Alle soorten › Genten en aalscholvers › Aalscholvers › Zwarte aalscholver
Zwarte aalscholver | Phalacrocorax sulcirostris
Little Black Cormorant | Cormorán totinegro
De zwarte aalscholver is de slanke, geheel zwarte aalscholver van het binnenwater: kleiner en ranker dan de aalscholver, met een dunne grijze snavel en zonder een spoor van geel of wit aan de keel. Hij is de enige aalscholver van dit gebied die in grote zwermen samen vist en die in V-formatie overvliegt.
Geluid
Op het water en buiten de kolonie zwijgt hij vrijwel het hele jaar. In de broedkolonie geeft het mannetje keelklanken en fluitende tonen: een dof rollend korr-korr-korr bij de balts, en bij het wisselen op het nest korte afgebroken stoten. Het vrouwtje blijft grotendeels stil. Jongen bedelen met een schril, aanhoudend gepiep dat boven het kolonielawaai uitkomt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een slanke aalscholver van ruim zestig centimeter, geheel zwart met een groene glans over de rug, waar de veren fijn donker omzoomd zijn en het kleed daardoor licht geschubd oogt. De snavel is dun, grijs en gehaakt, de gezichtshuid donker, de poten en voeten zwart. Van dichtbij is de iris het beste kenmerk: helder groen, opvallend groener dan bij elke andere aalscholver van het gebied. In broedtijd verschijnen fijne witte spikkels op kop en hals. Jonge vogels zijn doffer bruinzwart met een geelachtige snavel. In de vlucht oogt hij lang en recht, met een dunne hals en snelle slagen, vaak in een V of een lange lijn.
Verwarringssoorten
De aalscholver (Phalacrocorax carbo) is veel groter en zwaarder, met een gele keelvlek, een witte kin en in broedtijd een witte dijvlek — alle drie kenmerken die de zwarte aalscholver nooit heeft, en zijn snavel is zwaar in plaats van dun. De kleine bonte aalscholver (Microcarbo melanoleucos) heeft een korte dikke gele snavel en een naar verhouding langere staart, en in Nieuw-Zeeland komt daarvan een geheel zwarte vorm voor die aan het lijf niet te scheiden is: kijk dan uitsluitend naar de snavel. De blauwmaskeraalscholver (Phalacrocorax fuscescens) en de gevlekte aalscholver (Phalacrocorax punctatus) zijn kustvogels met wit of lichtgrijs op de onderdelen. De bonte aalscholver (Phalacrocorax varius) is bont en fors.
Leefgebied
Vooral zoet en diep binnenwater: meren, stuwmeren, langzaam stromende rivieren en kreken, veedammen, irrigatiekanalen en moerassen met open water. Hij mijdt het allerondiepste en jaagt liever met een groep boven een school vis dan alleen langs een oever. Aan de kust gebruikt hij beschutte baaien, havens, estuaria en plaatselijk mangrove. Om te drogen heeft hij een paal, een steiger, een dode boom of een rots nodig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Over vrijwel heel Australië inclusief Tasmanië, op de westelijke woestijnen na, en verder op Norfolkeiland en Lord Howe. In Nieuw-Zeeland is hij vooral een vogel van het Noordereiland — Northland, Rotorua, Taupo, de Wairarapa en Wellington — maar het aantal waarnemingen op het Zuidereiland neemt toe; de soort is daar naar verhouding laat aangekomen en breidt nog steeds uit. In het Australische binnenland verschuift hij met het vollopen en droogvallen van de rivieren en claypans (ondiepe kleikom die na regen tijdelijk water vasthoudt), en verzamelt hij in grote aantallen waar tijdelijk water staat.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek naar een zwerm die als één geheel over het water opschuift en telkens tegelijk duikt: dat doet geen andere aalscholver in dit gebied. Kijk bij een losse zwarte vogel van dichtbij naar het oog — helder groen maakt de soort meteen zeker. Overvliegende groepen die een V of een lange lijn vormen boven een meer of stuwmeer zijn vrijwel altijd deze soort.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), algemeen en wijdverbreid, en in Australië vooruitgeholpen door stuwmeren, veedammen en irrigatiewerken. In Nieuw-Zeeland staat hij nationaal te boek als van nature schaars, met vermoedelijk enkele duizenden vogels en een langzaam stijgende trend. De grootste verliespost is verdrinking in onbeheerde kieuwnetten en fuiken, waarbij soms een hele vissende zwerm tegelijk omkomt; daarnaast telt verstoring van kolonies en het verdwijnen van oude oeverbomen waarin hij nestelt.
Wetenschappelijke naam
Phalacrocorax sulcirostris | (Brandt, 1837)
Brandt beschreef de soort in 1837 als Carbo sulcirostris; omdat ze later naar Phalacrocorax is verhuisd, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phalacrocorax gaat terug op Brisson (1760) en is de Latijnse naam voor de aalscholver, uit het Griekse phalakros, 'kaal', en korax, 'raaf'. sulcirostris betekent 'met een gegroefde snavel', uit het Latijnse sulcus, 'groef', en rostrum, 'snavel'. Als typelocatie staat 'Terres australes' opgegeven; Mathews beperkte haar in 1912 tot Nieuw-Zuid-Wales.




