Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula michoacana
Pinguicula michoacana
Een grootbloemig vetblad met een spoor van twee tot drie centimeter, dat op één plek in Michoacán groeit: op kalkafzettingen die zich hebben gevormd op basaltrotsen waarlangs water sijpelt, midden in droog tropisch loofbos. Pinguicula michoacana werd in 2018 beschreven en is een schoolvoorbeeld van een micro-endeem — een soort waarvan het hele bekende areaal binnen één gemeente ligt.

Herkenning
De winterrozet ligt onder de grond en is compact, 4 tot 25(30) mm lang en (5)10 tot 15 mm breed, opgebouwd uit 20 tot 40 dikke blaadjes; de buitenste zijn 15 tot 25(30) mm lang en 3 tot 5(7) mm breed, met een lang toegespitste punt en een kale rand. In de regentijd verschijnt daaruit een zomerrozet van slechts 2 tot 8 dunne, gesteelde bladeren die omgekeerd eirond-elliptisch tot bijna rond zijn, (15)20 tot 60 mm lang en 10 tot 50 mm breed. Er staan 1 tot 4(6) bloemstelen van (40)50 tot 120(150) mm. De bloem is roze tot purper en diep tweelippig, met een bovenlip van 8 tot 15 mm en een onderlip van 8 tot 20(25) mm, en meet 35 tot 45(50) mm inclusief het spoor; dat spoor is cilindrisch-priemvormig, purper en (15)20 tot 30 mm lang. Bloei van eind maart tot september.
Gelijkende soorten
De beschrijving vergelijkt de soort met Pinguicula oblongiloba. Drie kenmerken scheiden ze. Ten eerste het aantal winterblaadjes: 20 tot 40 bij P. michoacana, tegen 60 tot 86 bij P. oblongiloba. Ten tweede de rand van die blaadjes: kaal met een lang toegespitste punt bij onze soort, gewimperd bij de andere. En ten derde ontbreekt bij P. michoacana de laag oude, verdroogde zomerbladeren die bij P. oblongiloba als een mantel om de winterrozet blijft zitten. Van andere grootbloemige soorten uit de sectie Orcheosanthus is zij vooral door haar standplaats en haar geïsoleerde ligging te onderscheiden.
De val en hoe hij werkt
De weinige, brede zomerbladeren doen al het werk. Ze dragen gesteelde klieren met een taaie, heldere druppel, en tussen die klieren zittende klieren die pas verteringsenzymen afgeven als een prooi contact maakt; daarna buigt de bladrand zich over de vangst. Dat de soort maar twee tot acht vangbladen heeft, maakt elk blad belangrijk: in een droog tropisch loofbos is het insectenaanbod sterk geconcentreerd in de regentijd, en de plant heeft haar hele bovengrondse leven binnen dat venster geconcentreerd. Buiten de regentijd is er geen blad, geen klier en geen vangst — alleen het ondergrondse winterknopje.
Standplaats en ecologie
Kalkconcreties op basaltisch stollingsgesteente waarlangs water sijpelt, in droog tropisch loofbos op ongeveer 1800 m hoogte. Dat is een ongewone combinatie: een vochtige, kalkrijke microstandplaats midden in een landschap dat het grootste deel van het jaar volledig uitdroogt (D4). De plant zit precies op die plekken waar water uit het basalt naar buiten treedt en bij verdamping kalk afzet, zodat er een poreuze, permanent vochtige korst ontstaat (R1). Zulke plekken zijn zeldzaam en klein — soms niet meer dan een paar vierkante meter — en dat verklaart waarom de soort een micro-endeem is.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de gemeente Jiquilpan in de Mexicaanse staat Michoacán, in overeenstemming met onze soortenlijst. Het gaat om één bekend gebied op ongeveer 1800 m; de beschrijving noemt de soort uitdrukkelijk een micro-endeem. Dat is in het Mexicaanse westen geen uitzondering: het reliëf van de Trans-Mexicaanse Vulkanengordel brengt talloze kleine, hydrologisch bijzondere plekken voort die elk hun eigen soorten kunnen huisvesten. Buiten Jiquilpan is de soort niet aangetroffen, en gezien de specifieke eisen aan de ondergrond is een brede verspreiding ook niet waarschijnlijk.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen wilde variëteiten onderscheiden. Bij een soort die van één gebied en één hoogteligging bekend is, ontbreekt daarvoor eenvoudig de basis. Wat binnen de populatie varieert, is aanzienlijk: de zomerbladeren lopen van vijftien tot zestig millimeter, de bloemstelen van vier tot vijftien centimeter en het spoor van vijftien tot dertig millimeter — een variatiebreedte die laat zien hoe sterk de groeiomstandigheden per plekje verschillen, zelfs binnen één kalkafzetting. Die interne variatie is een reden te meer om bij Mexicaanse vetbladen niet op één maat te determineren. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld.
Waar en wanneer te zien
Ga in de regentijd, van juni tot augustus: buiten dat venster is er bovengronds niets van de plant te zien. Zoek in het droge loofbos rond Jiquilpan naar de vochtige plekken op rotsen waar water uittreedt en een lichte, poreuze kalkkorst is gevormd — juist de contrastplekken in een verder dor landschap. De grote roze tot purperen bloemen op hun lange stelen zijn van tien meter afstand te zien en vormen de beste zoekwijzer. Raak de kalkkorst niet aan en klim er niet overheen: hij is bros en de rozetten wortelen er oppervlakkig in.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is, is het profiel van een uiterst kwetsbare soort: een micro-endeem, in 2018 beschreven, gebonden aan een zeldzaam en kleinschalig type standplaats binnen één gemeente. Kalkafzettingen op sijpelplekken zijn gevoelig voor elke verandering in de waterhuishouding — een opgevangen bron, een put, een veranderde afwatering — en het omliggende droge loofbos van westelijk Michoacán is sterk teruggedrongen door landbouw en veeteelt. Daarbij komt dat een grootbloemig, pas beschreven Mexicaans vetblad vrijwel zeker de aandacht van verzamelaars trekt. Een formele beoordeling ontbreekt, maar het profiel wijst op weinig speelruimte.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula michoacana | Zamudio & Juarez, 2018
Beschreven door Sergio Zamudio en H.D. Juárez in 2018. De soort komt voor in de Mexicaanse staat Michoacán, binnen de Trans-Mexicaanse Vulkanische Gordel. De naam verwijst naar de Mexicaanse staat Michoacán, waar de soort voorkomt.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.