Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula ombrophila
Pinguicula ombrophila
De naam betekent 'regenminnend', en dat is geen overdrijving: Pinguicula ombrophila groeit op een vrijwel verticale rotswand in de doorweekte páramo van Zuid-Ecuador, op tweeduizendnegenhonderd meter, waar mist en regen elkaar bijna dagelijks afwisselen. De soort werd in 2023 beschreven en is bekend van één groeiplaats met ongeveer vijftien volwassen planten — een van de kleinste bekende wereldpopulaties in dit boek.

Herkenning
Een vetbladrozet van het gewone type, vlak tegen de natte steen aangedrukt: gaafrandige, kleverige bladeren met een bovenkant vol klierdruppels, en uit het hart dunne bloemstelen met elk één tweelippige bloem met spoor. De soort is samen met P. jimburensis uit het ruime soortbegrip van Pinguicula calyptrata losgemaakt, op grond van bloemkenmerken die in de oorspronkelijke beschrijving zijn vastgelegd. Deze gids neemt daarom geen maten op: de betrouwbare cijfers staan in dat ene artikel uit 2023, en bij een soort die van vijftien planten bekend is, is een geschat getal erger dan geen getal.
Gelijkende soorten
Pinguicula calyptrata is in dezelfde hoogteband van de Ecuadoraanse Andes te vinden en is de soort waarmee deze tot voor kort werd verward; het onderscheid zit in de bouw van de bloem. P. jimburensis, de tweede nieuwe soort uit hetzelfde onderzoek, groeit vijfhonderd meter hoger langs een hooglandmeer in plaats van op een rotswand, wat in het veld al voldoende onderscheid geeft. Verder zuidwaarts, in Peru en Bolivia, komt P. involuta voor, met een sterk naar binnen omgerolde bladrand en een gekromde spoor. In de praktijk is bij al deze soorten de vindplaats het bruikbaarste kenmerk.
De val en hoe hij werkt
Een lijmval die is afgestemd op een verticale wand onder permanente regen. De gesteelde klieren dragen een taaie druppel die niet wegspoelt en in de vochtige lucht ook niet indroogt; de zittende klieren eronder komen pas in actie als er een prooi ligt. Dat de bladrand zich over een vangst omrolt, is op een steile wand doorslaggevend: zonder dat kuiltje zou het verteringsvocht meteen wegstromen. Het aanbod bestaat uit kleine tweevleugeligen en springstaarten die in de luwte van de wand blijven hangen. De rots levert de plant verder niets — geen bodem, geen humus, alleen water dat eroverheen loopt — zodat vrijwel alle voeding uit de vangst moet komen.
Standplaats en ecologie
Een vrijwel verticale rotswand in doorweekte páramo op ongeveer tweeduizendnegenhonderd meter (R1), met daaromheen open, natte grond boven de boomgrens (R5). Het regent er veel en vaak, en waar het niet regent, hangt mist. De plant haalt haar vocht uit de doorweekte páramobodem boven de wand en uit de neerslag zelf; de soortnaam is daar een rechtstreekse verwijzing naar. Op zo'n wand is er geen concurrentie van hogere planten, maar ook geen enkele buffer: droogt de wand een paar weken uit, dan is er niets dat de planten door die periode heen helpt.
Verspreiding en hoogte
Bekend van één groeiplaats in het zuiden van Ecuador, in het Amotape-Huancabamba-gebied van de Andes, en daarmee endemisch voor Ecuador. Er zijn ongeveer vijftien volwassen planten geteld. De plek ligt binnen een beschermd gebied. Het Amotape-Huancabamba-gebied is de lage onderbreking in de Andesketen tussen Ecuador en Peru en staat bekend om zijn ongewoon hoge aantal soorten met een uiterst klein areaal; deze soort staat daar aan het uiterste einde van. Of er aan de Peruaanse zijde vergelijkbare wanden met planten zijn, is niet onderzocht.
- Waargenomen (hokken van een graad)
Vormen en variatie
Er worden geen variëteiten in het wild onderscheiden; met vijftien bekende volwassen planten is daar ook geen materiaal voor. Historisch is wel van belang dat de planten tot 2023 onder P. calyptrata werden gerekend, en dat de auteurs van de beschrijving aangeven dat er in het overige Ecuadoraanse materiaal nog verschillen zitten die niet binnen één soort passen. De kans is dus reëel dat er in deze hoek van de Andes nog meer soorten worden onderscheiden. Natuurlijke hybriden zijn niet beschreven.
Waar en wanneer te zien
Zoek deze soort niet op. Vijftien volwassen planten op één wand verdragen geen bezoekersdruk, en verzameling zou hier het einde van de soort kunnen betekenen. Wie in de Zuid-Ecuadoraanse páramo loopt, kan wel het juiste zoekbeeld meenemen voor vetbladen in het algemeen: natte, steile rotswanden waar water permanent overheen loopt, met mos en levermos in de spleten en open, onbegroeide plekken ertussen. Fotograferen en de vindplaats melden bij een herbarium is hier het enige verantwoorde antwoord op een vondst.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES; er is dus geen internationale categorie. Wat bekend is, is niettemin heel precies: één bekende groeiplaats, ongeveer vijftien volwassen planten, en een leefgebied dat volledig afhangt van aanhoudende neerslag en mist. De beschrijvers wijzen erop dat de soort binnen een beschermd gebied ligt maar dat bescherming niets uithaalt tegen het opschuiven van de mistgordel bij opwarming. Bij deze aantallen is elke toevallige gebeurtenis — een steenval, een droge periode, een verzamelaar — een reële bedreiging voor de hele soort. Het ontbreken van een formele categorie is hier het gevolg van de jonge beschrijving, niet van onzekerheid over het risico.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula ombrophila | Pérez, Tobar & Henning, 2023
Beschreven door Álvaro J. Pérez, Tobar en Tilo Henning in 2023, in PhytoKeys 222: 153–171, in hetzelfde artikel als Pinguicula jimburensis. De soort komt voor in het zuiden van Ecuador; de precieze typelocatie kon niet met zekerheid worden achterhaald (de toegankelijke bronnen gaven alleen de algemene regio). De naam komt vermoedelijk van het Grieks ombros (regen) en philos (liefhebbend), "regenminnend" — passend bij de vochtige, regenrijke habitat waarin de soort groeit, al werd deze uitleg niet in een toegankelijke bron expliciet bevestigd.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.