Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Donsstormvogel
Donsstormvogel
Pterodroma mollis | Soft-plumaged petrel | Petrel suave
De donsstormvogel is een compacte grijs-witte stormvogel van de zuidelijke oceanen. In de Noord-Atlantische Oceaan is hij een van de lastigste vogels om hard te maken: hij broedt nergens in de buurt van Europa, maar zijn naam hing decennialang boven elke grijze Pterodroma die vanaf een Europese kaap werd gezien.
Geluid
Op zee zwijgt hij, en een Nederlandse waarnemer hoeft niets te verwachten. Boven de broedhellingen roepen de vogels na donker met een middelhoog, klagend oe-eer, dat in toonhoogte stijgt en daalt en wordt onderbroken door dunne, schelle piepjes; uit het hol komt weinig meer dan zacht knorren.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Middelgrote stormvogel van ongeveer 35 cm, grijs op de bovendelen met een donkere M over de gespreide vleugels en wit op de onderdelen. Het gezicht is wit met een zwarte vlek rond en door het oog, zodat de vogel gemaskerd oogt; kruin en achterhals zijn grijs. Het bruikbaarste kenmerk zit op de borst: een grijze band die dwars over de witte onderdelen loopt en meestal geheel of vrijwel geheel gesloten is. De ondervleugel is gelijkmatig donker grijsbruin, zonder enige lichte flits. De snavel is kort, hoog en zwart. Bij wind vliegt hij in hoge, verende bogen, met stijve vleugels ver boven de horizon uit en dan terug in het golfdal. In een deel van het areaal komt een geheel donkere vorm voor met dezelfde vorm en dezelfde donkere ondervleugel, maar zonder wit.
Verwarringssoorten
Hier moet de bladzijde eerlijk zijn. Gons' stormvogel, de vogel waar een Europese waarnemer veel vaker naar kijkt, mist de gesloten borstband — het grijs blijft beperkt tot een vlek aan weerszijden van de borst — en laat een lichtgrijze stuit en staart zien die afsteken tegen de donkerder mantel en vleugel; bovendien is zijn snavel duidelijk hoger en zijn de vleugels breder aan de basis. Zino's stormvogel verschilt van gons' stormvogel alleen in formaat en bouw, vooral in snavelhoogte, en is in het veld niet van hem te scheiden; een vogel die zijn borst en staart niet laat zien, blijft dus het beste staan als stormvogel van het gons'/zino's-paar. De donkere ondervleugel hebben ze alle drie en die beslist niets. Grote pijlstormvogel is groter en bruiner, met een donkere pet die scherp op een witte halsband eindigt, een witte band boven de staart en een witte ondervleugel. Kuhls en scopoli's pijlstormvogel zijn veel groter en trager, met een zware gele snavel en een witte ondervleugel. Europese waarnemingen van donsstormvogel van vóór de jaren negentig zijn opnieuw bekeken toen het gons'/zino's-probleem duidelijk werd, en de meeste staan nu te boek als niet op naam gebrachte stormvogels van de gons'-groep.
Leefgebied
Uitsluitend een vogel van de open zee boven diep water, ver van elke kust. Hij pakt inktvis, kleine vissen en kreeftachtigen van het oppervlak, vooral 's nachts, in een scherende passage zonder lang te blijven zitten, en verzamelt zich waar fronten en opwellend water het voedsel bijeenbrengen. Aan land komt hij alleen om te broeden, op zuidelijke eilanden, en ook daar pas na zonsondergang.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Het broedgebied ligt op het zuidelijk halfrond: Tristan da Cunha en Gough, de Prins Edward- en Crozet-eilanden, Kerguelen, de Antipoden, Macquarie en een kleine kolonie bij Tasmanië. Buiten de broedtijd zwerven de vogels over de zuidelijke oceanen en tot bij Brazilië, zuidelijk Afrika en Australië. In het gebied van deze gids is hij niet meer dan een dwaalgast, met een handvol waarnemingen uit Noord-Europa en bij de Rode Zee, zonder patroon waarop je kunt plannen.
Waar en wanneer kijken
Er is geen kaap en geen maand die deze vogel op bestelling levert. Vanuit Nederland is de enige zinnige route: mee met de meerdaagse pelagische tochten die toch al op stormvogels van de gons'-groep varen, bij Madeira of de Azoren in augustus en september, elke passerende Pterodroma fotograferen en de beelden daarna nalopen op een borstband die zich sluit en op een staart die niet lichter afsteekt dan de rug. Wil je de soort gewoon zien, dan levert een overtocht van Kaapstad naar Tristan da Cunha hem dagenlang naast het schip.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). De wereldpopulatie telt honderdduizenden paren en de soort houdt een aantal grote eilandkolonies bezet. Ingevoerde huismuizen op Gough doden jongen in de holen en vormen daar het zwaarste probleem; ratten en katten hebben elders aantallen teruggezet, en holenbroeders blijven overal kwetsbaar zodra een nieuw roofdier een eiland bereikt. Voor de wateren van deze gids draagt de soort geen beheerslast.
