Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Nachtegaal

Nachtegaal | Luscinia megarhynchos

Common Nightingale | Ruiseñor común | Nachtigall | זמיר הירדן | Rossignol philomèle

De nachtegaal is een warmbruine zanger met een krachtige, gevarieerde stem. Hij leeft verborgen in dicht struweel en wordt veel vaker gehoord dan gezien.

Nachtegaal (Luscinia megarhynchos)
Foto: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Krachtige, luide strofen met lange stiltes ertussen: diepe fluittonen, ratels en rollers, met als kenmerk het aanzwellende lu-lu-lu-lu-lu dat in volume toeneemt. Zingt van half april tot half juni, overdag én 's nachts. Roep: een schor krrrr en een fluitend hwiet.

Luister: ZangXC473316

Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Egaal warmbruine bovendelen met een duidelijk roodbruine staart, die vaak licht wordt opgewipt en gespreid. Onderdelen vuilwit tot lichtgrijsbruin, zonder streping. Groot donker oog met een vage, lichte oogring; poten stevig en bleek. Juveniel is warm gevlekt en geschubd, maar heeft dan al de rossige staart.

Verwarrings­soorten

De Noordse nachtegaal (Luscinia luscinia) is donkerder en kouder bruin, met een diffuus gevlekte borst; hij broedt oostelijker en overlapt in Midden-Europa. Jonge roodborsten zijn kleiner, ronder en missen het contrast tussen rug en staart. Op geluid is verwarring vrijwel uitgesloten zodra de crescendo klinkt.

Leefgebied

Dicht, vaak vochtig struweel: doornstruwelen in de duinen, ondergroei van vochtige loofbossen, oude houtwallen, verwilderde parken en griendranden. Belangrijk is een gesloten struiklaag met kale, bladrijke bodem eronder waar hij foerageert.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Broedt in West-, Zuid- en Midden-Europa en oostwaarts tot in het westen van Oost-Europa; overwintert in tropisch West-Afrika. In Iberië is hij een talrijke en wijdverbreide broedvogel.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De beste kans is de laatste week van april en de eerste helft van mei, in het laatste uur voor zonsopgang of het eerste uur na zonsondergang. Blijf op het pad staan en wacht: nachtegalen komen regelmatig zelf even in beeld op een lage tak. Een zingende vogel opjagen levert nooit een beter zicht op.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). Aan de zuidelijke Noordzeekust profiteert de soort van struweelontwikkeling in de duinen, terwijl populaties verder landinwaarts gevoelig zijn voor het opruimen van vochtig struweel en te intensief maai- en kapbeheer.

Wetenschappelijke naam

Luscinia megarhynchos | Brehm, 1831

Brehm beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Luscinia werd in 1817 ingevoerd door Forster. Luscinia is het Latijnse woord voor 'nachtegaal'. megarhynchos is Grieks, van megas 'groot' en rhunkhos 'snavel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Duitsland.