Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes krabiensis
Nepenthes krabiensis
In het Khao Pra-Bang Khram-natuurreservaat in de provincie Krabi groeien twee bekerplanten die pas in dit decennium een naam kregen. De eerste, Nepenthes rosea, werd in 2014 beschreven. De tweede volgde in 2016, toen een Thais team de planten op de toppen van het reservaat beschreef als Nepenthes krabiensis. Volgens de beschrijvers is hij nauw verwant aan N. rosea, maar hij staat hoger, vaak in spleten van kalksteen, en heeft bekers die van binnen rood gevlekt zijn in plaats van roze.

Herkenning
Een klimplant met ronde stengels van 1,5 tot 2,5 m lang en 3,5 tot 5 mm dik. De bladeren zijn leerachtig en lancetvormig, 12,4 tot 19,3 cm lang en 2,2 tot 4,2 cm breed. De onderbekers zijn van buiten groen tot oranje met rode strepen. De bovenbekers zijn lichtgroen, met rode vlekken over de binnenwand, en zoals bij verwante soorten slanker en meer trechtervormig dan de onderbekers, die onderaan breder zijn. De mannelijke bloeiwijze is lang: 58,6 tot 62 cm, met 97 tot 130 bloemen. Voor de maten van de bekers zelf is in de voor deze gids geraadpleegde samenvatting van de beschrijving geen opgave gevonden; dat maatveld blijft leeg.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Nepenthes rosea, die in hetzelfde reservaat groeit, maar lager, tussen ongeveer 450 en 520 m, op zand en humus in open plekken en struikgewas. N. rosea heeft dunnere stengels (tot 4 mm), bekers met een vaak egaal roze binnenkant, en soms rozetten aan de bloeistengel. N. krabiensis staat hoger, op de toppen tussen 600 en 700 m, vaak in rotsspleten, en heeft bovenbekers die van binnen rood gevlekt zijn. Beide behoren tot de groep rond N. thorelii, waarin de soortgrenzen dun zijn en waarvan verschillende namen door sommige taxonomen als synoniem worden beschouwd.
De val en hoe hij werkt
Een bekerval zoals bij verwante soorten: onderbekers die op de grond of in rotsspleten staan en lopende prooi vangen, en bovenbekers die aan de klimstengels hangen en ook vliegende insecten vangen. Nectar op het peristoom en onder het deksel lokt de prooi; een nat peristoom maakt de rand glad. De rode vlekken aan de binnenkant van de bovenbekers vallen op wanneer je in de beker kijkt; of ze een functie hebben bij het lokken, is niet onderzocht. Op de toppen, waar de bodem dun en arm is, is de extra stikstof uit prooi voor de plant belangrijk.
Standplaats en ecologie
Topgebieden van de heuvels, op zandige grond of humusrijke bodem, vaak in spleten van kalksteenrotsen, tussen ongeveer 600 en 700 m (R2, B5). De planten groeien in het licht, op open plekken tussen de rotsen en in lage vegetatie op de toppen. Kalksteen is een ongewone ondergrond voor het geslacht; op de toppen van het reservaat ligt het zand kennelijk op of naast de kalk, zodat de plant in dunne bodems in de spleten kan wortelen.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in Thailand, en alleen bekend uit het Khao Pra-Bang Khram-natuurreservaat in het district Khlong Thom, provincie Krabi, op het Thaise schiereiland, tussen ongeveer 600 en 700 m. Het is daarmee een van de meest beperkte soorten van de N. thorelii-groep. Het reservaat ligt in het laagland van Zuid-Thailand, waar het meeste oorspronkelijke bos buiten beschermde gebieden al is verdwenen.
- Inheems
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten of vormen onderscheiden. De soort is pas in 2016 beschreven, en er is nog weinig gepubliceerd over variatie binnen de populaties. De kleur varieert zoals bij verwante soorten: onderbekers groen tot oranje met rode strepen, bovenbekers lichtgroen met een wisselende hoeveelheid rode vlekken aan de binnenkant. Natuurlijke hybriden met N. rosea in het overgangsgebied zijn denkbaar, maar worden in de geraadpleegde bronnen niet vermeld.
Waar en wanneer te zien
Het Khao Pra-Bang Khram-natuurreservaat in de provincie Krabi is het enige gebied. Het reservaat is bekend bij vogelaars; voor de toppen is een lokale gids en toestemming van de parkbeheerder nodig. Kijk op de toppen tussen de rotsen en in de spleten naar onderbekers, en naar lichtgroene bovenbekers in de lage vegetatie. Het type werd in juli verzameld; in het natte seizoen van ongeveer mei tot november zijn de bekers volgroeid, al zijn paden dan glad. Laat de rotsvegetatie ongemoeid.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de Rode Lijst (Not Evaluated) in de bron die deze gids gebruikt. Wat bekend is: hij komt voor zover bekend alleen voor in één natuurreservaat, op een paar toppen tussen 600 en 700 m, wat een zeer klein verspreidingsgebied betekent. De bescherming van het reservaat is een pluspunt; verzamelen voor de handel en verstoring van de toppen zijn de voor de hand liggende risico’s. Als lid van het geslacht staat hij in CITES bijlage II; internationale handel in wilde planten vereist een vergunning.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes krabiensis | Nuanlaong, Onsanit, Chusangrach & Suraninpong, 2016
Nepenthes krabiensis werd in 2016 beschreven door Nuanlaong, Onsanit, Chusangrach en Suraninpong, in Thai Forest Bulletin (Botany) 44(2): 128-133. De provincie Krabi, zuidelijk Thailand, op 600-700 m hoogte. De naam is afgeleid van de naam van de provincie Krabi, met het Latijnse achtervoegsel "-ensis" ("afkomstig van").
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.