Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula ionantha
Pinguicula ionantha
Godfreys vetblad is een plant van zes county's: heel Pinguicula ionantha past in een strook van de centrale Florida-panhandle, en meer dan de helft van de bekende groeiplaatsen ligt binnen één bosgebied, het Apalachicola National Forest. Het is daarmee een van de meest plaatsgebonden vleesetende planten van Noord-Amerika, en een van de weinige die federaal beschermd zijn.

Herkenning
Een vlezige rozet tot ongeveer vijftien centimeter breed, met langwerpige bladeren die kleverig aanvoelen en dicht met klierhaartjes zijn bezet. Uit het hart komen dunne bloemstelen met elk één bloem. Die bloem is bleek paars tot wit en meet volledig geopend bijna tweeënhalve centimeter; kenmerkend is dat het gele gehemelte duidelijk uit de keel naar voren puilt, wat de bloem een open, bijna verbaasde uitdrukking geeft. Vijf uitgespreide, gekerfde kroonslippen maken het beeld compleet. De bloemsteel draagt, zoals bij alle vetbladen, zelf ook klierharen. Na de bloei blijft een klein doosje met stofzaad achter — bij deze soort met opvallend weinig kiemkrachtige korrels.
Gelijkende soorten
Binnen het kleine areaal staan vier verwanten: Pinguicula planifolia heeft bredere, roodachtige en vlakke bladeren; P. primuliflora heeft een lichte ring boven de keel en zit aan beschaduwde beekoevers; P. caerulea heeft een grote, diep violette, sterk geaderde bloem en P. lutea een gele — beide staan bovendien op beter gedraineerd terrein. Het onderscheidende kenmerk van deze soort is de combinatie van een bleek paarse tot witte kroon met dat naar voren stekende gehemelte. Handig is ook dat de soorten niet precies gelijk bloeien: het sleutelbloemvetblad begint doorgaans al in januari, terwijl deze soort pas tegen eind februari op gang komt. Wie in dezelfde week op meerdere plekken kijkt, kan de soorten daarmee al deels uit elkaar houden voordat hij één bloem van dichtbij heeft gezien.
De val en hoe hij werkt
De rozet is een lijmval: gesteelde klieren produceren een kleefdruppel, zittende klieren geven verteringsenzymen af zodra er een prooi op ligt, en de bladrand rolt langzaam naar de prooi toe zodat het vocht in een ondiep kuiltje blijft. Wat wordt gevangen zijn kleine vliegende insecten van de natte savanne. Onderzoek aan deze soort en enkele verwanten laat zien dat ze zelfverenigbaar zijn maar nauwelijks spontaan zelfbestuiven: voor zaadzetting zijn bestuivers nodig, wat de populaties kwetsbaarder maakt dan hun aantallen doen vermoeden.
Standplaats en ecologie
Kwelhellingen, veentjes, de overgangszone tussen natte dennenvlakte of natte prairie en cipressenstroken, bermsloten en laagten in natte dennenvlakten. Het gemeenschappelijke kenmerk is een permanent natte, zure, voedselarme bodem in de volle zon. Zoals overal in deze kustvlakte is brand de motor van het systeem: zonder regelmatig vuur groeit het struweel dicht en verdwijnt de soort. Bermsloten spelen daarbij een dubbelrol — ze bieden vervangend leefgebied, maar zijn ook kwetsbaar voor onderhoud en verbreding. Kwelhellingen zijn in dit landschap de meest bijzondere standplaats: plekken waar grondwater aan de voet van een zandrug uittreedt en een permanent natte, zure bodem in stand houdt. Ze zijn klein, liggen verspreid en herstellen zich nauwelijks van afgraving of betreding.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de centrale Florida-panhandle en bekend van zes county's. Meer dan de helft van de bekende populaties ligt in het Apalachicola National Forest, wat betekent dat het lot van de soort grotendeels aan het beheer van één federaal bosgebied hangt. Buiten die strook is de soort nergens ter wereld gevonden; het is daarmee een van de meest geografisch beperkte soorten in dit boek.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
In het wild worden geen ondersoorten of variëteiten onderscheiden. Wat varieert is de bloemkleur, die van bleek lavendel tot vrijwel zuiver wit loopt, en de grootte van de rozet naar gelang de natheid en de openheid van de standplaats. Een praktisch probleem bij deze soort is de zaadkwaliteit: het zaad heeft een opvallend lage kiemkracht, wat bij het beoordelen van populatievernieuwing een rol speelt. Daarbij komt dat de soort in de natuur vooral op kruisbestuiving is aangewezen, zodat de genetische variatie binnen een populatie sterk afhangt van het aantal planten dat tegelijk bloeit en van de aanwezigheid van bestuivers.
Waar en wanneer te zien
De vindbaarheid staat of valt met de bloei: van eind februari tot in april zijn de bloemen te zien, en daarbuiten is de soort in het veld bijzonder moeilijk op naam te brengen. Zoek in kwelhellingen en in de overgang van natte prairie naar cipressenstroken, en let op bermsloten langs bospaden in het Apalachicola National Forest. Blijf buiten de zode en verzamel niets: deze soort is federaal beschermd, en zelfs betreden van een kwelhelling kan schade doen.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES — maar dat betekent hier bepaald niet dat er geen zorgen zijn. Op nationaal niveau is de plant beschermd onder de Amerikaanse Endangered Species Act als bedreigde soort, en in Florida eveneens op staatsniveau; de natuurwaardering van Florida plaatst hem in de op één na hoogste zeldzaamheidsklasse. De oorzaken zijn de bekende: ontwatering, het uitblijven van vuur, werkzaamheden in bermsloten en de zeer beperkte verspreiding. Het ontbreken van een mondiale categorie is hier een goed voorbeeld van een leemte die niets zegt over de werkelijke toestand.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula ionantha | Godfrey, 1961
Beschreven door Robert Kenneth Godfrey in 1961. De soort komt uitsluitend voor in het centrale deel van de Florida Panhandle, in zes county's tussen Tallahassee en Panama City. De soortnaam ionantha is Grieks voor "violetbloemig" (ion, "viooltje/violet" + anthos, "bloem") en verwijst naar de violette bloemkleur; de Engelse volksnaam "Godfrey's butterwort" eert de beschrijver.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.