Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula orthoceras

Pinguicula orthoceras

Pinguicula orthoceras is het vetblad van de hoogste hellingen van de Sierra del Cristal, het bergmassief dat het noordoosten van Cuba domineert. De soortnaam betekent 'met een rechte hoorn' en slaat op de rechte spoor van de bloem — het kenmerk waarmee Casper de soort van zijn verwanten scheidde. Het bekende materiaal is verzameld op de noordflank van het centrale massief, op negenhonderd tot duizend meter, in april 1968.

Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.

Herkenning

Een vlakke rozet van gaafrandige, vlezige bladeren met een dicht klierdek dat het blad nat laat lijken, plat liggend op vochtige bodem of rots. Uit het hart komen dunne bloemstelen, elk met één tweelippige bloem waarvan de spoor recht naar achteren wijst in plaats van gebogen te zijn. Juist die rechte spoor is de aanleiding voor de naam en het meest bruikbare veldkenmerk — mits je een bloem treft. Buiten de bloei is de plant een klein, glanzend rozetje tussen mossen, nauwelijks van zijn verwanten te onderscheiden.

Gelijkende soorten

De belangrijkste verwarring is met Pinguicula lippoldii, die in hetzelfde massief groeit maar op lagere hoogte, rond vijfhonderd tot zeshonderd meter, in galerijbos langs beken. De vorm van de spoor is het onderscheid dat er in de beschrijvingen toe doet: recht bij deze soort, anders gebogen of anders van verhouding bij verwanten. Ook de vetbladen van het Moa-massief verderop naar het oosten staan dicht bij deze groep. Fotografeer de bloem daarom altijd van opzij, zodat kroonbuis en spoor in profiel zichtbaar zijn. Voeg daaraan toe dat de hoogte op zichzelf al informatie is: in dit massief liggen de bekende vondsten van de verschillende vetbladen op duidelijk verschillende niveaus, zodat een goede hoogtemeting het aantal kandidaten al flink terugbrengt.

De val en hoe hij werkt

Het vangapparaat is dat van elk vetblad: gesteelde klieren met een kleefdruppel, zittende klieren die verteringsenzymen afgeven zodra er een prooi op ligt, en een bladhuid zonder huidmondjes die het opgeloste voedsel weer opneemt. Bij het inrollen van de bladrand ontstaat een ondiep bakje waarin het verteringsvocht blijft staan. Op negenhonderd meter in een mistig bergbos is de lucht bijna altijd verzadigd, zodat de kleefdruppels vrijwel nooit indrogen en de val het hele jaar door functioneert.

Standplaats en ecologie

De etiketten noemen alleen de noordflank van het centrale massief van de Sierra del Cristal tussen negenhonderd en duizend meter. Dat is de hoogtezone van permanent vochtig bergbos, waar de wolken het grootste deel van het jaar tegen de hellingen aanlopen en de bodem en de rotsen nooit helemaal opdrogen. Voor een vetblad zijn dat de klassieke omstandigheden: water in overvloed, licht beperkt, en een bodem die door het voortdurend doorsijpelende water arm blijft aan opneembare voedingsstoffen. Op deze hoogte is het bos laag en knoestig, met een dik mospakket op stammen en stenen; de vetbladen zitten dan op de open plekken daarbinnen, waar het mos te nat is om dicht te groeien en de kale bodem doorschemert.

Verspreiding en hoogte

Endemisch op Cuba en bekend van de Sierra del Cristal in het oosten van het eiland, in het grensgebied van de provincies Holguín en Santiago de Cuba — in oude etiketten nog aangeduid als de provincie Oriente. Het aantal gedocumenteerde vindplaatsen is klein, en de bekende collecties gaan terug op het veldwerk van Bisse en Köhler in de jaren zestig. Dat betekent niet dat de soort verdwenen is, maar wel dat recente, gepubliceerde waarnemingen schaars zijn.

  • Inheems
Verspreiding per regio van het TDWG-schema (World Geographical Scheme for Recording Plant Distributions), uit de World Checklist of Vascular Plants — de gegevensbasis achter Plants of the World Online. De kaart toont alleen het natuurlijke areaal; waar de soort is ingeburgerd staat in de tekst. Binnen een regio zegt de kaart niets over waar de plant precies staat; bij bedreigde soorten is dat ook de bedoeling. Contouren: tdwg/wgsrpd. Voor deze soort zijn nog geen GBIF-waarnemingen opgehaald; zodra dat gebeurt vervangt die precisere laag deze regio-kaart.

Vormen en variatie

Er worden geen ondersoorten of variëteiten in het wild onderscheiden. Bij een soort die van één bergflank en van weinig collecties bekend is, valt over de bandbreedte van de variatie weinig te zeggen; wat in de literatuur telt, is de vorm van de spoor, en of die binnen de soort constant is, moet nieuw materiaal uitwijzen. De Oost-Cubaanse vetbladen zijn als groep bovendien nog in beweging: recente publicaties hebben er nieuwe soorten aan toegevoegd en oude grenzen verlegd.

Waar en wanneer te zien

Dit is hooggebergte-nevelbos in Cubaanse maatvoering: steil, drassig en vaak in de wolken. Zoek op de noordhelling, langs paden waar de aardwand nat blijft, aan de voet van rotsblokken en op de oevers van hooggelegen beekjes. Ga laag zitten en kijk tegen het licht in. De Sierra del Cristal is beschermd gebied met een lange beschermingsgeschiedenis; regel toegang en begeleiding vooraf, en documenteer elke vondst zorgvuldig — juist bij deze soort zijn nieuwe, goed vastgelegde waarnemingen waardevol.

Staat van instandhouding

De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is: een Oost-Cubaanse endeem van de hoogste zone van één bergmassief, gedocumenteerd met een klein aantal collecties uit de jaren zestig. Voor een plant die van permanent vochtig bergbos afhangt, zijn de voornaamste risico's het stijgen van de wolkenbasis in een warmer klimaat en veranderingen in het bos zelf. Het ontbreken van een categorie is hier het directe gevolg van een dun dossier, en juist daarom is aanvullend veldwerk de meest urgente stap. Een gerichte herbezoekcampagne aan de historische vindplaatsen zou hier meer opleveren dan welke bureaustudie ook.

Wetenschappelijke naam

Pinguicula orthoceras | Casper, 2019

Beschreven door Siegfried Jost Casper in 2019, in Englera 35: 97, op basis van materiaal dat in april 1968 werd verzameld. De typelocatie ligt in de Sierra Cristal, op de noordflank van het centrale massief, op 900–1000 meter hoogte, in de (voormalige) provincie Oriente (tegenwoordig Holguín), Cuba. De naam komt vermoedelijk van het Grieks orthos (recht) en keras (hoorn), en zou dan verwijzen naar een rechte spoor — maar dit werd niet expliciet bevestigd in een toegankelijke bron.

World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.