Alle soorten › Ooievaarachtigen › Ooievaars
Ooievaars | Ciconiidae
Storks | Cigüeñas
Volwassen vogels hebben nauwelijks stem; in plaats van roepen klepperen ze met de snavel, waarbij de kaken in een snelle roffel op elkaar slaan en de kop ver over de rug naar achteren wordt geworpen. Dat klepperen klinkt bij het wisselen van de wacht op het nest en bij het verjagen van een indringer, en draagt over grote afstand. Gefoerageerd wordt vaak op de tast: wadend door troebel water houdt de vogel de snavel half open onder de oppervlakte en klapt die in enkele honderdsten van een seconde dicht zodra een vis, kikker of kreeftje hem aanraakt, terwijl een voet door het slib schuifelt om prooi op te jagen. Het nest is een omvangrijk takkenbouwsel hoog in een boom of op een rotsrichel, dat jaar na jaar wordt hergebruikt en telkens verder opgehoogd tot het meters breed wordt; de jongen worden gevoerd met voedsel dat op de nestbodem wordt uitgebraakt. Bij warmte wordt vloeibare ontlasting over de poten gestreken, wat door verdamping afkoelt.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.





