Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Driekleurige ral
Driekleurige ral | Rallina tricolor
Red-necked Crake | Polluela tricolor
De driekleurige ral is de ral van het tropische regenwoud: kop, hals en borst roodbruin, de rest donker olijfbruin, met een rode iris in een vale oogring en een zwart-wit gebandeerde onderstaart. Hij houdt zich schuil in het dichte struikgewas langs beken en poelen en laat zich vooral in de laatste minuten voor het donker zien.
Geluid
Het bekendste geluid is een versnellende reeks korte, krassende piepjes die als een aanzwellende ratel klinkt, vaak in de schemering en door de nacht. Daarnaast klinkt een traag, houterig tok … tok … tok en een laag grommen dat van dichtbij eerder dierlijk dan vogelachtig aandoet. Paren laten de reeks soms in beurtzang horen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een ral van drieëntwintig tot negenentwintig centimeter, zo'n honderdzeventig tot tweehonderdtien gram, met een spanwijdte van ongeveer veertig centimeter. Kop, hals en borst zijn warm roodbruin, de keel valer; rug, vleugels en buik zijn donker olijfbruin tot grijsbruin met vage bleke banden op de onderdelen. De ondervleugel en de onderstaart zijn scherp zwart-wit gebandeerd — het beste kenmerk van een wegvliegende vogel. De snavel is bleek geelgroen, de poten grijsgeel tot bruinolijf, de iris rood binnen een lichte oogring. Mannetje en vrouwtje zijn niet te onderscheiden; jonge vogels zijn overwegend donker en dof.
Verwarringssoorten
Binnen dit gebied is verwarring beperkt, want geen andere ral combineert een roodbruine kop met regenwoud als leefgebied. Het olijfbruin waterhoen (Amaurornis moluccana) deelt de dichte oevervegetatie van Noord-Queensland, maar is egaal olijfbruin met een grijze kop en mist het roodbruin volledig. De geelbandral (Gallirallus philippensis) heeft een witte wenkbrauwstreep en een oranjebruine borstband over een scherp zwart-wit gebandeerde onderzijde. De wenkbrauwral (Poliolimnas cinereus) is veel kleiner en bleker, met een opvallend wit gezichtspatroon.
Leefgebied
Tropisch regenwoud en dicht bos rond permanent water: beekoevers met lianen en gemberstruweel, moerassige laagtes in het bos, en de dichte randbegroeiing van poelen en kreken. Ook in moessonbos en vine thicket en in oud bos langs kreken, tot ongeveer de bovengrens van het regenwoud. Hij mijdt open oevers en houdt zich op de bosbodem tussen bladafval en wortels op.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen het kaartvenster alleen in het uiterste noordoosten van Australië, en daar in twee gescheiden gebieden: de oostzijde van de punt van Kaap York rond Lockhart River, en de natte tropen van de kust tussen Cooktown en Townsville. Verder komt hij niet in Australië voor en op Nieuw-Zeeland evenmin; het grootste deel van zijn wereldareaal ligt op Nieuw-Guinea, in de Bismarck-archipel en in oostelijk Indonesië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in de late namiddag zitten bij een bosbadje of een beek in regenwoud rond Julatten of Kuranda en wacht tot het bijna donker is — bij Kingfisher Park in Julatten komt hij al jaren regelmatig aan het water drinken en baden. Beweeg niet en verwacht geen hele vogel: eerst een tikje, dan een roodbruine kop tussen de stengels. In het licht van een zaklamp is de rode iris het eerste dat oplicht.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC) op wereldschaal, dankzij een groot areaal buiten Australië. De Australische bevolking is klein en volledig afhankelijk van aaneengesloten regenwoud met permanent water; historische ontginning van de natte tropen heeft dat areaal verkleind, en wat er over is ligt nu grotendeels binnen beschermd gebied. Doordat de soort zo schuw en nachtelijk is, ontbreekt een betrouwbare Australische trend.
Wetenschappelijke naam
Rallina tricolor | Gray, 1858
George Robert Gray beschreef de soort in 1858 als Rallina tricolor, in de Proceedings of the Zoological Society of London, naar een vogel van de Aru-eilanden; de soort staat nog altijd in dat geslacht, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Rallina is een verkleinvorm van Rallus, 'ral', in 1846 door dezelfde Gray ingevoerd. tricolor betekent 'driekleurig', naar het roodbruin, olijfbruin en zwart-wit van het kleed.



