Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes holdenii
Nepenthes holdenii
Een kannenplant die leeft met vuur. In 2006 fotografeerde de Britse bioloog en natuurfotograaf Jeremy Holden, die jarenlang in het Cardamom-gebergte van Cambodja werkte, een onbekende kannenplant op een steile bergkam. Vier jaar later beschreef een internationaal team onder leiding van François Mey de soort naar hem: Nepenthes holdenii. Het is een pyrofyt in de ware zin: in de droge tijd sterven de meeste bladeren en stengels af door hitte en brand, en de plant overleeft als dikke knol onder de grond, om met de regens opnieuw uit te lopen en in één seizoen tot vijf meter te klimmen.



Herkenning
Een plant met twee levens per jaar. Onder de grond ligt een dikke knol, met bultige wortels tot 2,5 cm dik. In het regenseizoen groeien daaruit ronde, glanzende stengels van zes tot acht millimeter dik, die tot vijf meter kunnen klimmen; op de grond staan de stengelleden twee à drie centimeter uit elkaar, aan de klimstengels vijf à zes. De bladeren zijn leerachtig, kort gesteeld, lijn- tot lijn-lancetvormig, 25 tot 40 cm lang en 3,5 tot 6 cm breed, met lange ranken. De onderbekers zijn bolvormig, de bovenbekers trechtervormig; de bekers kunnen tot 30 cm lang worden. Het peristoom is licht gegolfd en het deksel elliptisch met een hartvormige voet, niet gewelfd. De plant is kaal, behalve in de bladoksels en op ranken en bekers. De mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen dragen tweebloemige zijsteeltjes, meestal met schutbladen.
Gelijkende soorten
De soort behoort tot de thorelii-groep, waartoe ook Nepenthes andamana, Nepenthes bokorensis, Nepenthes chang, Nepenthes kampotiana, Nepenthes kerrii, Nepenthes smilesii en Nepenthes thorelii worden gerekend. Binnen die groep valt ze op door de combinatie van lange ranken, trechtervormige bovenbekers met een licht gegolfd peristoom, een niet-gewelfd deksel en tweebloemige zijsteeltjes met schutbladen. Nepenthes bokorensis, van de Olifantenketen iets zuidelijker, heeft een gewelfd deksel en een bol gestreept peristoom en is over de hele plant behaard. Nepenthes chang, net over de Thaise grens, is wel behaard en heeft buisvormige bovenbekers.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil die zich elk jaar opnieuw moet opbouwen. In het regenseizoen vormt de plant eerst bolle onderbekers op of vlak boven de grond, die kruipend gedierte vangen, en daarna, als de stengels gaan klimmen, trechtervormige bovenbekers aan lange ranken, die vooral vliegende insecten vangen. Met het begin van de droge tijd drogen ze op en verbranden ze vaak. De voedingsstoffen die in het regenseizoen uit prooi worden gehaald, moeten dus ook de knol voor het volgende jaar bevoorraden. Specifiek onderzoek naar de prooi van deze soort is niet gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Steile bergkammen in de overgangszone tussen groenblijvend laaglandbos en laag groenblijvend bergbos, op venige grond, op lichte tot volledig zonnige plekken, van 600 tot 800 m (B5, D4). Het klimaat is tropisch-moessonaal, met een uitgesproken regen- en droge tijd. Wat groeiplaats en ritme betreft is het een echte savannekannenplant, maar dan op berghellingen waar de vegetatie door regelmatige brand open blijft.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Cambodja, in het westelijke Cardamom-gebergte in de provincie Pursat. Oorspronkelijk was de soort alleen van twee bergtoppen bekend; in oktober 2011 werd een derde populatie ontdekt. De precieze locaties worden ter bescherming niet bekendgemaakt, en deze gids volgt dat. Ons eigen overzicht noemt het Cardamom-gebergte, wat klopt.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten beschreven, en er zijn geen natuurlijke hybriden gemeld. Over de kleurvariatie van de bekers is in de geraadpleegde bronnen weinig vastgelegd. In 2014 is zaad verzameld en is de soort in cultuur gebracht; plantmateriaal in de handel hoort dus uit kweek te komen, niet uit het wild.
Waar en wanneer te zien
Het Cardamom-gebergte is een van de laatste grote wildernissen van het vasteland van Zuidoost-Azië, en toegang loopt via natuurbeschermingsorganisaties en rangers. Wie er in het regenseizoen op de open kammen komt, ziet de soort het best: dan staan er verse bekers aan de klimmende stengels. In de droge tijd is er vaak niets anders te zien dan verschroeide grond, met de knol onzichtbaar eronder. Verzamel niets: overmatige verzameling wordt als de grootste bedreiging genoemd.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Mey noemde de populaties in 2010 zeer plaatselijk en bestaand uit slechts enkele tientallen planten, en stelde de categorie gevoelig (Near Threatened) voor; de voornaamste bedreiging is verzameling, en op de langere termijn verlies van leefgebied door houtkap en grondspeculatie. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. Dat de soort nu in cultuur is, kan de druk op de wilde planten verminderen.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes holdenii | Mey, 2010
Nepenthes holdenii werd in 2010 beschreven door François Sockhom Mey, Marcello Catalano, Charles Clarke, Alastair Robinson, Andreas Fleischmann en Stewart McPherson, in "Nepenthes holdenii (Nepenthaceae), a new species of pyrophytic pitcher plant from the Cardamom Mountains of Cambodia", gepubliceerd in Carnivorous Plants and their Habitats, deel 2. De Cardamomgebergte (Phnom Kravanh), provincie Pursat, westelijk Cambodja, op 600-800 m hoogte; de precieze locatie is bewust niet gedeeld om de soort te beschermen. De naamsverklaring wordt in de toegankelijke bronnen niet expliciet gegeven, maar alles wijst erop dat de soort is vernoemd naar de bioloog Jeremy Holden, wiens foto's uit 2006 doorslaggevend waren om de soort van verwante soorten te onderscheiden.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.