Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Wigstaartpijlstormvogel

Wigstaartpijlstormvogel | Ardenna pacifica

Wedge-tailed Shearwater | Pardela cola cuña

De wigstaartpijlstormvogel is de pijlstormvogel van de warme zeeën van dit gebied: slank, langstaartig en met een lichte, bijna dansende vlucht waarbij hij op sterk gebogen vleugels laag over de golven zwenkt. De naam slaat op de lange wigvormige staart die in de vlucht spits toeloopt, en die hem van alle andere donkere pijlstormvogels hier onderscheidt.

Wigstaartpijlstormvogel (Ardenna pacifica)
Foto: Duncan Wright — Public domain · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgt hij. De kolonies zijn 's nachts het tegendeel: een weeklagend, langgerekt ka-whoe-aah dat begint met een ingehouden zucht en uitloopt in een jammerende toon, duizendvoudig herhaald tot het hele eiland ervan gonst. Dat geluid, dat door bezoekers vaak met een huilend kind wordt vergeleken, is op Lord Howe en op Muttonbird Island bij Coffs Harbour tot laat in de nacht te horen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Achtendertig tot zesenveertig centimeter bij drie- tot bijna zeshonderd gram, dus middelgroot en licht gebouwd, met lange smalle vleugels die in glijvlucht duidelijk gebogen worden gehouden, en met de lange wigvormige staart die de soort zijn naam geeft. De vogels van de zuidwestelijke Grote Oceaan zijn zonder uitzondering donker: zwartbruin van boven en dofbruin van onderen, zonder lichte buik. De snavel is slank en leigrijs, de poten zijn bleek vleeskleurig. De vlucht is traag en zwierend, met weinig slagen en veel zeilen, en oogt lichter en losser dan die van de forsere donkere pijlstormvogels.

Verwarrings­soorten

De australische grote pijlstormvogel (Ardenna carneipes) is forser en zwaarder, met een kortere staart, een zwaardere vlucht en vooral een bleke roze snavel met scherp afgetekende donkere punt — hier de leigrijze snavel, daar de roze. De grauwe pijlstormvogel (Ardenna grisea) heeft een zilveren veld op de ondervleugel, een geheel zwarte slanke snavel en donkergrijze poten. De dunbekpijlstormvogel (Ardenna tenuirostris) is compacter, met een korte staart en een bol voorhoofd. Let op: buiten dit gebied, vooral in de noordelijke Grote Oceaan, bestaat ook een lichtbuikige vorm van deze soort, met witte onderdelen en grijsbruine vlekken op borstzijden, flanken en onderstaartdekveren; in de zuidwestelijke Grote Oceaan komt die vrijwel niet voor, zodat een grote lichtbuikige pijlstormvogel hier eerder de gestreepte pijlstormvogel (Calonectris leucomelas) is.

Leefgebied

Warme en subtropische zee, vooral boven het continentaal plat en rond koraalriffen en oceanische eilanden, en geregeld binnen zicht van de kust. Broedt in kolonies met zelfgegraven holen onder bos, struweel of grasland op eilanden en op enkele kustkoppen van het vasteland, van de koraalcays van het Groot Barrièrerif tot de beboste hellingen van Lord Howe.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

Binnen dit kaartvenster broedt hij langs de hele oost- en westkust van Australië: op de eilanden van het Groot Barrièrerif, op Lord Howe en Norfolkeiland, op Muttonbird Island bij Coffs Harbour en op talrijke eilandjes voor West-Australië. In Nieuw-Zeeland is hij beperkt tot de Kermadecs — Raoul, de Meyer-eilandjes, de Herald-eilandjes, Macauley, Curtis, Cheeseman en L'Esperance Rock — en op zee komt hij daar buiten zelden voor. Hij is in het gebied van ongeveer september tot mei aanwezig; daarna trekt hij naar de tropische Grote Oceaan en zijn de kolonies leeg.

  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De eenvoudigste plek van allemaal is Muttonbird Island bij Coffs Harbour: een golfbreker brengt je te voet op het eiland, en tussen november en april zie je de vogels bij zonsondergang met honderden tegelijk binnenvallen en hoor je het jammeren onder je voeten uit de holen komen. Ook op Heron Island en Lady Elliot Island bij het Groot Barrièrerif en op Lord Howe is dat schouwspel te beleven. Op zee herken je hem aan de lange spitse staart en de gebogen vleugels, nog voordat de snavelkleur te beoordelen is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC) en nog altijd talrijk, al is in Nieuw-Zeeland het etiket 'relict' van toepassing omdat hij daar nog geen tiende van zijn oorspronkelijke areaal bezet. De gevoeligheden zitten op het land: ingevoerde ratten en katten op de broedeilanden, betreding van kolonies waarbij holen instorten, en bij kolonies dicht bij bewoning lichtvervuiling, waardoor uitvliegende jongen op wegen en in tuinen belanden. Op zee wegen plasticinname en bijvangst, en de opwarming van de tropische oceaan verschuift het voedselaanbod rond de broedkolonies.

Wetenschappelijke naam

Ardenna pacifica | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria pacifica, naar de Grote Oceaan waarin hij hem aantrof; omdat de soort later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Ardenna werd in 1853 door Reichenbach ingesteld, met de grote pijlstormvogel als typesoort. De typelocatie is door Mathews in 1912 beperkt tot de Kermadec-eilanden, ten noordoosten van Nieuw-Zeeland — precies de enige plek waar de soort in Nieuw-Zeeland broedt.