Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes cabanae
Nepenthes cabanae
Het Pantaron-gebergte in het hart van Mindanao is een van de grootste nog beboste berggebieden van het eiland, en botanisch nauwelijks onderzocht: het is afgelegen en lange tijd moeilijk toegankelijk geweest. Tijdens expedities die werden gefinancierd door Veneracion Cabana, een beschermheer van het onderzoek in de Pantaron- en Tangkulan-gebergten, vonden botanici van de Central Mindanao University in 2015 op Mount Malimumu een kannenplant die ze in 2019 als Nepenthes cabanae beschreven. De naam eert Cabana.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een grote klimplant met stengels tot acht meter, zes à acht millimeter dik en licht hoekig. De bladeren zijn zittend, min of meer lijnvormig, 26 tot 34 cm lang en 3 tot 4,5 cm breed, met vier lengtenerven evenwijdig aan de middennerf, en ze lopen aan de twee kanten ongelijk langs de stengel af. De onder- en tussenbekers zijn bijna cilindrisch, 16 tot 18 cm hoog: de onderste helft licht opgeblazen, de bovenste helft smaller en cilindrisch naar de mond. Aan de voorzijde lopen vleugels van vijf tot twaalf centimeter lang die naar de rank toe in richels overgaan, met franje tot vier millimeter. Het peristoom is afgeplat en zeer breed, anderhalf tot ruim twee centimeter, met ribben tot een millimeter uit elkaar en kleine, driehoekige tandjes die niet over de rand uitsteken. Het deksel is bijna rond, 3,5 tot 4,5 cm, ingesneden aan de top, met een tot een kiel gereduceerd aanhangsel. De bovenbekers zijn 16 tot 19,5 cm hoog, onderaan licht opgeblazen, met een heup en daarboven cilindrisch tot licht trechtervormig; vleugels zijn er soms. Levende planten zijn sterk rood overlopen, de bekers rood gemarmerd naar de mond toe, het peristoom groengeel met smalle kastanjerode banden.
Gelijkende soorten
De beschrijvers vergeleken de soort met Nepenthes surigaoensis uit het noordoosten van Mindanao, die sterk en gelijkmatig aflopende bladeren heeft, volledig cilindrische of ellipsoïde onderbekers en duidelijke peristoomtanden die over de rand uitsteken. Nepenthes manobo, eveneens uit centraal Mindanao, heeft niet-aflopende bladeren met drie nerven en bovenbekers zonder vleugels. Het combinatiekenmerk voor Nepenthes cabanae is dus: ongelijk aflopende bladeren met vier nerven, onderbekers met een licht opgeblazen onderste helft, en een breed peristoom met onopvallende tandjes.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil met een uitzonderlijk brede rand. Het afgeplatte peristoom van anderhalf tot twee centimeter breed vormt een groot glad vlak rond de mond, waar insecten bij vocht hun grip verliezen. Binnenin beslaat de gladde, wasachtige zone twee derde tot driekwart van de beker, de verteringszone met klieren alleen het onderste kwart tot derde; dat betekent een lange glijbaan tussen rand en vloeistof, waarlangs gevangen dieren niet terug omhoog kunnen. Onder het deksel liggen ovale tot elliptische nectarklieren, gelijkmatig verdeeld naar de rand toe. De rank van onder- en tussenbekers krult niet, die van de bovenbekers wel; de bovenbekers hangen dus aan een rank die zich om takken slingert. Over de prooi is niets gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Montaan tropisch regenwoud op ongeveer 1020 tot 1050 m, waar de plant over ondergroei en struiken klautert, op kleigrond en in betrekkelijk weinig licht (B1). Het bos wordt gedomineerd door een opmerkelijke mengeling van coniferen en loofbomen: Agathis philippinensis, Dacrycarpus, Falcatifolium gruezoi, Phyllocladus, Gymnostoma rumphianum, Lithocarpus en Shorea, met varens als Dicranopteris linearis en Dipteris conjugata. De naam Pantaron komt van het lokale woord 'pantad', grind, en dat grind domineert de hellingen tussen 500 en 1020 m.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Mindanao, en alleen bekend van Mount Malimumu in het Pantaron-gebergte, gemeente San Fernando, provincie Bukidnon, tussen 1020 en 1050 m. De aanduiding 'Mindanao' in onze soortenlijst kan dus worden aangescherpt tot deze berg in centraal Mindanao. Het Pantaron-gebergte is groot en nauwelijks verkend; dat de soort elders in de keten groeit, is niet uit te sluiten.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. De kleur varieert sterk met de lichtval: de beschrijving noemt levende planten 'sterk rood overlopen', maar in de schaduw van het bos zullen de bekers groener zijn. De bovenbekers dragen soms vleugels, soms niet. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
Mount Malimumu is afgelegen en het Pantaron-gebergte is geen gebied voor een zelfstandige wandeling: ga alleen met lokale begeleiding en na navraag bij de gemeente en de inheemse gemeenschappen die het land beheren. Op de juiste hoogte, iets boven duizend meter, zoek je in de ondergroei naar lange, smalle bladeren van een klimplant en naar bekers met een opvallend brede, groengele rand met rode banden.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd: het verspreidingsgebied is kleiner dan tien vierkante kilometer, en ze telden slechts ongeveer tien planten, tien tot vijfentwintig meter uit elkaar. Als bedreigingen noemden zij steengroeven, illegale houtkap, landbouw en zwerflandbouw. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes cabanae | Lagunday & Amoroso, 2019
Nepenthes cabanae werd in 2019 beschreven door Noel E. Lagunday en Victor B. Amoroso, in Philippine Journal of Systematic Biology 13(2): 39-45. De berg Malimumu in de Pantaron-bergketen, centraal Mindanao, Filipijnen. De soortsnaam eert Dr. Veneracion G. Cabana, die expedities financierde naar onontgonnen gebieden van centraal Mindanao, waaronder de bergketens van Pantaron en Tangkulan.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.