Alle soorten › Anjerachtigen › Bekerplantfamilie › Nepenthes zygon
Nepenthes zygon
Een soort die in een kas werd ontdekt. Nepenthes zygon werd in 2014 beschreven naar een plant die sinds 2004 in de kassen van Kew groeide, opgekweekt uit zaad dat in 1997 op de berg Pasian in het noordoosten van Mindanao was verzameld. Pas bij het vergelijken met oud herbariummateriaal bleek dat dezelfde plant al in 1912 op de top van de naburige berg Masay was verzameld en decennialang als Nepenthes alata in de laden had gelegen. De naam komt uit het Grieks en betekent 'verbonden, gepaard': een verwijzing naar de nauwe band met Nepenthes mindanaoensis.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een klimplant met ronde stengels van 5,5 tot 9,5 mm dik, bezet met bruine, afstaande 'dolkharen'. Rozetbladeren zijn omgekeerd lancetvormig, 14 tot 18 cm lang; de bladeren aan de klimstengel zijn smal langwerpig-elliptisch, 21 tot 30 cm lang en 2,8 tot 7 cm breed, met een gevleugelde bladsteel waarvan de vleugels vlak uitstaan. De onderbekers zijn ellipsoïde-cilindrisch, 9 tot 14 cm hoog, het breedst in de onderste helft, met twee gefranjerde vleugels van voet tot mond. De bovenbekers zijn groter, tot 25 cm, met een gezwollen onderdeel van zeven à acht centimeter en daarboven een smallere cilinder. Levend is het gezwollen deel groen en bedekt met een witte waslaag, terwijl de cilinder zwakke tot duidelijke roodpaarse strepen en vlekjes draagt. Bij bovenbekers zijn de vleugels beperkt tot een kort gefranjerd stuk vlak onder de mond. Het peristoom is groen of roodgroen.
Gelijkende soorten
De naaste verwant is Nepenthes mindanaoensis, en de twee lijken sterk op elkaar. Die soort heeft echter eirond-lancetvormige bladeren, bladsteelvleugels die sterk naar binnen zijn gerold zodat de steel cilindrisch lijkt, en een onopvallend of zwak aanhangsel onder het deksel. Bij Nepenthes zygon staan de vleugels van de bladsteel vlak uit, en de bovenbekers dragen onder het deksel een duidelijk bol of haakvormig aanhangsel. Ook ecologisch lopen ze uiteen: Nepenthes mindanaoensis groeit in struweel op ultramafische grond op 200 tot 300 m, deze soort in bemost nevelwoud boven 1500 m. De witte waslaag op het onderste deel van de bekers is binnen de groep een goed veldkenmerk.
De val en hoe hij werkt
Een valkuil waarvan de twee bekervormen duidelijk verschillen. De onderbekers staan op de grond, met gefranjerde vleugels van drie à vier millimeter breed over de hele voorzijde, die kruipende dieren naar de mond leiden. De bovenbekers hangen aan de ranken en hebben alleen onder de mond een kort vleugelstuk. Het peristoom is fijn geribbeld; de binnenrand lijkt tandloos, maar bij ontleding blijken er kleine gaatjes te zitten, de uitmondingen van nectarklieren. Onder het deksel liggen twee typen nectarklieren, grotendeels geconcentreerd rond de basale richel, en in het midden van de onderzijde staan haren, iets wat de beschrijvers als ongewoon noemen. De witte waslaag aan de buitenkant van het onderste bekerdeel is bijzonder; of die een rol speelt bij het vangen of het afweren van dieren, is niet onderzocht. Over de samenstelling van de prooi is niets gepubliceerd.
Standplaats en ecologie
Submontaan bemost bos langs bergkammen, op 1500 tot 1875 m hoogte, op een ondergrond die volgens de beschrijvers vermoedelijk niet ultramafisch is (B1). Dat is een opvallend verschil met veel andere kannenplanten van noordoostelijk Mindanao, die juist op de serpentijnachtige bodems van die streek groeien. De Amerikaanse botanicus Elmer, die de berg Masay in 1912 bezocht, zag op de top drie terrestrische kannenplanten naast elkaar: Nepenthes surigaoensis, Nepenthes petiolata en deze soort, met lager op de hellingen de epifytische Nepenthes truncata.
