Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula imitatrix

Pinguicula imitatrix

Dit is de spookverschijning onder de Mexicaanse vetbladen. Pinguicula imitatrix is bekend van één enkele inzameling, gedaan in 1939 in de staat Guerrero, en sindsdien heeft niemand de plant met zekerheid teruggevonden — ook niet de expedities die er speciaal voor naar Guerrero zijn afgereisd. De naam, 'de nabootsende', verwijst naar de gelijkenis met andere soorten, en dat is precies waarom zij zo moeilijk terug te vinden is.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een eerlijke beschrijving begint hier met wat er niet is. De soort is beschreven door de Duitse Pinguicula-specialist S.J. Casper op grond van herbariummateriaal, en wij hebben van die beschrijving geen toetsbare maat- of kleuropgave kunnen achterhalen; alle maatvelden in de feitenkaart zijn daarom leeg gelaten. Wat over de plant gezegd kan worden: het is een Mexicaans vetblad met de gebruikelijke bouw van het geslacht — een vlakke rozet van kleverige, gaafrandige bladeren met een klierdek dat glinstert, en bloemstelen met elk één tweelippige bloem. De soortnaam wijst erop dat de plant in het herbarium sterk op een andere, algemenere soort lijkt; dat is precies het soort gelijkenis waardoor een zeldzame soort jarenlang over het hoofd wordt gezien.

Gelijkende soorten

De naam is in dit geval de determinatiesleutel: deze soort is beschreven omdat zij een ander vetblad imiteert, en in Guerrero komen meerdere grootbloemige soorten van de sectie Orcheosanthus naast elkaar voor — Pinguicula moranensis, P. orchidioides en P. zecheri zijn alle drie van de bergen rond Puerto del Gallo en Chilapa bekend. Wie in dat gebied een vetblad vindt dat op geen van die drie helemaal past, heeft iets dat het documenteren waard is. Belangrijk daarbij: gelijkenis alleen is geen determinatie. Zonder vergelijking met het typemateriaal van Casper blijft elke veldbepaling van deze soort voorlopig.

De val en hoe hij werkt

Over de vangwijze bestaat geen twijfel, want die is binnen het geslacht constant. De bovenzijde van het blad draagt gesteelde klieren die een taaie, heldere druppel afscheiden, en zittende klieren die pas verteringsenzymen loslaten zodra er een prooi op ligt. Een insect dat op het glinsterende oppervlak landt, blijft plakken en raakt door zijn eigen bewegingen steeds meer druppels aan; tegelijk zet de plant een trage groeireactie in gang waarbij de bladrand zich over de prooi buigt en het verteringsvocht vasthoudt. Wat deze soort precies vangt is niet onderzocht — daarvoor zou je levende planten in het veld moeten kunnen volgen.

Standplaats en ecologie

Ook hier moeten wij ons beperken tot wat er staat. De enige inzameling komt uit het bergland van Guerrero, en dat is een landschap van dennen-eikenbos en bergnevelwoud tussen ruwweg tweeduizend en tweeduizendvijfhonderd meter, met vochtige, mosbegroeide taluds langs de bergwegen waar de andere vetbladen van de streek groeien (B5). Meer dan die algemene aanduiding kunnen wij niet geven: er is geen gepubliceerde standplaatsbeschrijving, geen hoogteopgave die wij hebben kunnen toetsen en geen gedocumenteerde levende populatie. Wie de soort ooit terugvindt, levert juist met die gegevens de belangrijkste bijdrage.

Verspreiding en hoogte

Endemisch in Mexico, en voor zover bekend in de staat Guerrero. Het areaal berust volledig op één inzameling uit 1939; er zijn geen latere vondsten die wij hebben kunnen bevestigen. Een gerichte expeditie naar de bergen van Guerrero in 2006, waarbij drie andere vetbladsoorten wel werden aangetroffen, leverde deze soort niet op. Dat kan twee dingen betekenen: de soort zit ergens in het uitgestrekte, slecht doorzochte bergland van Guerrero op een plek waar nog niemand heeft gekeken, of het oorspronkelijke materiaal is destijds verzameld op een plek die inmiddels is verdwenen. Beide mogelijkheden zijn reëel.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 2 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen vormen of variëteiten onderscheiden, en dat kan ook niet: een soort die van één inzameling bekend is, biedt geen materiaal om variatie in vast te stellen. Sterker nog, zelfs de normale variatiebreedte van de soort — hoe groot de bladeren kunnen worden, hoeveel de bloemkleur wisselt, of er een afwijkende wintervorm is — is volstrekt onbekend. Dat is geen detail: juist bij een soort die naar eigen naam op andere soorten lijkt, is het onbekend zijn van de variatiebreedte de voornaamste reden dat zij niet wordt teruggevonden. Natuurlijke hybriden zijn logischerwijs evenmin bekend.

Waar en wanneer te zien

Dit is de soort waar je bij toeval op stuit, niet die je vindt. Wie in het bergland van Guerrero vetbladen zoekt, doet er goed aan elke populatie volledig te documenteren — bloem van voren en van opzij, spoor op maat, zomerrozet van boven, winterrozet indien aanwezig, plus hoogte, gesteente en datum — en niet alleen de exemplaren die meteen herkenbaar zijn. De kans dat een herontdekking uit zo'n reeks foto's komt, is groter dan de kans dat iemand de soort op naam in het veld herkent. Verzamel geen planten; een goede fotoserie met vindplaatsgegevens is voor deze vraag waardevoller dan een herbariumvelletje.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is, komt neer op één inzameling uit 1939 en geen enkele bevestigde waarneming daarna — een dossier dat voor een formele beoordeling eigenlijk te dun is, en dat tegelijk juist daardoor zorgwekkend is. Guerrero heeft sinds 1939 een groot deel van zijn bergbos verloren aan kap, koffieteelt en omzetting naar weiland, en het is niet uit te sluiten dat de enige bekende vindplaats daarbij is verdwenen. Zolang niemand de soort terugvindt, blijft onbeslist of zij nog bestaat. Voor deze bladzijde geldt dus: geen categorie, geen gegevens, en één inzameling om op verder te bouwen.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula imitatrix | Casper, 1963

Beschreven door Siegfried Jost Casper in 1963. De soort komt voor in het noordoosten van Mexico. De soortnaam imitatrix is Latijn voor "nabootster" en verwijst naar de sterke gelijkenis van deze soort met een andere, nauw verwante Pinguicula-soort waarmee zij aanvankelijk werd verward.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.