Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Draaihals
Draaihals
Jynx torquilla | Eurasian Wryneck | Torcecuello euroasiático
De draaihals is een specht die zich niet als een specht gedraagt: hij hakt niet, roffelt niet en klimt nauwelijks. Zijn schorsachtige camouflage maakt hem tot een van de lastigst te vinden broedvogels van Europa — en zijn naam dankt hij aan de slangachtige halsdraai waarmee hij indringers afschrikt.
Geluid
Een nasale, klagende reeks van zes tot vijftien identieke tonen: kjuu-kjuu-kjuu-kjuu, in tempo iets afnemend. Sterk lijkend op de roepreeks van kleine valken, waardoor de soort geregeld gemist wordt. Roept vooral eind april en in mei, 's ochtends vroeg en in de avond.
Opname: Kim Erlend Vidal — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Grijsbruin en fijn gemarmerd als boomschors, met een donkere lengtestreep over kruin en rug en fijne golfstreping op de onderdelen. Zachte, afgeronde staart met vage dwarsbanden — geen stijve steunstaart zoals bij echte spechten. Zit vaak overlangs op een tak of op de grond bij mierennesten.
Verwarringssoorten
Op de grond kan hij door houding en kleur even aan een nachtzwaluw of een grote zanger doen denken. Andere spechten zijn direct uit te sluiten door het ontbreken van rood, wit en zwart en door de klimtechniek.
Leefgebied
Warme, open bossen en bosranden, oude boomgaarden, heide met verspreide bomen en schrale, zandige terreinen. Doorslaggevend is een korte, open bodem met veel mieren; nestelt in bestaande holtes en neemt graag nestkasten aan.
Verspreiding en trek
Broedt van Iberië tot Siberië; overwintert in de Sahel. In Nederland een zeer schaarse broedvogel van Veluwe en Drenthe, maar in augustus en september een regelmatige doortrekker, vooral in de duinen.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Broedvogels: eind april tot half mei, op geluid — wie de roep niet kent, loopt er gegarandeerd voorbij. Doortrekkers: eind augustus en september, vaak op de grond in duinstruweel, tuinen en langs paden, waar ze bij verstoring laag wegvliegen en meteen weer in dekking duiken.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar in Noordwest-Europa sterk afgenomen en in Nederland vrijwel verdwenen als algemene broedvogel. De achteruitgang hangt samen met het verdwijnen van schrale, mierenrijke bodems, hoogstamboomgaarden en kleinschalig beheer.