Op Luzon zelf is Nepenthes ventricosa een bergsoort in hetzelfde gebied; die heeft hoekige stengels en roomwitte zandlopervormige bekers en is dus goed te onderscheiden.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval van het gewone type met twee bekervormen: onderbekers aan de rozetten van jonge planten, bovenbekers aan de klimstengel. Bijzonder is de dichte beharing van de buitenwand, die de soort in strikte zin kenmerkt; wat die beharing voor de vangst betekent, is niet onderzocht. De gefranjerde vleugels aan de bovenkant van de bovenbekers kunnen kruipende insecten naar de mond leiden. De onderkant van het deksel is dicht bezet met nectarklieren, die insecten naar de rand lokken, waar ze op het natte peristoom wegglijden in de verteringsvloeistof. Specifiek prooionderzoek aan de soort in strikte zin is niet gevonden; veel ouder onderzoek onder deze naam gaat over andere soorten van de groep.
Standplaats en ecologie
Bemost bergbos en submontaan bos, vanaf ongeveer 550 m hoogte (B1). Dat is een veel smallere ecologische niche dan de oude opvatting suggereerde, waarin de soort van het laagland tot hoog in de bergen voorkwam. Het gaat om koel, vochtig bos met een dikke moslaag, waar de plant door de vegetatie klimt of op open plekken en bosranden in het licht groeit. Een bovengrens wordt in de geraadpleegde bronnen niet genoemd, zodat het hoogteveld leeg blijft.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de Filipijnen en in strikte zin beperkt tot het noorden en midden van Luzon, vooral ten noorden van Manilla. Het zwaartepunt ligt in de Cordillera Central in het noordoosten van Luzon (de provincies Benguet, Bontoc, Ilocos Norte, Nueva Vizcaya, Mountain Province en Ifugao), met zeldzamere vondsten in het Zambales-gebergte en de Sierra Madre. Onze eigen soortenlijst noemt 'Filipijnen', wat voor de oude, brede opvatting klopte; na de herziening van 2013 is de soort alleen van Luzon bekend. Opgaven van andere eilanden betreffen andere soorten.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn in het wild geen variëteiten of vormen onderscheiden die bij de soort in strikte zin horen. Veel van de kleur- en vormvariatie die in oudere literatuur aan Nepenthes alata wordt toegeschreven, betreft in feite andere soorten van de groep. Hetzelfde geldt voor de lange lijst van hybriden die onder deze naam gemeld zijn: de meeste gaan over planten van buiten Luzon, en dus over Nepenthes graciliflora of andere nu erkende soorten. Welke natuurlijke hybriden de soort in strikte zin vormt, is in de geraadpleegde bronnen niet uitgewerkt.
Waar en wanneer te zien
De Cordillera Central van Noord-Luzon is goed bereisbaar vanuit Baguio en de bergsteden van de provincies Benguet, Mountain Province en Ifugao. Zoek in resten van bemost bergbos op hellingen en bergkammen, niet in de dennenbossen. Let bij het determineren op de dichte grijze beharing van de bekers en de gefranjerde vleugels aan de bovenkant van de bovenbekers: planten zonder die beharing zijn in het noorden van Luzon zeldzaam en elders op de archipel waarschijnlijk een andere soort. Respecteer de regels van beschermde gebieden en de rechten van inheemse gemeenschappen.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst als niet in gevaar (Least Concern). Die beoordeling gaat vermoedelijk nog uit van de soort in brede zin, met een verspreiding over bijna de hele archipel; voor de veel kleinere soort in strikte zin, beperkt tot het bergbos van Luzon, zou een nieuwe beoordeling nodig zijn. Als lid van het geslacht Nepenthes staat ze in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Het nevelwoud van Noord-Luzon staat onder druk door omzetting naar groenteteelt, houtkap en wegenaanleg.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes alata | Blanco, 1837
Beschreven door Francisco Manuel Blanco in 1837, in zijn Flora de Filipinas. De soort is endemisch voor de Filipijnen. De naam komt van het Latijn alatus (gevleugeld) en verwijst naar de gevleugelde bladstelen van deze soort.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.