Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Onslows aalscholver
Onslows aalscholver | Leucocarbo onslowi
Chatham Shag | Cormorán de las Chatham
Onslows aalscholver is de bonte blauwoogaalscholver van de Chathameilanden en broedt nergens anders; hij deelt die eilanden met de veel slankere, grijze Chatham-aalscholver. Een stevige zwart-witte vogel met witte vleugelvelden, donkerpaarse gezichtshuid en felle oranjerode wratten boven de snavelbasis — en met minder dan vierhonderd broedparen een van de zeldzaamste aalscholvers ter wereld.
Geluid
Buiten de kolonie zwijgt hij. Aan het nest geeft het mannetje een reeks tikkende, gorgelende en blaffende klanken — een droog tk-tk-tk dat overgaat in een rauw arr-arr — terwijl het vrouwtje niet meer doet dan zacht blazen. In een dichte kolonie van soms driehonderd nesten loopt dat aaneen tot een laag gemompel.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een gedrongen zeeaalscholver van ruim zestig centimeter en twee tot tweeënhalve kilo, zwart op kop, nek, rug en vleugels met metaalblauwe en groene glans, en helder wit op keel, borst, buik en in een veld over de vleugel dat bij een zittende vogel als een witte balk blijft staan. Broedvogels dragen een opvallende kuif, witte haarveertjes over de hals, donkerpaarse gezichtshuid en oranjerode wratten boven de snavelbasis; buiten de broedtijd verbleken die kleuren sterk. De iris is bruin met een violette oogring, de voeten zijn roze. Jonge vogels zijn donkerbruin waar de ouders zwart zijn en missen de wratten.
Verwarringssoorten
Op de Chathams is alleen de Chatham-aalscholver (Phalacrocorax featherstoni) mede aanwezig, en die is meteen anders: grijs in plaats van bont, half zo zwaar, met gele voeten en een dubbele kuif, en hij hoort in een heel ander geslacht. Let op dat de Nederlandse namen hier misleidend zijn — Onslows aalscholver is de Engelse Chatham Shag, terwijl de Chatham-aalscholver de Engelse Pitt Shag is. Binnen de blauwoogaalscholvers lijkt hij het meest op de wrattenaalscholver (Leucocarbo carunculatus) uit de Marlborough Sounds, met gele in plaats van oranjerode wratten en een kobaltblauwe oogring, en op de bonte morfe van de otagoaalscholver (Leucocarbo chalconotus) van de Otago-kust. De aucklandaalscholver (Leucocarbo colensoi), de campbellaalscholver (Leucocarbo campbelli) en de bounty-aalscholver (Leucocarbo ranfurlyi) missen de wratten helemaal; de keizeraalscholver (Leucocarbo atriceps) zit op Macquarie. Geen van die soorten komt bij de Chathams voor, dus in de praktijk is het eiland het kenmerk.
Leefgebied
Beschut, ondiep kustwater rond de eilandengroep, en anders dan de meeste verwanten ook de grote binnenlagune Te Whanga op Chatham Island, waar hij in brak water vist. Hij broedt in compacte kolonies op rotsige landtongen, lage kliftoppen en kale eilandjes voor de kust, op nesten van wier, gras en guano; sommige kolonies tellen driehonderd nesten dicht opeen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Alleen de Chathameilanden, zevenhonderd kilometer ten oosten van het Zuidereiland. In 2011 waren er dertien kolonies bekend, op Chatham Island zelf, op Pitt Island, op de Star Keys, op Rabbit Island en op North East Reef. Buiten de groep is de soort niet vastgesteld; er is geen trek en zelfs zwerven blijft in het eilandenwater.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Vanaf Chatham Island is een boottocht naar de Star Keys of langs de noordoostkust de beste kans; zoek de zwart-witte vogels op de lage rotsen tussen de branding en let op de witte vleugelbalk. In Te Whanga-lagune kunt u ze ook rustend op de oevers vinden. Kijk bij elke aalscholver eerst naar de poten: roze hoort bij deze soort, geel bij de Chatham-aalscholver.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd (CR), de zwaarste categorie in deze groep. Het aantal broedparen liep terug van 842 in 1997 naar 355 in 2011, een halvering in veertien jaar, en nationaal geldt hij als kwetsbaar. Ingevoerde roofdieren op de bewoonde eilanden — weka's, verwilderde katten en possums — plunderen nesten, vee vertrapt kolonies op het vasteland van Chatham Island, en verstoring en directe vervolging door mensen spelen mee. Omdat kolonies op roofdiervrije eilandjes evengoed achteruitgaan, worden ook oorzaken op zee vermoed, waaronder voedselgebrek en bijvangst.
Wetenschappelijke naam
Leucocarbo onslowi | (Forbes, 1893)
Forbes beschreef de soort in 1893 als Phalacrocorax onslowi; door de verhuizing naar Leucocarbo staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het epitheton eert William Hillier Onslow, vierde graaf van Onslow, gouverneur van Nieuw-Zeeland van 1889 tot 1892 — dezelfde die zijn in Wellington geboren zoon de Māori-naam Huia gaf. Het geslacht Leucocarbo (Bonaparte, 1857) betekent 'witte aalscholver', uit het Griekse leukos en het Latijnse carbo. De typelocatie zijn de Chathameilanden; de Māori-naam is pāpua.


