Alle soorten › Futen › Futen › Roodhalsfuut
Roodhalsfuut
Podiceps grisegena | Red-necked grebe | Somormujo cuellirrojo
Een gedrongen, zwaarkoppige fuut die in Nederland vooral als wintergast op zee en op grote wateren verschijnt. In zomerkleed levert de roestrode hals tegen de zilverwitte wang een van de mooiste plaatjes van het noordelijke moeras op.
Geluid
Op de broedplaats luidruchtig: een hard, hinnikend en klaaglijk aaoew-aaoew, overgaand in een snerpend gejank dat door het riet snijdt. In Nederland hoor je dat zelden, want wintervogels zijn vrijwel stil. April en mei zijn de maanden, vooral in de vroege ochtend en na donker.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Kleiner en compacter dan een fuut, met een zware kop en een korte, dikke hals. In broedkleed: zwarte kruin, opvallend lichtgrijze wang en keel en een roestrode hals, met een zwarte snavel die aan de basis felgeel is. In winterkleed veel grauwer, met een vuilwitte wang die diffuus in de donkere kruin overgaat en grijzige halszijden.
Verwarringssoorten
De fuut is de enige echte valkuil. Bij de roodhalsfuut loopt het zwart van de kruin door tot onder het oog, zonder scherpe witte scheiding; de wang is grijzig in plaats van helderwit, de hals dikker en donkerder, en de snavelbasis geel in plaats van roze.
Leefgebied
Broedt op ondiepe, plantenrijke meren, oude kleiputten en verlandende plassen met dichte oevervegetatie, meestal kleiner en beslotener water dan de fuut kiest. Buiten de broedtijd op zee, in estuaria en op grote binnenmeren, waar hij duikend jaagt op vis en kreeftachtigen.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Oost-Europa, Scandinavië en Rusland, westelijk tot Denemarken en Duitsland; in Nederland broedt jaarlijks hooguit een enkel paar. Overwintert langs de Noordzee- en Oostzeekust, met regelmatig vogels voor de Hollandse kust en op het IJsselmeer. In Spanje is de soort een echte zeldzaamheid.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kies november tot februari en een dag met aflandige wind, en scan vanaf een strandhoofd of pier de branding en de eerste honderden meters zee. Vroeg in de ochtend, met de zon in de rug, verraden de zware kop en de gele snavelbasis de vogel tussen de futen.
Staat van instandhouding
Als broedvogel in West-Europa zeer schaars en gevoelig voor peilbeheer, betreding van oevers en het verdwijnen van verlandingszones. De Oost-Europese kernpopulaties lijken stabiel, maar overwinterende vogels lopen risico door olievervuiling, verdrinking in staande netten en verstoring op zee.
Andere soorten in deze familie
Kuifduiker · Fuut · Geoorde fuut · Dodaars