Alle soorten › Stormvogelachtigen › Zuidelijke stormvogeltjes › Zwartbuikstormvogeltje
Zwartbuikstormvogeltje | Fregetta tropica
Black-bellied Storm-Petrel | Paíño ventrinegro
Het zwartbuikstormvogeltje is het talrijkste zwart-witte stormvogeltje van de Nieuw-Zeelandse subantarctische wateren: zwarte kop en borst, een brede witte stuit, witte flanken en één zwarte streep die als een naad midden over de witte buik loopt. Hij vliegt laag en grillig en klapt zijn borst en voeten telkens tegen het water, waardoor hij over de golven lijkt te wandelen.
Geluid
Op zee is hij stil. In de kolonie, waar de vogels alleen in het donker aankomen, laten de dieren op de grond een lang aangehouden, schril fluitje horen dat afbreekt en weer aanzwelt, en uit de holletjes komt een zacht kirrend gemurmel. Vanaf een boot hoor je niets; dit is een soort die je ziet en niet hoort.
Opname: Kevin Guille — CC BY-NC-SA 4.0 · Mayes island, France · xeno-canto
Herkenning
Twintig centimeter en vijfenvijftig gram — de grootste van de vier Fregetta-soorten hier. Kop, hals, borst en bovendelen zijn zwart, met een brede witte band over de stuit. De buik is wit, met een brede zwarte middenstreep die van de borst tot aan de staartwortel doorloopt; de flanken blijven wit en de ondervleugel is wit met een donkere rand. De poten zijn lang en zwart, en de voeten steken in de vlucht dúídelijk voorbij de staartpunt uit — hou dat vast, want het is het betrouwbaarste kenmerk van de soort. De vlucht is laag, kantelend en onregelmatig: hij zwenkt van links naar rechts en slaat daarbij met borst en voeten tegen het wateroppervlak, zodat hij van golf naar golf lijkt te stappen.
Verwarringssoorten
Het witbuikstormvogeltje (Fregetta grallaria) is de tegenhanger: iets kleiner, met een gave witte buik zonder streep en met tenen die júíst niet voorbij de staart uitsteken. De zwarte buikstreep lijkt beslissend maar is dat niet altijd: bij een deel van de zwartbuikstormvogeltjes is de streep smal of onderbroken, en bij vogels van de Kermadec-populatie van het witbuikstormvogeltje zit er soms juist wél wat donker op de buik. Gebruik daarom de voetprojectie en de vliegstijl als tweede en derde toets. Het Nieuw-Zeelands stormvogeltje (Fregetta maoriana) en het Nieuw-Caledonisch stormvogeltje (Fregetta lineata) hebben geen middenstreep maar rijen donkere strepen over buik en flanken, en zijn kleiner van bouw. Het Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus) heeft een geheel donkere onderzijde en is aanmerkelijk kleiner; het bont stormvogeltje (Pelagodroma marina) heeft een wit gezicht met zwart oogmasker.
Leefgebied
Koud tot gematigd water boven en voorbij de rand van het continentaal plat, waar hij laag scherend kleine kreeftachtigen, inktvisjes en visresten van het oppervlak grist. Broeden doet hij op subantarctische eilanden, in holletjes en spleten onder tussockpollen (grasland van losse, hoge polvormende grassen, vooral in Nieuw-Zeeland), tussen rotsblokken en in de aarde onder dichte vegetatie, op eilanden zonder ratten, katten of varkens.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen dit kaartvenster broedt hij op de Nieuw-Zeelandse subantarctische eilanden: de Antipoden en de Aucklandgroep, waar hij op de roofdiervrije bijeilanden Adams, Rose en Enderby zit en niet op het door katten en varkens bezette hoofdeiland. Buiten het broedseizoen trekt hij naar het noorden — in mei en juni weg, in oktober en november terug — tot in subtropische wateren, zodat hij in de zuidelijke winter regelmatig op pelagische tochten voor Nieuw-Zuid-Wales, Victoria en Tasmanië wordt gezien, en verder noordelijk langs de Australische oostkust.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Nieuw-Zeeland is dit de Fregetta die je het eerst tegenkomt: neem een tocht van Kaikoura of Stewarteiland, of vaar mee naar de subantarctische eilanden. In Australië zijn de pelagics uit Wollongong en Eaglehawk Neck in de koelere maanden de beste kans. Kijk naar de staartpunt zodra de vogel wegdraait: steken de voeten eruit, dan heb je het zwartbuikstormvogeltje; kijk pas daarna naar de buikstreep, die bij slecht licht verraderlijk snel verdwijnt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), en in Nieuw-Zeeland als 'niet bedreigd' te boek gesteld, met een stand van naar schatting vijftig- tot honderdduizend paren in de regio. Dat hij het goed doet, komt doordat zijn broedeilanden grotendeels roofdiervrij zijn of gemaakt zijn: de muizen van de Antipoden werden in 2016 uitgeroeid, en op de Aucklandgroep zit hij op de bijeilanden die nooit katten of varkens hebben gehad. Waar die dieren wél zitten — het hoofdeiland van de Aucklands — ontbreekt hij. Op zee zijn plastic in het voedsel en verschuivingen in de voedselketen door opwarming van het zeewater de aandachtspunten; bijvangst speelt bij een oppervlaktepikker van dit formaat nauwelijks.
Wetenschappelijke naam
Fregetta tropica | (Gould, 1844)
Gould beschreef de soort in 1844; omdat ze sindsdien in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Bonaparte voerde Fregetta in 1855 in, gevormd naar Fregata, de fregatvogel. Het epitheton tropica betekent 'van de tropen' en is misleidend: het slaat op de wateren waar het type werd verzameld, niet op het broedgebied, want de vogel broedt juist op subantarctische eilanden en komt alleen buiten het broedseizoen in warmer water. In het Maori heet hij takahikare-rangi.


