Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes candalaga
Nepenthes candalaga
Een van de jongste soorten in deze gids. Nepenthes candalaga werd in mei 2021 verzameld in het bovenmontane regenwoud van Mount Candalaga in het oosten van Mindanao, en in 2022 beschreven door Noel Lagunday, Victor Amoroso en collega's van de Central Mindanao University. De naam is die van de berg. Het is een slanke klimplant van de groep met gevleugelde bladstelen en een aanhangsel onder het deksel, die zich onderscheidt door kleine, vaandelvormige vleugeltjes vlak onder de rand van de beker.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een klimplant met ronde stengels tot acht meter lang en vijf millimeter dik, die in de zon rood kleuren. De bladeren zijn min of meer lijnvormig, tot 14,5 cm lang en ongeveer 2,5 cm breed, met drie lengtenerven en een roodbruine middennerf die afsteekt tegen het groene blad; de bladsteel is gevleugeld, tot 2,5 cm. De bovenbekers zijn 10 tot 15 cm hoog en tot 4 cm breed, en in tegenstelling tot de meeste verwanten het breedst net onder het peristoom. Vleugels zijn er alleen als een klein, vaandelvormig stuk vlak onder de mond, zes millimeter lang met twee of drie franjedraden, dat verder naar beneden overgaat in richels. De mond is eirond en loopt achteraan uit in een duidelijke hals. Het peristoom is licht afgeplat, tot drie millimeter breed, groengeel met smalle kastanjerode banden. Het deksel is rond, tweeënhalf tot vier centimeter, met aan de voet een omgekeerd vinvormig, puntig aanhangsel. De bekers zijn naar de mond toe rood gemarmerd en aan de voet groenig, binnenin roomgeel. De rozetstengels met grondbekers en de mannelijke bloeiwijze werden pas in 2024 beschreven.
Gelijkende soorten
De beschrijvers vergeleken de soort met Nepenthes justinae van Mount Hamiguitan. Die heeft drie in plaats van twee à drie lengtenerven, een hartvormig in plaats van rond deksel, een afgerond in plaats van driehoekig aanhangsel, een gespleten sporentop, vleugels die over de hele voorzijde van de beker lopen, en een duidelijke rand in de bovenbeker, het breedst aan de voet. Het kleine vaandeltje onder de mond en de beker die naar boven toe breder wordt, zijn bij Nepenthes candalaga in het veld de beste kenmerken.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil waarvan de vorm iets ongewoons heeft: de beker is aan de mond het breedst, zoals een trechter, terwijl de meeste verwanten juist onderaan het breedst zijn. De gladde wasachtige zone beslaat tot 56 procent van de lengte, de verteringszone met klieren van ongeveer een halve millimeter de rest. Het peristoom is geribbeld met kleine tandachtige uitsteeksels. Onder het deksel liggen kleine, gelijkmatig verspreide nectarklieren van een tiende millimeter, ook op het aanhangsel. Het vaandelvormige vleugelstukje vlak onder de mond zou een laatste opstapje voor kruipende dieren kunnen zijn, maar dat is niet onderzocht, en gegevens over prooi ontbreken.
Standplaats en ecologie
Tropisch bovenmontaan regenwoud op ongeveer 1800 tot 2100 m, waar de plant tot tien meter hoog over boomtakken klautert en ook op de varen Oleandra groeit (B1). Mount Candalaga heeft drie bostypen boven elkaar: laaglandregenwoud tussen 800 en 1000 m, ondermontaan regenwoud tussen 1100 en 1800 m en bovenmontaan regenwoud van 1900 tot 2100 m. De soort is alleen in de bovenste zone gevonden. De beschrijving vermeldt geen ultramafische bodem.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Mount Candalaga in de gemeente Maragusan, provincie Davao de Oro (voorheen Compostela Valley), in het oosten van Mindanao, en nergens anders gevonden. De aanduiding in onze soortenlijst klopt en kan worden aangevuld met de provincie. De beschrijvers schatten het verspreidingsgebied op minder dan tien vierkante kilometer.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven. Stengel, bladsteel en dekselbovenkant zijn afhankelijk van de hoeveelheid zon meer of minder rood. In 2024 vulden Lagunday, Yurong en Amoroso de beschrijving aan met de rozetstengels met grondbekers en de mannelijke bloeiwijze, die in 2022 nog onbekend waren. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
De soort groeit alleen in het hoogste deel van Mount Candalaga, boven ongeveer 1800 m, en klimt daar in de takken; kijk dus omhoog en zoek naar bekers die hoog in de begroeiing hangen, rood gemarmerd met een groengele rand. Een beklimming vraagt lokale begeleiding en toestemming. Delen van de berg zijn in 2012 zwaar beschadigd door tyfoon Pablo; wees in open, beschadigde zones voorzichtig met jonge planten.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd, op grond van een verspreidingsgebied kleiner dan tien vierkante kilometer. Delen van de berg werden in 2012 zwaar beschadigd door tyfoon Pablo, en Mount Candalaga heeft geen wettelijke bescherming, zodat ontbossing en verlies van leefgebied reële bedreigingen zijn. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes candalaga | Lagunday & Amoroso, 2022
Nepenthes candalaga werd op 14 juli 2022 beschreven door Noel Lagunday en Victor B. Amoroso, in Phytotaxa 554(3): 285-292. De berg Candalaga in Maragusan, Davao de Oro, oostelijk Mindanao, Filipijnen, in bergregenwoud op ongeveer 1800-2100 m hoogte. De soortsnaam verwijst naar de typelocatie, de berg Candalaga, en wordt behandeld als een zelfstandig naamwoord in bijstelling (geen bijvoeglijke vorm).
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.