Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes chang

Nepenthes chang

Genoemd naar Ko Chang, het 'olifanteneiland' in de Golf van Thailand, waar de typeplant werd verzameld. Nepenthes chang werd in 2010 door Marcello Catalano beschreven, maar ook hier was de plant al veel langer bekend: de Ierse arts en plantkundige Arthur Kerr, grondlegger van de moderne Thaise flora, verzamelde haar al in 1929. Ze groeit in het uiterste oosten van Thailand, in de provincie Trat, in open, steil bos op heuvels en bergen tussen 300 en 600 m. Ze hoort bij de thorelii-groep en is naast Nepenthes kampotiana de kannenplant van het grensgebied met Cambodja.

Nepenthes chang
Foto: Trongtham Kruetreepradit — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Nepenthes chang — de val van dichtbij
De val van dichtbij · Foto: Nepenthes_chang_rosette.jpg : Trongtham Kruetreepradit derivative work: Mgiganteus ( talk ) — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een klimplant tot vijf meter, met stengels van vier tot zes millimeter dik. De hele plant, op de bovenkant van het blad na, is bedekt met witte of goudkleurige haartjes van een tiende tot een halve millimeter. De bladeren zijn lancetvormig, 20 tot 35 cm lang en 3,5 tot 5 cm breed, en opvallend dun voor een soort van deze groep: ongeveer 0,2 mm. Oudere bladeren zijn donkergroen, jonge bladeren rood-, oranje- of geelachtig. De onderbekers zijn eivormig, of alleen in het onderste derde eivormig, 7 tot 12 cm hoog, met een cilindrisch peristoom van twee tot vijf millimeter met fijne tandjes. De bovenbekers zijn veel groter dan de onderbekers: buisvormig, tot 25 cm hoog maar slechts 3 cm breed, lichtgroen, met een groen peristoom waarvan de buitenrand vaak licht gelobd is. De kleur van de onderbekers loopt van groen tot oranje of roze met rode strepen.

Gelijkende soorten

De naaste verwant is Nepenthes kampotiana, die in hetzelfde grensgebied groeit. Volgens Catalano verschilt chang daarvan door tweebloemige zijsteeltjes in de mannelijke bloeiwijze (bij kampotiana eenbloemig), een behaarde meeldraadkolom, dunnere bladeren (0,2 tegen 0,5 mm), andere bladkleur, de beharing, de vorm van de onderbekers en de buisvormige bovenbekers. Van Nepenthes holdenii, net over de grens in Cambodja, verschilt ze door de beharing en de buisvormige in plaats van trechtervormige bovenbekers. De algemene Nepenthes mirabilis heeft gesteelde, papierachtige bladeren.

De val en hoe hij werkt

Een valkuil waarbij de bovenbekers het grootste werk doen. De eivormige onderbekers blijven klein, tot 12 cm, en staan op de grond; de lange, slanke bovenbekers hangen tot 25 cm lang aan de ranken in het open bos en vangen vooral vliegende en klimmende insecten. Het smalle peristoom draagt fijne tandjes, en nectarklieren onder het deksel lokken prooi naar de mond. De dichte beharing van de plant is ongewoon binnen de groep; of ze een functie heeft bij het vangen, is niet onderzocht. Specifiek prooi-onderzoek is voor deze soort niet gevonden.

Standplaats en ecologie

Venige grond in open, steil bos, van 300 tot 600 m (B5). Anders dan veel verwanten is het dus geen savanneplant in strikte zin, maar een soort van lichte, open bossen op hellingen, waar voldoende licht de grond bereikt. Kerrs vroege collectie werd op ongeveer 600 m gemaakt, de typecollectie op ongeveer 300 m op Ko Chang. Het klimaat in Trat is uitgesproken moessonaal, met een lang en zeer nat regenseizoen en een kortere droge tijd. De lichte, open bossen waarin de soort groeit, worden daardoor een deel van het jaar sterk door droogte beïnvloed, en zoals andere leden van de thorelii-groep heeft de plant een ondergrondse wortelstok die haar door zulke perioden helpt.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Thailand, in de provincie Trat, bekend van twee plekken: het eiland Ko Chang en de berg Khao Kuap op het vasteland. Mogelijk strekt het areaal zich uit tot het Cardamom-gebergte aan de Cambodjaanse kant van de grens, maar dat is niet bevestigd. Ons eigen overzicht noemt Thailand, wat klopt; de nadere begrenzing tot Trat komt uit de literatuur. Het Cardamom-gebergte en zijn uitlopers vormen een groot, grotendeels bebost berggebied dat zich over de grens tussen Thailand en Cambodja uitstrekt; aan de Cambodjaanse kant groeit Nepenthes holdenii, en het is dus niet vreemd dat botanici daar ook naar deze soort zoeken.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Er zijn geen variëteiten erkend en geen natuurlijke hybriden bekend. De kleur varieert: jonge bladeren zijn rood, oranje of geel getint, onderbekers groen tot oranje of roze met rode strepen, bovenbekers lichtgroen. De dunne bladeren zijn een goed kenmerk om de soort in de hand van verwanten te scheiden.

Waar en wanneer te zien

Ko Chang is een populair vakantie-eiland met een groot nationaal park; het binnenland is bergachtig en bebost. Zoek met een gids op open, steile hellingen boven 300 m naar lange, slanke lichtgroene bekers die in de struiken hangen, en naar behaarde stengels met dunne, lancetvormige bladeren. Het regenseizoen aan de oostkust van de Golf is lang en nat, van mei tot oktober; aan het eind ervan zijn de planten op hun best.

Staat van instandhouding

Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Het bekende areaal is klein, maar Ko Chang ligt grotendeels in een nationaal park. Toeristische ontwikkeling op het eiland en ontbossing op het vasteland zijn mogelijke bedreigingen. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.

Wetenschappelijke naam

Nepenthes chang | Catalano, 2010

Nepenthes chang werd in 2010 beschreven door Marcello Catalano, in zijn boek Nepenthes della Thailandia: Diario di viaggio; de beschrijving werd nagekeken door Alastair Robinson, met een Latijnse vertaling van Andreas Fleischmann. Het holotype (Catalano 013394) werd door Catalano zelf in 2009 verzameld op het eiland Ko Chang, op ongeveer 300 m hoogte, en ligt in het herbarium van de Chulalongkorn University (BCU). Het eiland Ko Chang, Thailand, op ongeveer 300 m hoogte. De soortsnaam verwijst naar het Thaise eiland Ko Chang, waar het typemateriaal werd verzameld.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.