Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Weka
Weka | Gallirallus australis
Weka | Rascón weka
De weka is de grote, vliegloze bruine ral van Nieuw-Zeeland: zo groot als een kip, met een zware roodbruine snavel, rode poten en een bruin kleed dat zwart gestreept en gebandeerd is. Hij is brutaal en onderzoekend, loopt zonder aarzelen een kampeerterrein op en neemt mee wat glimt of los ligt — een vogel die naar jou toe komt in plaats van andersom.
Geluid
Het territoriale duet bij het invallen van het donker is het geluid van een Nieuw-Zeelandse hut: een hoog, doordringend koe-iet, tientallen keren herhaald, waarbij het mannetje lager en trager roept dan het vrouwtje en de twee precies in elkaar vallen. Het klinkt vooral in het eerste halfuur na zonsondergang en opnieuw bij het eerste licht. Daarnaast klinkt een dof boemend geluid en zacht klokkend gemompel tussen partners.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een forse ral van vijftig tot zestig centimeter bij het mannetje en zesenveertig tot vijftig bij het vrouwtje, met een gewicht dat van vierhonderd gram tot ruim veertien honderd gram loopt. Het kleed is dicht en bruin, van boven zwart gestreept, met een opvallende zwarte bandering op de langste vleugel- en staartpennen. De iris is rood, de snavel zwaar, recht en roodbruin tot grijs, de poten stevig en rood. De kleur verschilt sterk per ondersoort: de vogels van de Chathams zijn geelbruin, die van Stewart-eiland kastanjebruin, en sommige Fiordland-vogels bijna zwart. De vleugels zijn klein en hij vliegt niet; hij loopt met een wippende staart.
Verwarringssoorten
De geelbandral (Gallirallus philippensis) is de naaste verwant die je in hetzelfde land kunt tegenkomen, maar hij is veel kleiner en fijner, fijn zwart-wit gebandeerd, met een witte wenkbrauwstreep, een roestbruine oogstreep en een oranjebruine borstband — en hij kan vliegen. De lord-howe-ral (Gallirallus sylvestris) is net zo gedrongen en eveneens vliegloos, maar zit uitsluitend op Lord Howe-eiland, ruim tweeduizend kilometer verderop; de twee komen elkaar nooit tegen. De mangroveral (Gallirallus castaneoventris) is een kastanjebruine ral met een lange grijze snavel uit de mangroven van Noord-Australië. In Nieuw-Zeeland zelf is de enige andere grote loper op de bosbodem de kiwi, die nachtelijk is en een lange, dunne snavel heeft.
Leefgebied
Van de vloedlijn tot boven de boomgrens: inheems bos en bosplantage, struweel, ruig weiland, moerasrand, duin en rotskust. Hij heeft dichte dekking nodig en houdt bij voorkeur de randen aan — de strook tussen bos en gras, tussen struweel en strand. Hij eet zowel dierlijk als plantaardig voedsel, ongeveer dertig om zeventig, van regenwormen en kevers tot bessen en zaden, en pikt bij mensen alles uit wat eetbaar of glimmend is.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Endemisch in Nieuw-Zeeland en verdeeld over vier ondersoorten. De noordereilandweka (greyi) zit rond Russell en het schiereiland van de Bay of Islands, bij Kawakawa Bay en in het gebied Opotiki–Motu; de westelijke weka (australis) in de Marlborough Sounds, Noordwest-Nelson, de Westkust en Fiordland; de stewarteilandweka (scotti) op Stewart/Rakiura, Ulva en omliggende eilanden en op Kapiti; de buffweka (hectori) verdween van het oostelijk Zuidereiland maar is ingevoerd en talrijk op Chatham en Pitt. Ook op Kawau en Mokoia zitten vogels. Binnen dit kaartvenster hoort er nog een Australisch hoofdstuk bij: op Macquarie-eiland werd de weka in de jaren zeventig van de negentiende eeuw als voedselvoorraad losgelaten, hij hielp de endemische macquarieral en de macquarieparkiet uitroeien, en werd in 1988 zelf volledig verwijderd.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga tegen zonsondergang bij een hut, camping of parkeerplaats op de Westkust of op Stewart-eiland zitten en wacht rustig af: de weka komt naar jou toe. Berg schoenen, sleutels, portemonnee en eten op, want alles wat los ligt verdwijnt. Luister bij het laatste licht naar het beurtzang-duet, dat vaak van twee kanten tegelijk uit het struweel komt en de paren precies plaatst.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar (VU) op de wereldlijst. In Nieuw-Zeeland verschilt de status per ondersoort: de westelijke weka is niet bedreigd, de noordereilandweka en de buffweka staan als 'At Risk – Relict' te boek en de stewarteilandweka als 'Threatened – Nationally Vulnerable'. Predatie door fretten, hermelijnen, katten en loslopende honden weegt het zwaarst; daarnaast tellen honger en sterfte tijdens droogte, aanrijdingen, jacht op de Chathams en de muttonbird-eilanden, secundaire vergiftiging bij bestrijdingsacties en het genetisch verarmen van kleine, geïsoleerde populaties. Tegelijk is de weka zelf van eilanden weggehaald waar hij zeevogels, grondbroeders, hagedissen en ongewervelden aantastte — bescherming op de ene plek en verwijdering op de andere lopen bij deze soort door elkaar.
Wetenschappelijke naam
Gallirallus australis | (Sparrman, 1786)
Sparrman beschreef de soort in 1786 als Rallus australis, naar materiaal van Cooks tweede reis; ze staat nu in Gallirallus, zodat auteur en jaartal tussen haakjes blijven. Gallirallus is gevormd uit Latijn gallus, 'haan', en rallus, 'ral', naar het kippige voorkomen. australis betekent 'zuidelijk'. De typelocatie is Dusky Sound in Fiordland; de naam weka is Māori en geeft de roep weer.





