Alle soortenValkachtigenValken en caracara's › Nieuw-zeelandse valk

Nieuw-zeelandse valk | Falco novaeseelandiae

New Zealand Falcon | Halcón maorí

De nieuw-zeelandse valk of kārearea is de enige overgebleven inheemse dagroofvogel die in Nieuw-Zeeland broedt naast de bruine kiekendief, en de enige valk van het land: een donkere, kortvleugelige valk die met verbluffend wendbare achtervolgingsvluchten dwars door het bos jaagt en prooien pakt die groter zijn dan hijzelf. Hij staat op het briefje van twintig dollar en is een van de weinige vogels die een wandelaar bij het nest daadwerkelijk aanvalt.

Nieuw-zeelandse valk (Falco novaeseelandiae)
Foto: Andy Frost — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het geluid is doorgaans het eerste teken en betekent bijna altijd dat er een nest in de buurt is: een luide, snel herhaalde, doordringende reeks kek-kek-kek-kek, door beide ouders gegeven bij de verdediging van het territorium, waarbij de roep van het vrouwtje merkbaar dieper klinkt dan de hogere van het mannetje. Daarnaast zijn er zachtere, klagende contactnoten tussen partners en bij de voedseloverdracht. Wie dit geluid boven een bosrand of een tussockhelling hoort, wordt vrijwel zeker al bekeken.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een stevige valk van rond de vijfenveertig centimeter met opvallend brede, tamelijk korte vleugels en een lange staart — een silhouet dat meer aan een havik doet denken dan aan een slechtvalk, en dat hem in staat stelt tussen boomstammen door te sturen. De bovenzijde is donkerbruin, de borst crèmekleurig met zware donkere streping, en de broek en de onderstaartdekveren zijn roestrood. In alle kleden loopt vanaf de haaksnavel een donkere baardstreep omlaag over de wang. Juveniele vogels zijn egaler donkerbruin met blauwgrijze poten en oogring, terwijl volwassen vogels felgele poten, waslaag en oogring hebben. Het vrouwtje is fors groter en zwaarder dan het mannetje.

Verwarrings­soorten

De bruine kiekendief (Circus approximans) is de vogel waarmee hij in Nieuw-Zeeland het vaakst wordt verward: veel groter, met een lichte stuit, lange smalle vleugels die in een duidelijke V worden gehouden, en een trage, laag zoekende zweefvlucht — de valk vliegt daarentegen met snelle, ondiepe slagen en jaagt in rechte achtervolging. De langstaartkoekoek (Eudynamys taitensis) misleidt door zijn lange staart en gestreepte onderzijde, maar heeft een slappe, rechte vlucht en geen haaksnavel. De australische torenvalk (Falco cenchroides), die Nieuw-Zeeland af en toe bereikt, is kleiner en rossig van boven en bidt. De zeldzame Australische dwaalgasten onder de valken, zoals de zwarte valk (Falco subniger), zijn groter en langvleugeliger.

Leefgebied

Drie soorten terrein dragen de soort: zuidelijk beukenbos en podocarpen-loofbos in de heuvels, open tussockgrasland en heuvelland met rotsranden, en — verrassend genoeg — aangeplante bossen van Monterey-den. In de beboste gebieden nestelt hij in epifyten of op een tak, in het open land op de grond onder een overhangende rots of in een kom tussen tussockpollen. Sinds de eeuwwisseling broedt hij ook in wijngaarden en op akkerland in Marlborough, waar de vogels om de druiven tegen zangvogels te beschermen zijn ingezet.

Verspreiding en trek

Endemisch voor Nieuw-Zeeland en verspreid over beide hoofdeilanden waar geschikt terrein ligt, met uitlopers naar Stewarteiland en de Aucklandeilanden. In Northland ontbreekt hij en ten noorden van de lijn Taranaki–Rotorua is hij schaars; de grootste dichtheden liggen in het beboste binnenland van het Noordereiland, het noordwesten van het Zuidereiland en het droge oosten van het Zuidereiland. Men onderscheidt drie vormen: de kleine, donkere bosvalk van het Noordereiland en Noordwest-Zuidereiland, de grote, bleke oostelijke valk van het centrale en oostelijke Zuidereiland, en de zuidelijke valk van Fiordland, Stewart en de Aucklandeilanden. Australië valt buiten zijn areaal.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in het broedseizoen een bosrand of een tussockhelling af en let op het kek-kek-kek: hoor je dat, blijf dan niet doorlopen richting het geluid, want een broedend paar stormt op mensen en honden af en raakt ze ook werkelijk. Op de Zuidereiland-vlakten zit hij graag op een hekpaal of een hoogspanningsmast langs de weg. In de wijngaarden van Marlborough maakt een gerichte wandeling in de zomer een goede kans.

Staat van instandhouding

Wereldwijd staat de soort als niet bedreigd (LC) te boek, maar de Nieuw-Zeelandse beoordeling is strenger en splitst naar vorm: de zuidelijke valk geldt als nationaal ernstig bedreigd, de oostelijke valk als nationaal kwetsbaar en de bosvalk als nationaal toenemend. De totale stand is onzeker en wordt op vijf- tot achtduizend vogels geschat. Zwaar wegen predatie door katten, hermelijnen en fretten bij de vaak op de grond gelegen nesten, verlies van nestbomen door selectieve houtkap, omzetting van tussockgrasland in weiland, illegaal afschot rond veeteelt, elektrocutie op elektriciteitsmasten en botsingen met windturbines. Het Department of Conservation voert predatorbestrijding en genetisch onderzoek naar de drie vormen uit, en werkt samen met de Kārearea Falcon Trust en de Wingspan Birds of Prey Trust, die gewonde vogels opvangen en in gevangenschap kweken.

Wetenschappelijke naam

Falco novaeseelandiae | Gmelin, 1788

Gmelin beschreef de soort in 1788 als Falco novae-Seelandiae, naar een beschrijving van Latham; het geslacht is sindsdien ongewijzigd, vandaar geen haakjes om auteur en jaartal. novaeseelandiae betekent eenvoudig 'van Nieuw-Zeeland'. De typelocatie is Queen Charlotte Sound op het Zuidereiland, waar de vogel tijdens een van Cooks reizen werd verzameld. De Māori-naam kārearea is de gangbare naam in Nieuw-Zeeland zelf en wordt ook in het officiële taalgebruik gebruikt; de vogel staat afgebeeld op de achterzijde van het briefje van twintig dollar, samen met de Tapuae-o-Uenuku en de rotsmadelief van Marlborough.