Alle soorten › Steltloperachtigen › Jagers › Kleine jager
Kleine jager
Stercorarius parasiticus | Parasitic jaeger | Págalo parásito
De kleine jager is verreweg de talrijkste jager langs de Nederlandse kust en de enige die je met enige regelmaat achter een stern aan ziet duiken. Hij vliegt valkachtig en wendbaar, met een smalle hand en bij adulten twee spitse, kaarsrechte staartpennen.
Geluid
Op zee zwijgzaam; alleen in de broedkolonie luidruchtig. Daar klinkt een miauwend, bijna katachtig kee-aaw in de baltsvlucht en een hard, nasaal tuk-tuk wanneer een vogel op een wandelaar of een vos duikt. De opname bij deze soort komt dan ook van een broedplaats: van een langstrekkende vogel voor de Nederlandse kust valt in de praktijk niets te horen.
Opname: Doug Hynes — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Middelgroot en slank, met een relatief kleine kop, een fijne donkere snavel en een lichte, uiterst wendbare vlucht. Adulten komen voor in een lichte en een donkere vorm met alle tussenvormen: lichte vogels hebben een zwarte kap, geelachtige halszijden, witte onderdelen en meestal een zwakke grijsbruine borstband, donkere vogels zijn egaal roetbruin met een iets lichtere kop. De verlengde centrale staartpennen van adulten zijn recht, stijf en scherp gepunt en steken vijf tot acht centimeter uit; in het najaar zijn ze vaak afgebroken. In alle kleden is er een duidelijke witte handpenvlek boven én onder de vleugel, gevormd door vier tot zes witte schachten. Juvenielen zijn warm bruin tot roodbruin, dicht en fijn gebandeerd, met een gestreepte kop en een kort maar spits uitstekend staartpuntje.
Verwarringssoorten
Middelste jager is groter en forser, met een tonvormige borst, tragere en stijvere vleugelslag, een zwaardere tweekleurige snavel en bij adulten gedraaide, lepelvormige staartpennen; zijn juvenielen ogen kouder grijsbruin, hebben een egalere kop en tonen van onderen een dubbele witte vleugelvlek in plaats van één. Kleinste jager is kleiner en fijner, met een korte snavel, een grijze in plaats van bruine bovenzijde en vrijwel geen wit in de hand. Grote jager is kolossaal, egaal bruin, breed van vleugel en kort van staart. Een jager die een visdief of grote stern tot boven de duinen achtervolgt is in Nederland bijna altijd deze soort.
Leefgebied
Broedt in losse kolonies op kustheide, toendra, eilandjes en kwelders in Noord-Europa, meestal binnen bereik van kolonies van sterns en alkachtigen waarop hij zijn voedsel buitmaakt. Buiten de broedtijd op zee, waar hij haringachtigen bemachtigt door meeuwen en sterns net zo lang te achtervolgen tot die hun vangst loslaten. Op trek volgt hij de kustlijn en de sternentrek en komt daarbij dichter onder de kust dan de andere jagers.
Verspreiding en trek
Broedt van IJsland en Schotland via Noorwegen en Zweden tot in Noord-Rusland; de kolonies op Orkney en Shetland zijn in enkele decennia meer dan gehalveerd. Nederland heeft geen broedvogels maar wel een duidelijke doortrek: van eind juli tot half oktober passeren jaarlijks enkele duizenden vogels langs de kust, met verreweg de meeste bij harde westelijke wind. In Spanje is hij een reguliere doortrekker langs de Cantabrische en Galicische kust en in de Straat van Gibraltar, in kleinere aantallen ook langs de Middellandse Zee.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kies een zeetrekpost — Camperduin, Westkapelle, de Brouwersdam of de kop van een pier — bij noordwestenwind kracht 5 tot 7 in augustus of september, en tel de eerste drie uur na zonsopgang. Let vooral op sterns: waar een groep visdieven of grote sterns plotseling onrustig wordt, zit vrijwel altijd een kleine jager. Bij aflandige wind en vlakke zee is de kans klein; het weer bepaalt hier meer dan de datum.
Staat van instandhouding
Wereldwijd Niet bedreigd (LC), maar de Europese broedpopulatie gaat hard achteruit: op de Schotse eilanden met ruim de helft sinds de jaren negentig. Voedseltekort door het instorten van de zandspieringstand en predatie door de veel grotere grote jager zijn de belangrijkste oorzaken. In Noorwegen en IJsland is het beeld iets gunstiger, maar ook daar wordt afname gemeld, en de doortrek langs onze kust volgt die trend met enige vertraging.