Alle soorten › Lipbloemigen › Blaasjeskruidfamilie › Pinguicula pygmaea
Pinguicula pygmaea
Een dwerg met een kort leven: Pinguicula pygmaea is een eenjarig vetblad van gipsbodems in het westen van Oaxaca, in 2017 beschreven. Eenjarigheid is binnen dit geslacht zeldzaam — de meeste vetbladen zijn overblijvend en overbruggen het droge seizoen met een winterknop — en in combinatie met de gipsstandplaats maakt dat deze soort tot een van de opmerkelijkste vondsten van de laatste jaren in de Sierra Madre del Sur.
Van deze soort staat nog geen foto met een Creative Commons-licentie of uit het publiek domein in de gids.
Herkenning
De soort is beschreven als klein en eenjarig, groeiend op gipsrijke bodem. Voor de precieze maten van rozet, blad, bloemsteel en bloem, voor de bloemkleur en voor de bloeitijd hebben wij geen vrij toegankelijke, toetsbare opgave uit de oorspronkelijke beschrijving kunnen vinden; al die velden zijn daarom in de feitenkaart leeg gelaten, en dat is hier een eerlijker weergave dan een geleend getal. Wat wel vaststaat: het gaat om een miniatuurrozet van kleverige bladeren met het klierdek dat het hele geslacht kenmerkt, en om een plant die zijn hele levenscyclus — kiemen, groeien, bloeien, zaad zetten, afsterven — binnen één regenseizoen voltooit.
Gelijkende soorten
Binnen de Mexicaanse vetbladen is de eenjarige levenswijze het scherpste onderscheid, maar in het veld zie je die pas als je de plek over meerdere seizoenen volgt. Bruikbaarder zijn maat en standplaats: een klein vetblad op gips in het westen van Oaxaca is vrijwel zeker deze soort. Andere kleine soorten in de streek, zoals de leden van de sectie Heterophyllum, vormen een duidelijke vlezige winterrozet die deze soort mist. Ook de andere gipsbewonende vetbladen van Mexico helpen niet bij de verwarring: die staan in het noordoosten van het land, honderden kilometers verderop.
De val en hoe hij werkt
De kleverige bladeren werken als lijmval volgens het bekende patroon: gesteelde klieren met een heldere druppel, zittende klieren die pas bij contact met een prooi verteringsenzymen afscheiden, en een bladrand die zich traag over de vangst buigt. Bij een eenjarige plant staat daar meer op het spel dan bij een overblijvende. Alles wat er gevangen wordt, moet binnen één seizoen worden omgezet in bladmassa, bloemen en zaad, want een volgend jaar is er niet. Op een gipsbodem, waar stikstof en fosfor vrijwel ontbreken, is die vangst geen bijverdienste maar de motor van de hele cyclus.
Standplaats en ecologie
Gipsbodems in het bergland van westelijk Oaxaca, in de Sierra Madre del Sur. Gips is een hard, wit, voedselarm substraat waarop een eigen flora groeit met veel soorten die nergens anders voorkomen; het is in Mexico een van de klassieke motoren van soortvorming. Het regime is seizoensdroog in het extreme (D4): de plant kiemt bij het begin van de regens, doorloopt in enkele maanden haar hele leven en is in de droge tijd alleen nog als zaad in de bodem aanwezig. Voor een nauwkeuriger beeld van hoogteligging en begeleidende vegetatie hebben wij geen toetsbare bron gevonden.
Verspreiding en hoogte
Endemisch in de Mexicaanse staat Oaxaca, in het westen van de staat, in de Sierra Madre del Sur — in overeenstemming met de opgave in onze soortenlijst. De gipsafzettingen van westelijk Oaxaca liggen als kleine eilanden in het landschap, en het is dat eilandkarakter dat de verspreiding van de soort bepaalt: waar geen gips is, is geen plant. Het bekende areaal is klein. Aangezien de gipsflora van Oaxaca nog maar kort systematisch wordt onderzocht — er zijn in dezelfde streek recent meer gipsbewonende soorten beschreven — kunnen er meer vindplaatsen bijkomen.
- Inheems
Vormen en variatie
Er zijn geen variëteiten in het wild beschreven. Bij een eenjarige soort met een klein areaal is de variatie die je ziet bovendien lastig te duiden: eenjarigen reageren sterk op de omstandigheden van het lopende seizoen, zodat planten uit een nat jaar er anders uitzien dan die uit een droog jaar, zonder dat daar erfelijke verschillen achter hoeven te zitten. Zolang er geen meerjarige waarnemingsreeks per vindplaats bestaat, is het benoemen van vormen niet verantwoord. Natuurlijke hybriden zijn niet gemeld en zijn bij een eenjarige soort met een afwijkende bloeitijd ook minder waarschijnlijk.
Waar en wanneer te zien
Het venster is smal. Zoek in de regentijd, enkele weken nadat de eerste buien zijn gevallen: daarvoor is er geen plant en daarna is de cyclus voorbij. Ga naar de open, witte gipshellingen en -terrassen van westelijk Oaxaca en zoek op de kale grond tussen de gipskorsten, niet in de begroeiing. Ga laag bij de grond en gebruik een loep — bij een dwergsoort is het verschil tussen zien en niet zien een kwestie van een handbreedte afstand. Verzamel niets: bij een eenjarige plant neem je met elk exemplaar de zaadproductie van het volgende jaar weg.
Staat van instandhouding
De soort is niet geëvalueerd voor de wereldwijde IUCN-Rode Lijst en staat niet in CITES. Wat bekend is, is het profiel van een soort die alle kwetsbaarheidskenmerken tegelijk heeft: eenjarig, klein, gebonden aan een zeldzaam bodemtype, en pas in 2017 ontdekt. Eenjarige planten met een kleine zaadbank zijn gevoelig voor een enkel mislukt seizoen, en gipsbodems worden in Mexico ontgonnen voor de bouwmaterialenindustrie. Daar komt bij dat overbegrazing door geiten juist op open gipshellingen veel schade doet. Een beoordeling ontbreekt, maar dat komt hier eenvoudigweg doordat de soort nog maar net bestaat in de literatuur.
Wetenschappelijke naam
Pinguicula pygmaea | Rivadavia, Read & Fleischmann, 2017
Beschreven door Fernando Rivadavia, E.L. Read en Andreas Fleischmann in 2017, in Phytotaxa 292(3): 279–286, op basis van materiaal (Rivadavia & Read 1814) dat op 20 november 2003 werd verzameld. De typelocatie ligt in de Mexicaanse staat Oaxaca, gemeente Santo Domingo Tonalá, langs de snelweg 125 tussen Huajuapan en Tlacotepec, op 1370 meter hoogte. De naam "pygmaea" (dwerg) verwijst naar de zeer geringe afmetingen van deze eenjarige soort, een van de kleinste in het hele geslacht.
World Checklist of Vascular Plants (WCVP), via Plants of the World Online (POWO), Royal Botanic Gardens, Kew.