Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes extincta
Nepenthes extincta
De naam is een waarschuwing. Martin Cheek en Matthew Jebb noemden deze soort in 2013 Nepenthes extincta, om aan te geven dat ze wereldwijd misschien al is uitgestorven. Er is ooit één plant van verzameld, in augustus 1978, door de Japanse botanicus Fumihiro Konta, op de Red Hills bij Claver in het noordoosten van Mindanao. Die heuvels vormen inmiddels een van de grootste nikkelmijngebieden van de Filipijnen, een land dat zelf tot de grootste nikkelproducenten ter wereld behoort.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een struik op de grond van ongeveer een meter. De bladeren zijn dik leerachtig, glanzend op de bovenzijde en mat middenbruin op de onderzijde, elliptisch tot elliptisch-lancetvormig, 13 tot 17 cm lang en 5,5 tot 8 cm breed, met vijf à zes paar lengtenerven vanaf de bladvoet. De middennerf is aan de onderzijde dicht bedekt met minuscule grijswitte sterharen. De bladsteel is ongeveer 4,5 cm lang en door twee ingerolde vleugels cilindrisch. Van de plant zijn alleen tussenbekers bekend, met rechte, niet-gekrulde ranken: eirond-cilindrisch, 18 tot 24 cm hoog en 6 tot 8 cm breed, het breedst in de onderste helft en geleidelijk versmald tot een cilindrisch bovendeel, zonder taille en zonder franjevleugels. Het peristoom is 7 à 8 mm breed, het breedst aan de zijkanten, met een gelobde buitenrand en onopvallende tandjes aan de binnenkant. Het deksel is eirond, 5 tot 6,5 cm, met een afgeknotte voet en een uitgesproken recht aanhangsel. De beker is bezet met minuscule witte haartjes en zwarte klierstipjes.
Gelijkende soorten
De soort lijkt het meest op Nepenthes mindanaoensis, die ook in het ultramafische noordoosten van Mindanao groeit en dezelfde ongewone combinatie heeft van dikke leerachtige bladeren met nerven vanaf de voet, bladstelen met ingerolde vleugels en forse eirond-cilindrische bekers. Nepenthes mindanaoensis heeft echter gefranjerde vleugels op de bekers, een hartvormige dekselvoet en verspreide zwarte borstelharen op de middennerf, geen dichte grijswitte sterharen. De twee soorten zijn niet samen gevonden. Op de typeplaats groeiden ook Nepenthes merrilliana en Nepenthes graciliflora, die beide duidelijk verschillen.
De val en hoe hij werkt
Een forse valkuil zonder franjevleugels, met een peristoom dat aan de buitenrand in een tot drie lobben per kant uitsteekt. Het deksel draagt twee soorten nectarklieren: dichte kleine, omrande klieren over het hele oppervlak en op het aanhangsel, en verspreid langs de rand en naar de top vier tot vijftien grote klieren van een à twee millimeter per kant. Die combinatie concentreert de lokstof op het aanhangsel boven de mond. Of er onderbekers met vleugels bestaan, is onbekend; de beschrijvers sluiten niet uit dat de plant ze nooit maakt. Prooigegevens ontbreken.
Standplaats en ecologie
Open struweel op ultramafisch gesteente (R3, B6), op ongeveer 400 m hoogte. Het is een landschap van rode, ijzerrijke laterietbodems, arm aan voedingsstoffen, waar het bos van nature laag en open blijft en waar kannenplanten als Nepenthes merrilliana en Nepenthes graciliflora goed gedijen.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op Mindanao, en alleen bekend van de Red Hills ten zuidoosten van Claver, nabij de noordoostkust, op de grens van de provincies Surigao del Norte en Surigao del Sur. De aanduiding 'Surigao del Sur' in onze soortenlijst volgt de beschrijving, maar Claver zelf ligt in Surigao del Norte; de vindplaats ligt dus precies op de provinciegrens.
- Inheems
Vormen en variatie
Van een soort die op één verzamelde plant berust, is geen variatie bekend. Ook de verzamelaar is voor de wetenschap een raadsel gebleven: Fumihiro Konta, die publiceerde over vegetatie en varens in Zuid-China, Thailand en Japan, kon door de beschrijvers niet worden getraceerd; ze vermoeden dat hij de plant verzamelde tijdens een milieu-effectrapportage voor de mijnbouw.
Waar en wanneer te zien
Er is geen plek waar deze soort te bekijken is, en de typeplaats is grotendeels afgegraven. Wie toch in het ultramafische noordoosten van Mindanao rondloopt, in resterend open struweel op lage hoogte, kan letten op een lage struik met dikke, glanzende, elliptische bladeren en forse bekers zonder franjevleugels, met een gelobde rand en een grijswit behaarde middennerf op de bladonderkant. Een vondst zou de soort letterlijk uit de dood doen herrijzen; documenteer en meld haar.
Staat van instandhouding
De soort is nog niet door de IUCN beoordeeld (Not Evaluated). De beschrijvers beoordeelden haar als ernstig bedreigd en mogelijk uitgestorven: er is ooit één plant verzameld, in 1978, en sindsdien is er geen enkele betrouwbare waarneming bekend. De vindplaats ligt midden in het grootste nikkelmijngebied van de Filipijnen, waar verschillende mijnbouwbedrijven het landschap op grote schaal hebben omgegraven. Zoals alle Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes extincta | Jebb & Cheek, 2013
Nepenthes extincta werd in 2013 beschreven door Martin Cheek en Matthew Jebb, in "Recircumscription of the Nepenthes alata group (Caryophyllales: Nepenthaceae), in the Philippines, with four new species" (European Journal of Taxonomy 69: 1-23). Surigao del Sur, Mindanao, Filipijnen, op ongeveer 400 m hoogte; er bestaat slechts één herbarium-exemplaar, verzameld in 1978. De soortsnaam is bewust gekozen als waarschuwing: hij geeft aan dat deze soort mogelijk al is uitgestorven in het wild.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.