Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Pijlstaartgierzwaluw
Pijlstaartgierzwaluw
Apus caffer | White-rumped swift | Vencejo cafre
De pijlstaartgierzwaluw is een kleine, uiterst slanke gierzwaluw met een smalle witte sikkel over de stuit en een lange, diep gevorkte staart. In Zuid-Spanje broedt hij vrijwel altijd in oude nesten van roodstuitzwaluwen, die hij overneemt onder bruggen, in grotten en onder dakranden. Het is een van de weinige Afrikaanse vogels die op eigen kracht Iberië als broedgebied heeft bezet.
Geluid
Weinig luidruchtig en makkelijk te missen. De roep is een laag, keelig trillertje dat met het piepen van een vleermuis wordt vergeleken, tsirrr, bijna altijd bij het nest en zelden hoog in de lucht. Luister midden op de dag onder een bezette brug, wanneer de vogels in en uit de lemen nesten vliegen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Met 14–15.5 cm iets kleiner dan de gierzwaluw, maar door het smalle lijf en de dunne vleugels lijkt hij veel kleiner en spitser. Het verenkleed is zwartbruin met glans; de keel draagt een kleine, scherp begrensde witte vlek, en over de stuit loopt een smalle witte band in de vorm van een sikkel, die niet op de flanken doorloopt. De staart is lang en diep gevorkt: in de vlucht wordt hij meestal gesloten tot één punt gedragen, zodat de vork alleen bij het draaien even zichtbaar wordt. De vlucht is snel, met korte bochten en korte glijfases; meestal zie je één vogel of een paartje tussen gewone gierzwaluwen.
Verwarringssoorten
De gierzwaluw is groter (17–18.5 tegen 14–15.5 cm), heeft sikkelvormige, stijve vleugels, een korte gevorkte staart en een egaal roetbruin verenkleed met hooguit een vage lichte keelvlek; wit op de stuit ontbreekt. De vale gierzwaluw is bruiner, met contrastrijker kop- en keelpatroon en een breder ogende vleugelbasis, en heeft evenmin een witte stuit. De alpengierzwaluw is veel groter en heeft een witte buik, geen witte stuit. Binnen de drie kleine gierzwaluwen met een witte stuit is de pijlstaartgierzwaluw de slankste en die met de langste, diepst gevorkte staart; zijn stuitband is de smalste en de enige die de flanken niet bereikt, en zijn witte keelvlek is de kleinste. De huisgierzwaluw is kleiner en gedrongen, met een brede, vierkante band die ver op de flanken doorloopt en een recht afgeknotte staart. De horusgierzwaluw houdt het midden: een brede band die op de achterflanken ophoudt, en een ondiep gevorkte staart.
Leefgebied
Broedt onder brugbogen van weg en spoor, in duikers, tunnels en grotten in rotswanden, steeds daar waar roodstuitzwaluwen hun retortvormige lemen nesten hebben gebouwd. Jaagt boven dehesa, olijfgaarden, boerenland en rivierdalen, vaak laag boven water en verspreid staande bomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Een Afrikaanse soort die sinds het midden van de vorige eeuw in zuidwest-Iberië broedt: in 1964 werd hij bij de Straat van Gibraltar gevonden, in 1967 volgde het eerste zekere broedgeval. De Spaanse populatie wordt op ongeveer 100–150 paren geschat, verspreid over een tiental provincies, met circa tachtig procent in Cádiz en Córdoba en de noordgrens in Cáceres en Toledo. Hij arriveert eind april of in mei en vertrekt tussen eind oktober en begin november, later dan vrijwel alle andere trekvogels van het schiereiland. Binnen het gebied van deze gids broedt hij verder alleen in Noord-Marokko; in Nederland is de soort nooit vastgesteld.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kies in de sierra van Cádiz, in Córdoba of in het noorden van Sevilla een stenen of betonnen brug over een rivier of beek en bekijk tussen juni en september met de kijker de lemen zwaluwnesten tegen het gewelf. Blijf op afstand van de nestopening: de vogels vliegen in rechte lijn naar binnen en zijn van veraf goed te volgen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en eerder toe- dan afnemend, mede doordat nieuwe bruggen extra plaats bieden aan de roodstuitzwaluwnesten waarvan de soort afhankelijk is. In Spanje blijft de populatie erg klein en staat hij in het nationale rode boek als Vulnerable. De grootste risico's zijn schoonmaak- en renovatiewerk aan bruggen en tunnels tijdens de broedtijd en het systematisch verwijderen van zwaluwnesten.


