Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes bokorensis
Nepenthes bokorensis
Een soort die in één jaar twee keer werd beschreven. De kannenplantkenner François Mey publiceerde Nepenthes bokorensis in maart 2009 in het Australische tijdschrift Carniflora Australis, na de plant in 2007 op de Bokor-berg in het zuiden van Cambodja te hebben gezien. Drie maanden later beschreef Martin Cheek van Kew dezelfde plant als Nepenthes bokor; die naam is als jonger synoniem vervallen. De plant zelf was allerminst nieuw: al in 1904 had een verzamelaar haar bij de Popokvil-watervallen op dezelfde berg verzameld, en in Parijs lag ze sindsdien in de laden.



Herkenning
Een klimmende struik met ronde stengels van zes tot acht millimeter dik. De bladeren zijn leerachtig, lancet- tot smal langwerpig, meestal 21 tot 32 cm lang en drie tot vijf, soms negen centimeter breed. De onderbekers zijn eivormig, rond 9 cm hoog en 6 cm breed, met twee brede gefranjerde vleugels. De bovenbekers zijn veel groter: smal trechter- tot cilindervormig, 21 tot 30 cm hoog en drie à vijf centimeter breed, met een deksel tot zes à zeven centimeter. De kleur is groen met paarse vlekken, met een roodachtig, paars gestreept peristoom en een grijs-roodpaarse, gevlekte binnenkant. De maten hierboven komen uit de beschrijving door Cheek en Jebb; Mey beschrijft forsere planten, tot zeven meter lang, met onderbekers tot 20 cm, bovenbekers tot 25 cm en een veel breder, bol, gestreept peristoom tot bijna twee centimeter. De plant is bedekt met zilverachtige of bruinige haren tot een millimeter lang.
Gelijkende soorten
Mey plaatst de soort in de thorelii-groep van Indochinese savannekannenplanten, Cheek en Jebb in de groep Montanae, en dat meningsverschil zegt al iets over hoe eigen deze plant is. Van Nepenthes kampotiana, Nepenthes smilesii en Nepenthes thorelii onderscheidt ze zich door bredere, langwerpige bladeren; van de kale kampotiana ook door de beharing. Tegenover smilesii heeft ze forsere, kleurrijkere bekers met een breder peristoom, tegenover thorelii zittende in plaats van stengelomvattende bladeren. Kenmerkend volgens Mey zijn de geheel trechtervormige bovenbekers, het gewelfde deksel en het gestreepte, bolle peristoom.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil die op mieren is afgestemd. Een onderzoek uit 2012 aan de inhoud van dertig bekers vond tien soorten mieren; een soort van het geslacht Polyrhachis was met veertig procent van alle exemplaren het talrijkst, gevolgd door Dolichoderus thoracicus en een Camponotus-soort. De bekervloeistof is sterk zuur, met een gemeten pH van 2,7, wat de vertering bevordert. De onderbekers staan op de grond met brede, gefranjerde vleugels als looprichels; de bovenbekers, met hun trechtervorm en grote deksel, hangen hoger in de struiken. Het bolle, geribbelde peristoom wordt glad door vocht, en nectarklieren aan de binnenrand en onder het deksel lokken de mieren.
Standplaats en ecologie
Seizoensdroog struweel en dwerg-bergbos op het zandstenen plateau van de Bokor-berg, op 800 tot 1080 m, op zandige, zure bodems met een gemeten pH van 4,6 (R4, B5, D4). De planten groeien in open plekken en langs bosranden, onder ijle boomgroei; in volle zon blijven ze gedrongen en bloeien ze soms al als ze minder dan 60 cm hoog zijn. Het is een pyrofyt met een vlezige wortelstok die water opslaat. Op dezelfde terreinen groeien de zonnedauwen Drosera peltata en Drosera burmanni en een reeks blaasjeskruiden.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Cambodja, beperkt tot de Bokor-berg in het Nationaal Park Bokor in de provincie Kampot, in de Olifantenketen. Er zijn drie populaties bekend: de oorspronkelijke langs de weg naar de top, en twee grote populaties die in augustus 2011 door Mey en Alastair Robinson werden gevonden. Ons eigen overzicht noemt het Bokor-plateau, wat klopt.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten erkend. Het grote verschil tussen de beschrijvingen van Mey en van Cheek en Jebb in plantgrootte en peristoombreedte weerspiegelt vermoedelijk de variatie tussen planten in schaduw en in volle zon en tussen jonge en volgroeide planten. In het wild zijn hybriden met Nepenthes kampotiana gemeld. Nepenthes bokor is een synoniem, geen aparte vorm.
Waar en wanneer te zien
De Bokor-berg is via een goede weg vanuit Kampot bereikbaar, en langs de weg en rond de oude Franse gebouwen op het plateau groeien kannenplanten in open struweel. Kom in het regenseizoen of kort daarna voor volgroeide bekers. Pluk niets en laat de bekers heel: in 2022 waarschuwde het Cambodjaanse ministerie van Milieu dat de soort kan uitsterven als bezoekers de planten blijven plukken om ermee op de foto te gaan. Kijk ook naar de grond: de zonnedauwen en blaasjeskruiden van het plateau zijn het zien waard.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. Mey achtte haar in 2009 potentieel kwetsbaar, en in 2010 citeerde hij uiteenlopende beoordelingen van kwetsbaar tot bedreigd. De Bokor-berg is grotendeels in concessie gegeven voor toeristische ontwikkeling; sinds 2009 is daar een nieuwe stad met hotels en een casino verrezen, en in 2011 werden zowel de oorspronkelijke als de twee nieuw gevonden populaties door die ontwikkeling bedreigd. Daarbij komt het plukken door toeristen. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes bokorensis | Mey, 2009
Nepenthes bokorensis werd in maart 2009 beschreven door François Sockhom Mey, in Carniflora Australis 7(1): 6-15. Het holotype (M. Martin 1231bis, met vrouwelijke bloemdelen en onderste bekers) werd al op 7 december 1968 verzameld op de berg Bokor en ligt in het Muséum National d'Histoire Naturelle, Parijs. De berg Bokor in het Bokor National Park, provincie Kampot, zuidelijk Cambodja, op 800-1080 m hoogte. De soortsnaam verwijst zowel naar de berg Bokor als naar het Bokor National Park.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.