Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula mundtii
Pinguicula mundtii
Een Spaans vetblad met een dubbele naamsgrap: het is genoemd naar de Río Mundo, de rivier die in een waterval uit de kalkberg van de Sierra de Alcaraz tevoorschijn komt — en de soort groeit precies daar, op de druipende travertijnwanden rond de bron. Pinguicula mundi, in onze soortenlijst als P. mundtii gespeld, werd in 1996 beschreven en staat morfologisch tussen P. longifolia en P. vallisneriifolia in.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
Een forse rozetplant met twee bladgeneraties per jaar. In het voorjaar zijn de bladeren elliptisch tot omgekeerd eirond-langwerpig, drie tot zes centimeter lang en anderhalf tot tweeënhalf breed; in de zomer worden ze aanzienlijk groter, zes tot elf centimeter lang en anderhalf tot drie breed. Het blad is helder groen, kleverig en met opgerolde randen. De bloem is violet, twaalf tot drieëntwintig millimeter in doorsnede, met een bovenlip die duidelijk donkerder is dan de onderlip — een kenmerk dat men in het veld meteen ziet. De spoor is lang, recht, cilindrisch en priemvormig, acht tot vijftien millimeter. De plant overwintert als winterknop op de rots.
Gelijkende soorten
De twee soorten waar hij tussenin staat, zijn ook de twee soorten waarmee hij verward kan worden. Pinguicula longifolia, uit de centrale Pyreneeën, heeft zomerbladeren van zeven tot zeventien centimeter en een spoor van negen tot zestien millimeter; de overlap is aanzienlijk, maar de arealen liggen honderden kilometers uit elkaar. P. vallisneriifolia, uit de sierras van Cazorla en Segura even ten zuiden hiervan, heeft veel langere, lintvormige zomerbladeren tot twintig centimeter en meer en een grotere bloem van vijfentwintig tot vijfendertig millimeter. Bij twijfel zijn bladlengte en bloemgrootte doorslaggevend — en voor de meeste vondsten is de geografie al genoeg.
De val en hoe hij werkt
Een lijmval op natte kalksteen, in een omgeving waar water de dienst uitmaakt. Gesteelde klieren houden een kleefdruppel vast en zittende klieren scheiden verteringsenzymen af zodra er een prooi op het blad ligt; de bladrand rolt zich vervolgens traag over de vangst zodat het vocht niet langs de wand wegloopt. De standplaats — druipende travertijn, met bijna dagelijkse ochtendmist — houdt de druppels het hele seizoen actief. De vangst bestaat uit de muggen en kleine vliegen die in bronmilieus rond de waterval in dichte zwermen voorkomen. Op kaal kalkgesteente, waar het langsstromende water alle losse voeding meeneemt, is dat vrijwel de enige stikstofbron.
Standplaats en ecologie
Natte, beschaduwde kalk- en travertijnwanden waar bronwater overheen sijpelt, op negenhonderdvijftig tot elfhonderd meter (R1, R2). De wanden zijn met mos begroeid en blijven het hele jaar vochtig; de vrijwel dagelijkse ochtendmist en de koele, natte omstandigheden rond de bron maken het microklimaat stabiel. Er is geen bodem in de gewone zin: de planten wortelen in het mos en in spleten van de kalktuf. Concurrentie is daardoor gering, maar wie zijn houvast verliest, valt letterlijk van de wand.
Verspreiding en hoogte
Bekend uit het grensgebied van de provincies Albacete en Jaén in het zuidoosten van Spanje, tussen Alcaraz en Orcera, met het bekendste voorkomen rond de bron van de Río Mundo en de nabijgelegen kalkgrotten. Het areaal is daarmee zeer klein en de soort is endemisch voor Spanje. Onze eigen soortenlijst kon voor deze naam geen verspreidingsgegevens vinden; het beeld dat hier wordt gegeven berust op de oorspronkelijke beschrijving en op de nomenclatuurdatabanken. De hoogteligging is smal: nauwelijks honderdvijftig meter verschil tussen de laagste en de hoogste bekende groeiplaats.
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden. De opvallendste vormverandering is seizoensgebonden en geldt voor alle planten: de kleinere voorjaarsrozet wordt in de zomer vervangen door aanzienlijk langere bladeren. Wat het dossier wel ingewikkeld maakt, is de naam: de soort is beschreven als Pinguicula mundi, terwijl in onze soortenlijst de spelling P. mundtii staat; dat laatste is een verschrijving die in verschillende bestanden is blijven hangen. Daarnaast is in latere literatuur gediscussieerd over de vraag of de plant een zelfstandige soort is of een tussenvorm in het longifolia-vallisneriifolia-complex. Natuurlijke hybriden zijn niet als zodanig beschreven.
Waar en wanneer te zien
De omgeving van de bron van de Río Mundo is een druk bezochte plek, en dat is zowel de kans als het risico. Kijk langs de wandelpaden naar de natte, overhangende kalkwanden en de travertijnterrassen waar het water constant overheen loopt; de planten zitten daar op ooghoogte en hoger, tussen het mos. Vroeg in de ochtend, met mist, staan de klierdruppels het volst. Blijf op de paden — de travertijn is broos en de mossen zijn de wortelbodem van de plant — en klim niet langs de wand omhoog voor een foto.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES; er is dus geen internationale categorie. Wat bekend is, vraagt niettemin aandacht: het gaat om een Spaanse endeem met een uiterst klein areaal in een smalle hoogteband, op een standplaats die volledig afhangt van een constante watervoerende bron. Bronnen in Zuidoost-Spanje staan onder druk door grondwaterwinning voor irrigatie en door langere droogteperioden; als het water uit de wand verdwijnt, verdwijnt de plant. Daar komt de bezoekersdruk bij, want de bekendste groeiplaats ligt bij een toeristische trekpleister. Een regionale beoordeling en gerichte monitoring zouden hier nuttiger zijn dan een wereldwijde categorie.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula mundtii | Blanca et al.
Beschreven in 2020 in het artikel "Two new calcicolous species of Pinguicula sect. Pinguicula (Lentibulariaceae) growing on rocky habitats of the Iberian Peninsula", Phytotaxa 456(3), samen met een tweede nieuwe soort van hetzelfde artikel. De soort groeit op kalkrijke rotsen op het Iberisch Schiereiland; de precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald. Wie of wat precies met de soortnaam wordt geeerd, kon niet met zekerheid worden achterhaald.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.