Alle soortenPapegaaiachtigenHalsbandparkieten › Grondpapegaai

Grondpapegaai | Pezoporus wallicus

Ground Parrot | Perico terrestre

De grondpapegaai is een slanke, grasgroene papegaai die zijn hele leven op de grond in dichte kustheide doorbrengt en alleen opvliegt als je bijna op hem staat. Hij is zwaar zwart gevlekt en geel gestreept, heeft een lange gebandeerde staart en een smal rood bandje op het voorhoofd. In de praktijk hoor je hem eerder dan je hem ziet: in de laatste minuten van de schemering klinkt zijn oplopende fluitreeks over de heide.

Grondpapegaai (Pezoporus wallicus)
Foto: PotMart186 — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep bestaat uit heldere, doordringende fluittonen die trapsgewijs in toonhoogte oplopen, met een halve seconde tussen de noten: tie ... tie-tie ... tjie-tjie-tjie, aan het eind versnellend en wegstervend. Hij roept vrijwel uitsluitend in de twintig minuten rond zonsopgang en zonsondergang, soms met meerdere vogels achtereen over de vlakte. Daarnaast klinkt een snel, scherp gekwetter dat verrassend veel op een grasparkiet lijkt. Wie de heide niet kent, verwart de fluitreeks makkelijk met die van de honingeter Phylidonyris melanops, die in hetzelfde biotoop zit.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Achtentwintig tot tweeëndertig centimeter, waarvan ruim de helft de lange, smalle, groen-geel gebandeerde staart — een silhouet dat in de vlucht opvalt als ongewoon slank en langgerekt. Het kleed is grasgroen, dicht bezet met zwarte vlekken en gele streepjes, geler op de buik en donkerder op de rug. Een smal, helderrood bandje loopt over het onderste deel van het voorhoofd, net boven de snavel; jonge vogels missen dat. De iris is bleekgeel, de snavel hoornkleurig en de poten grijsroze. In de vlucht licht een bleekgele band over de handpennen op. Hij vliegt zelden en dan laag en snel met onregelmatige slagen, om na twintig tot honderd meter als een snip ineens in de vegetatie te duiken.

Verwarrings­soorten

Met andere papegaaien is hij nauwelijks te verwarren: geen enkele andere soort combineert deze kleur, de zware zwarte vlekking en het leven op de grond. Op de zuidwest-Tasmaanse buttongrassvlakten (polvormend zeggegras van natte Tasmaanse vlakten) deelt hij het terrein met de oranjebuikparkiet (Neophema chrysogaster), die kleiner is, veel helderder blauw en geel toont, hoog en open vliegt en niet zo lang van staart is; in kustheide verder westelijk geldt hetzelfde voor de rotsparkiet (Neophema petrophila). De enige andere grondbewonende papegaai in deze gids is de kakapo (Strigops habroptilus), maar die is drie keer zo zwaar, mosgroen gemarmerd, nachtelijk, vleugellam en beperkt tot roofdiervrije Nieuw-Zeelandse eilanden. De nauwste verwant is de nachtpapegaai (Pezoporus occidentalis) van het droge binnenland, geel-groener en korter van staart, die in deze gids niet is opgenomen.

Leefgebied

Lage, dichte kustheide, zeggeland en buttongrassvlakten op arme, natte tot vochtige bodem, meestal beneden een meter hoog en zonder bomen. Hij heeft vegetatie nodig die al jaren niet gebrand heeft: de dichtheden lopen op vanaf drie tot vijf jaar na een brand en zijn het hoogst in heide van vijftien jaar en ouder. In Zuidwest-Australië prefereert de westelijke vorm kwongan-heide (soortenrijk heideachtig struweel van zuidwestelijk Australië) die veertig jaar of langer met rust is gelaten. Het nest is een ondiepe kom van takjes en gras onder een lage struik, met een tunneltje van vegetatie ervoor.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Versnipperde populaties langs de oostkust van Australië, van zuidoostelijk Queensland via enkele reservaten in Nieuw-Zuid-Wales tot Gippsland in Victoria, plus de eilanden in Straat Bass. Het bolwerk is Tasmanië, waar de buttongrassvlakten van het zuidwesten tienduizenden vogels herbergen. Een afgescheiden westelijke vorm houdt stand in twee kleine gebieden aan de zuidkust van West-Australië: Cape Arid National Park met het aangrenzende Nuytsland Nature Reserve, en het Fitzgerald River National Park met de streek Waychinicup–Many Peaks. Buiten Australië komt hij niet voor.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga staan op een pad of een brandgang door onverbrande heide en blijf de laatste twintig minuten voor zonsopgang of na zonsondergang stil staan luisteren; dat is het enige moment waarop hij zich betrouwbaar meldt. De klassieke plek in het oosten is Barren Grounds Nature Reserve op de Illawarra-steilrand in Nieuw-Zuid-Wales, waar de vogels vanaf de paden te horen zijn. Zoeken naar zicht werkt zelden: loop niet de heide in, want dat vertrapt het nestbiotoop en levert hooguit een seconde van een wegduikende vogel op.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (LC) dankzij de Tasmaanse stand van meer dan honderdduizend vogels, maar dat cijfer verbergt twee heel verschillende verhalen. De oostelijke vorm van het vasteland is federaal als bedreigd beoordeeld en in Nieuw-Zuid-Wales, Queensland en Victoria kwetsbaar: van de kustheide is het meeste ontgonnen of verkaveld, en wat rest brandt te vaak, waardoor de vegetatie nooit oud genoeg wordt. De westelijke vorm is er het ergst aan toe, met schattingen die uiteenlopen van minder dan honderdvijftig tot ruim driehonderd vogels in twee gebieden; grote branden in 2015 vaagden een groot deel van het Cape Arid-leefgebied weg, en vossen en verwilderde katten maken korte metten met een vogel die op de grond nestelt en slecht vliegt. Vosbestrijding, brandbeheer met lange intervallen en een kweekprogramma houden die laatste populatie overeind.

Wetenschappelijke naam

Pezoporus wallicus | (Kerr, 1792)

Kerr beschreef de soort in 1792 als Psittacus wallicus; omdat ze naar een ander geslacht is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton wallicus is nieuwlatijn voor 'van Wales' en verwijst niet naar Wales zelf maar naar de typelocatie Nieuw-Zuid-Wales. Illiger voerde in 1811 het geslacht Pezoporus in, naar het Griekse pezoporos 'te voet gaand' — precies wat deze vogel doet. De Engelse volksnamen Swamp Parrot en Button-grass Parrot benoemen het biotoop; in West-Australië heet de vogel bij de Noongar kyloring.