Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula jimburensis

Pinguicula jimburensis

Pas in 2023 beschreven, en meteen een van de zeldzaamste vleesetende planten van Zuid-Amerika. Pinguicula jimburensis is bekend van één oever van één hooglandmeer op drieduizendvierhonderd meter in het zuiden van Ecuador, dicht bij de Peruaanse grens, waar een paar dozijn planten bij elkaar staan. De soortnaam verwijst naar de lagune waar hij werd gevonden.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een vetblad van het gewone rozettype: een vlakke rozet van gaafrandige, kleverige bladeren die plat op de doorweekte páramobodem liggen, met een bovenkant vol klierdruppels die bij schuin licht oplicht. Uit het hart komen dunne bloemstelen met elk één tweelippige bloem met spoor. De soort is uit het oude, ruime soortbegrip van Pinguicula calyptrata losgemaakt op grond van afwijkende bloemkenmerken; wie die kenmerken precies wil narekenen, moet bij de oorspronkelijke beschrijving zijn. In deze gids zijn daarom geen maten opgenomen: de enige betrouwbare cijfers staan in een artikel uit 2023 dat voor de meeste lezers niet naast de plant ligt, en gissen heeft geen zin bij een soort die van één groeiplaats bekend is.

Gelijkende soorten

De soort waar hij tot 2023 onder werd gerekend, Pinguicula calyptrata, is in heel Ecuador en Colombia in de páramo te vinden en is de enige reële verwarringskans; de verschillen zitten in de bouw van de bloem. De tweede nieuwe soort uit hetzelfde artikel, P. ombrophila, staat vijfhonderd meter lager op een verticale rotswand en is daarmee in het veld al door de standplaats te scheiden. Omdat elk van de drie in Zuid-Ecuador een eigen, klein leefgebied heeft, is in de praktijk de vindplaats het belangrijkste kenmerk. Voor wie geen materiaal wil verzamelen — en dat hoort men bij deze soort niet te doen — is dat ook het enige haalbare kenmerk.

De val en hoe hij werkt

Een lijmval in een van de koudste en natste milieus van de tropen. Op het blad staan gesteelde klieren die een kleverige druppel vasthouden en zittende klieren die pas verteringsenzymen afscheiden wanneer er een prooi op ligt; de bladrand rolt zich daarna langzaam over de vangst zodat het vocht in een ondiepe kom blijft staan. Op drieduizendvierhonderd meter in de páramo is de temperatuur het hele jaar laag en schommelt ze vooral tussen dag en nacht. Afbraak van organisch materiaal verloopt daardoor traag en bruikbare stikstof is schaars; een gevangen mug levert de plant sneller iets op dan haar wortels uit de doorweekte bodem kunnen halen.

Standplaats en ecologie

De doorweekte oever van een hooglandmeer in de páramo op ongeveer drieduizendvierhonderd meter (W7), met aangrenzende natte, kort begroeide grond boven de boomgrens (R5, W6). Het gaat om een open, permanent natte standplaats zonder hoge vegetatie, in een landschap van graspollen, kussenplanten en veenachtige bodem. De neerslag is hoog en de mist bijna dagelijks. De plek ligt in het Amotape-Huancabamba-gebied, de lage rug in de Andes tussen Ecuador en Peru die bekendstaat om zijn opeenhoping van soorten met een minuscuul areaal — deze soort is daar een schoolvoorbeeld van.

Verspreiding en hoogte

Bekend van één groeiplaats in het zuiden van Ecuador, in de hoge Andes vlak bij de grens met Peru, en daarmee endemisch voor Ecuador. Er zijn slechts enkele dozijnen planten geteld. De groeiplaats ligt binnen een beschermd gebied, wat voor de directe bedreigingen scheelt, maar een areaal van deze omvang is per definitie kwetsbaar. Of de soort ook aan de Peruaanse kant van de grens voorkomt, is niet bekend; dat deel van het Amotape-Huancabamba-gebied is slecht doorzocht en soortgelijke hooglandmeren liggen er meer.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. Het donkere vak is het enige hok van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt. Het zegt waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden, en dat is bij een soort die uit één populatie van enkele tientallen planten bestaat ook niet zinvol. Wat wel in het dossier staat, is dat deze plant tot 2023 gewoon als een afwijkende populatie van P. calyptrata werd gezien — een herinnering dat 'vormvariatie' binnen een ruim opgevat soortbegrip soms gewoon een andere soort blijkt te zijn. De auteurs van de beschrijving geven aan dat er in het resterende Ecuadoraanse materiaal nog meer verschillen zitten dan in één soort passen, zodat het hier vermoedelijk niet bij blijft. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.

Waar en wanneer te zien

Dit is geen soort om op te zoeken. De enige bekende groeiplaats ligt in beschermd hooggebergte en telt een paar dozijn planten; bezoek door verzamelaars is hier een reëel risico en niet een theoretisch. Wie in de Zuid-Ecuadoraanse páramo loopt, kan wel leren waar zulke planten staan: op de doorweekte, kale randen van hooglandmeren en in de natte laagtes tussen de graspollen, waar de bodem permanent verzadigd is. Wie daar een vetbladrozet vindt, doet er goed aan te fotograferen, de plek vast te leggen en het te melden bij het herbarium — niet te graven.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES, zodat er geen internationale categorie is. Dat is bij een in 2023 beschreven soort niet verrassend, maar wat wel bekend is, laat aan duidelijkheid weinig te wensen over: één bekende groeiplaats, enkele dozijnen volwassen planten, en een leefgebied dat afhangt van een hooglandmeer in een klimaat dat aan het verschuiven is. De beschrijvers wijzen erop dat de páramowatersystemen in deze zone gevoelig zijn voor opwarming en veranderende neerslag. Het gebied is beschermd, wat de directe druk beperkt, maar bescherming op papier houdt de mistgordel niet op zijn plaats.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula jimburensis | Pérez, Tobar & Henning, 2023

Beschreven door Álvaro J. Pérez, Tobar, Burgess en Tilo Henning in 2023, in PhytoKeys 222: 153–171. De soort komt voor in het zuiden van Ecuador, in de omgeving van Jimbura, nabij de Cordillera del Cóndor. De soortnaam verwijst naar Jimbura, de plaats in Ecuador waar de soort werd ontdekt.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.