Alle soorten › Futen › Futen › Kuifduiker
Kuifduiker
Podiceps auritus | Horned grebe | Zampullín cuellirrojo
Een klein, gedrongen fuutje dat in de winter strak zwart-wit getekend op beschutte kustwateren zwemt. In broedkleed draagt het roodbruine hals en flanken en twee brede goudgele hoorns.
Geluid
Op de broedplaats een hoog, nasaal en trillend dji-djiiirr, vaak in duet en versnellend tot een ratelende triller, met daarnaast een kort schril iek. In de winter vrijwel zwijgzaam. Het geluid hoor je dus vooral van april tot juni in het noorden, aan meertjes en veenpoelen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein en compact, met een platte kruin waarvan het hoogste punt achter het oog ligt, en een rechte snavel met een lichte punt. In broedkleed roodbruine hals en flanken, een zwarte kop met brede oranjegele wenkbrauwstrepen die als hoorns naar achteren uitwaaieren, en een rood oog. In winterkleed helder zwart-wit: een scherp begrensde, sneeuwwitte wang, een zwarte kruin die boven het oog eindigt en een witte hals.
Verwarringssoorten
De geoorde fuut is de enige echte verwarringssoort. Bij de kuifduiker beslissen de rechte snavel met lichte punt, de platte kruin met de piek achter het oog en de scherp afgesneden witte wang; de geoorde fuut heeft een fijne, opgewipte snavel, een hoge kruin met de piek vóór het oog en een vuil begrensde, grijzige wang. De hals is bij de kuifduiker witter.
Leefgebied
Broedt op ondiepe, visrijke meertjes en poelen met oevervegetatie in de boreale zone, IJsland en Schotland. Overwintert op zee: beschutte baaien, zeearmen, havens en estuaria met rustig water, waar hij dicht onder de kust duikt naar garnalen, kleine vis en waterinsecten.
Verspreiding en trek
Broedt in IJsland, Schotland, Fennoscandië en het Baltische gebied. In Nederland een schaarse wintergast op de Grevelingen, het Veerse Meer, in havens langs het Wad en op het IJsselmeer, meestal solitair. In Spanje overwinteren kleine aantallen langs de Cantabrische kust en in Galicische ria's; in het binnenland is de soort zeldzaam.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
November tot februari, bij windstil en helder weer, wanneer het water spiegelglad is en een klein zwart-wit fuutje meteen opvalt. Ga langs havenhoofden, sluizen en de luwe oevers van de Grevelingen en het Veerse Meer, en scan vanaf de dijk in de ochtend, voordat de wind opsteekt.
Staat van instandhouding
Wereldwijd als kwetsbaar beoordeeld na scherpe afnames in IJsland en Schotland. Uitzet van vis, predatie door Amerikaanse nerts en meeuwen, wisselende waterpeilen en het verdwijnen van oevervegetatie treffen de broedplaatsen. In de winterkwartieren spelen olievervuiling en verdrinking in staande netten mee.
Andere soorten in deze familie
Fuut · Roodhalsfuut · Geoorde fuut · Dodaars