Alle soorten › Kiwi's

Kiwi's | Apterygiformes

Kiwis | Apterigiformes

De enige vogels met de neusgaten aan de punt van de snavel in plaats van aan de basis, met daarachter een ongewoon groot reukcentrum in de hersenen: deze vogels zoeken hun voedsel op de tast en op de geur, snuivend in de bosbodem. Het skelet is zwaar en met merg gevuld in plaats van met lucht, de vleugel is tot een klauwtje van enkele centimeters teruggebracht en er is geen staart. Om de snavelbasis staan stijve, snorachtige veren; het verenkleed is los en haarachtig en de lichaamstemperatuur ligt enkele graden onder die van andere vogels. Ze zijn nachtdier, leven in vaste paren met een groot territorium en roepen elkaar in het donker toe met een schril, ver dragend geluid.

Families in deze orde

  • Kiwi's | Apterygidae4 soortenHet ei is in verhouding tot de vogel het grootste dat bij vogels voorkomt: tot ongeveer een vijfde van het gewicht van het vrouwtje, en zo groot dat het legsel zelden meer dan één of twee eieren telt en het vrouwtje de laatste dagen vóór het leggen nauwelijks nog kan eten. Bij de meeste soorten broedt het mannetje, elf weken lang, in een hol onder een boomwortel of in een dichte pol. Het jong komt volledig bevederd uit het ei, verlaat het hol na een paar dagen en wordt niet gevoerd. De vogels zoeken 's nachts de bosbodem af, steken de snavel tot aan de basis in de grond en ruiken en voelen daarmee regenwormen en larven; het snuiven is op enkele meters te horen. Ze houden vaste territoria die met een schrille roep worden verdedigd, waarbij mannetje en vrouwtje verschillend klinken.