Alle soorten › Zandhoenderachtigen

Zandhoenderachtigen | Pterocliformes

Sandgrouse | Gangas

Zandhoenders zijn gedrongen vogels van open, droge streken, met een klein hoofd op een korte hals, een zwaar lichaam en lange, spitse vleugels waarmee snel en recht wordt gevlogen. Het verenkleed is zandkleurig en fijn getekend met vlekken en banden, zodat een stilzittende vogel op kale grond nauwelijks te onderscheiden is; het is dicht en de veren zitten stevig vast. De poten zijn kort en tot aan de tenen bevederd, en er wordt veel gelopen. De snavel is klein en hoenderachtig en het voedsel bestaat vrijwel uitsluitend uit droge zaden, die van de grond worden opgepikt. Buiten de broedtijd leven ze in troepen die op vaste tijden van de dag over grote afstand naar een drinkplaats vliegen en daarna naar het voedselgebied terugkeren.

Families in deze orde

  • Zandhoenders | Pteroclidae1 soortZaden vormen vrijwel het hele menu en worden droog en stuk voor stuk van de grond gepikt, vele duizenden op een dag. Daardoor is dagelijks drinken noodzakelijk: kort na zonsopgang vliegen de vogels in groepen en luid roepend naar een drinkplaats, in een snelle, rechte vlucht die kilometers ver kan gaan. De kuikens zoeken hun eigen zaden, maar kunnen niet zelf bij water komen. Het mannetje voorziet daarin met de veren van zijn buik: de baardjes daarvan rollen zich op zodra ze nat worden en houden het water vast als een spons. Hij waadt tot aan de borst het water in, wiegt en schudt het lijf tot de veren verzadigd zijn en vliegt terug naar het nest, waar de jongen het vocht met de snavel uit het dons strippen. Het nest is niet meer dan een ondiepe kuil in kale grond; de eieren en de plat gedrukte oudervogel vallen weg tegen zand en steen, en pas van enkele meters komt de vogel met snelle vleugelslag omhoog.