Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula kondoi

Pinguicula kondoi

Een vetblad uit het droge bergland van Noordoost-Mexico, in 1974 beschreven door Siegfried Casper en vernoemd naar de Japanse botanicus Katsuhiko Kondo. Die naam heeft buiten de literatuur voor verwarring gezorgd — de soort wordt geregeld in Japan gezocht terwijl hij daar niet voorkomt. Pinguicula kondoi hoort thuis in de Sierra Madre Oriental, tussen de kalkrotsen van Nuevo León, Tamaulipas en San Luis Potosí.

Pinguicula kondoi
Foto: Daderot in kweek — CC0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Een van de Mexicaanse vetbladen met twee bladvormen per jaar: in het natte seizoen een rozet van platte, kleverige zomerbladeren, en in het droge seizoen een veel kleinere, compacte rozet van dikkere, bijna vetplantachtige winterbladeren met veel minder klieren. Die winterrozet is geen slapende knop zoals bij de noordelijke soorten maar een werkende, droogtebestendige vorm. De bloem is tweelippig met een spoor, zoals bij alle vetbladen. Omdat de oorspronkelijke beschrijving in een gespecialiseerd tijdschrift verscheen en betrouwbaar veldmateriaal schaars is, zijn er in deze gids geen maten opgenomen — de cijfers die in omloop zijn, komen bijna alle uit de kweek en niet uit het wild.

Gelijkende soorten

Noordoost-Mexico is het rijkste vetbladgebied ter wereld en juist daar is determinatie het lastigst: in de Sierra Madre Oriental staan tientallen nauw verwante soorten, vaak op kalkrots en vaak met dezelfde twee bladvormen. Soorten als Pinguicula gracilis, P. ehlersiae, P. esseriana en P. gypsicola lijken in rozetvorm sterk op elkaar en zijn in de praktijk alleen in bloei en met de originele beschrijving naast zich te scheiden. Voor de veldgidslezer is de eerlijke regel: noteer de plaats, de ondergrond en de bloem, en laat de naam over aan wie het materiaal kan vergelijken.

De val en hoe hij werkt

Een lijmval die zich aanpast aan een klimaat met een scherpe natte en droge tijd. In het natte seizoen zijn de zomerbladeren groot, plat en dicht met klieren bezet; ze vangen dan de muggen en kleine vliegen die na de regens in wolken boven de natte kalkrots hangen. Zodra het droog wordt, wordt de hele rozet vervangen door kleine, vlezige bladeren met weinig klieren die vooral water vasthouden en nauwelijks nog vangen. De plant schakelt dus tussen twee bedrijfsvormen: een vangseizoen en een overlevingsseizoen. Op kale kalkrots, waar vrijwel geen bodem ligt, is die vangst in het natte seizoen de belangrijkste bron van stikstof en fosfor.

Standplaats en ecologie

Kalkrotsen en steile, bemoste wanden in het bergland van Noordoost-Mexico (R2), op plekken waar in het natte seizoen water over het gesteente loopt of uit spleten sijpelt (R1). De planten zitten met weinig of geen bodem direct op de steen, vaak in de schaduw van een overhang of in de luwte van een kloof. Het klimaat is halfdroog met een uitgesproken regentijd in de zomer; de winter is droog en koel. De vegetatie eromheen is laag en open — vetplanten, varens en mossen die dezelfde wisseling verdragen.

Verspreiding en hoogte

Endemisch voor Mexico en beperkt tot de deelstaten Nuevo León, Tamaulipas en San Luis Potosí, in het noordelijke deel van de Sierra Madre Oriental. Onze eigen soortenlijst noemt Japan, wat op de naamgeving berust en niet op de verspreiding: de grote naslagwerken plaatsen de soort ondubbelzinnig in Noordoost-Mexico. Binnen dat gebied is de verspreiding versnipperd, zoals bij vrijwel alle Mexicaanse vetbladen: elke kalkrug en elke kloof is een eiland, en veel soorten in deze streek zijn van maar een paar bergen bekend.

  • Waargenomen (hokken van een graad)
Verspreiding uitsluitend op basis van waarnemingen bij GBIF (Global Biodiversity Information Facility), niet op TDWG-regio's: die zijn vaak veel groter dan het werkelijke areaal. De lichte halo is het gebied rond een waarneming, de donkere kern de waarneming zelf. De donkere hokken zijn 7 vakken van een hele graad — ruwweg honderdtien kilometer — waarin de soort is waargenomen, uit alle waarnemingen bij GBIF. Deze maat is grover dan bij de meeste soorten, omdat van deze plant vrijwel geen enkele waarneming een nauwkeurige coördinaat draagt: de vindplaats van bestroopte soorten wordt bij de bron vertroebeld. Op deze schaal verdwijnt dat in de ruis. Ze zeggen waar hij is gezíén, niet waar hij voorkomt: een leeg vak betekent niets.

Vormen en variatie

Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. De opvallendste vormverandering is seizoensgebonden en geldt voor de hele soort: de omslag van platte zomerbladeren naar kleine, vlezige winterbladeren. Wie een plant in het droge seizoen ziet, ziet iets heel anders dan wie hem na de regens vindt, en dat heeft in het verleden bij Mexicaanse vetbladen herhaaldelijk tot onnodige soortnamen geleid. In de kweek zijn van deze soort talrijke selecties en kruisingen in omloop, maar die horen niet in een veldgids thuis. Natuurlijke hybriden in het wild zijn niet betrouwbaar beschreven.

Waar en wanneer te zien

Zoek in het natte seizoen, want in de droge maanden is de plant tot een onopvallend knopje teruggetrokken. De beste plekken zijn schaduwrijke kalkwanden in kloven en aan de voet van steilranden, waar mos groeit en water uit een spleet komt. Kijk op ooghoogte en lager, en let op de kleverige glans op de steen. Neem foto's van rozet, bloem en ondergrond; in dit gebied is dat de enige manier om achteraf tot een naam te komen. Laat planten staan — de Mexicaanse vetbladen worden door verzamelaars zwaar bejaagd.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES; er is dus geen internationale categorie. Wat over de soort bekend is, is dun: een handvol groeiplaatsen in drie deelstaten, zonder tellingen of een gedocumenteerde trend. De algemene druk op vetbladen in dit gebied is echter goed beschreven en geldt zonder twijfel ook hier: het wegvallen van watervoerende spleten door grondwaterwinning, het kappen en branden van de omringende begroeiing, steengroeven in de kalkruggen, en het illegaal verzamelen voor de plantenhandel, waarvoor juist de Mexicaanse vetbladen aantrekkelijk zijn. Dat er geen beoordeling ligt, betekent hier niet dat er geen risico is.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula kondoi | Casper, 1974

Beschreven door Siegfried Jost Casper in 1974, in Feddes Repertorium 85: 1, op basis van een exemplaar dat in 1971 door Seiichi Osada was verzameld. Pinguicula reticulata, in 1991 door Jan Schlauer beschreven, wordt beschouwd als synoniem van deze soort. Het holotype is gevonden in de oostelijke Sierra Madre, in de Mexicaanse staat Tamaulipas, op een vochtige rotswand langs de weg. De soortnaam eert de Japanse botanicus Katsuhiko Kondo.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.