Verspreiding en hoogte
Endemisch op de Filipijnen, in het noordoosten van Mindanao. Zeker bekend van twee bergen: Pasian, waar het zaad voor de typeplant vandaan kwam, en Masay, waar Elmer in 1912 zijn collectie maakte in de topregio op ongeveer 1900 m. Foto's wijzen erop dat de soort mogelijk ook op de vulkaan Hibok-Hibok op het eiland Camiguin voorkomt, maar dat is niet met herbariummateriaal bevestigd. Ons eigen overzicht noemt alleen de berg Pasian; de berg Masay hoort er volgens de beschrijving uitdrukkelijk bij.
- Inheems
Vormen en variatie
De twee bekende collecties verschillen alleen in de dichtheid van de beharing op stengel en blad en in de dichtheid van de nectarklieren onder het deksel; verder zijn ze gelijk. Er zijn geen variëteiten of kleurvormen beschreven. Opvallend is dat kleinere onderbekers, rond 10 cm, helemaal geen richel of aanhangsel onder het deksel hebben, terwijl grotere, rond 15 cm, al de structuur van de bovenbekers laten zien; de beschrijvers laten open of dat voor de hele groep geldt. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
De bergen van noordoostelijk Mindanao zijn ruig en moeilijk toegankelijk, en op de berg Pasian is volgens de beschrijvers bos kaalgekapt, mogelijk met de typepopulatie erbij. Een bezoek vraagt dus lokale gidsen en vergunningen, en veel geduld. Wie in het nevelwoud op de kammen boven 1500 m loopt, moet letten op bekers met een wit berijpte, gezwollen voet en een roodgestreepte cilinder erboven; onderbekers liggen in het mos op de grond. Omdat de soort al in cultuur is, is er geen reden om materiaal mee te nemen.
Staat van instandhouding
Op de Rode Lijst is de soort (nog) niet geëvalueerd. De beschrijvers stelden zelf de categorie ernstig bedreigd voor, omdat met zekerheid slechts twee planten uit het wild bekend waren; de berg Masay lijkt rond de top veilig, maar op de berg Pasian is het bos gekapt. Als lid van het geslacht Nepenthes staat de soort in CITES bijlage II, zodat internationale handel in wilde planten een vergunning vereist. De beschrijvers noemen het als geluk dat de soort al in cultuur is en via kwekerijen verkrijgbaar is; dat vermindert de druk om wilde planten te verzamelen, maar vervangt de bescherming van het nevelwoud niet.
Wetenschappelijke naam
Nepenthes zygon | Jebb & Cheek, 2014
Beschreven door Jebb & Cheek in 2014, in "Expansion of the Nepenthes alata group (Nepenthaceae), Philippines, and descriptions of three new species", Blumea, deel 59, nr. 2, p. 144-154 — dezelfde publicatie als N. tboli (golf 32). Berg Pasian, Mindanao, Filipijnen — een bijzonder geval: het typemateriaal is een gekweekte plant, opgegroeid uit zaad dat in 1997 in het wild werd verzameld door Robert Cantley (naar wie N. robcantleyi, golf 30, is vernoemd) en vervolgens gekweekt bij de Royal Botanic Gardens, Kew, waar het formele typemateriaal van deze gekweekte plant werd gemaakt. Geen hoogte bekend. De naamsbetekenis kon niet met zekerheid worden achterhaald. "Zygon" is Grieks voor "juk" en zou mogelijk verwijzen naar een gepaarde structuur (bijvoorbeeld gepaarde vleugels of deksel-aanhangsels), maar dit blijft een vermoeden zonder bevestiging in de oorspronkelijke beschrijving.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.